Drie grote fouten bij Nieuwsuur over CBDC (1/3): winst maken
Tijd voor wat kritiek, lekker klagen. Maar als het terecht is, mag het. Het programma Nieuwsuur had een paar dagen geleden (toen was ik even met vakantie) een item over CBDC, ofwel de digitale euro. Het was een wedstrijdje braaf zijn: alle mogelijke kritieken werden weggewuifd als ware het afkomstig van een persoon met het IQ van een stroopwafel. De ‘uitlegvideo’ grossiert echter zelf in fouten, we houden het bij de drie grootste. Elke inhoudelijke fout krijgt een eigen artikel.
We horen een hoop rare dingen de revu passeren: contant geld zou niet verdwijnen en wees vooral niet bang dat digitaal geld programmeerbaar is. Die bewaren we even. Als je op zoek gaat naar fouten, zijn er natuurlijk kleine, onschuldige versprekingen maar ook grove blunders, zoals emissies van uiterst relevante stukken als officiële beleidsdocumenten. In deze reeks houden we het bij de laatste.
Op 1:40 zien we een pinpas naast een bankbiljet liggen, voor het geval kijkers niet weten wat het verschil is. Het wordt nog even uitgelegd. Bankbiljetten zijn van de ECB, de Europese centrale bank. Die maakt geen winst terwijl het geld op pinpassen bij commerciële winstgevende partijen als ING hoort. Daarmee impliceert Nieuwsuur dat de ECB geen winst maakt, er op CBDC geen winst wordt gemaakt en dat we hier te maken hebben met een relevant onderscheid tussen contant geld van de ECB en digitaal geld van commerciële banken (misschien wel Amerikaans, eng). Als je het zo uitlegt, ontstaat er een rechtvaardiging voor het programma van de digitale euro. Immers, als je het contante geld van de ECB waar geen winst op wordt gemaakt ook digitaal maakt, dan ontstaat er digitaal geld zonder winstoogmerk. Je zou het bijna willen knuffelen. Letterlijk zegt Nieuwsuur:
‘Het verschil is dat er geen winst meer over wordt gemaakt. Het geld wordt direct uitgegeven door de ECB’.
Dat klopt dus niet, lang verhaal kort. Waarom klopt het niet? De ECB is de optelsom van de centrale banken van de lidstaten van de eurozone. Die zijn in de regel in handen van het lokale ministerie van financiën, zoals in Nederland. Je mag de ECB best een overheidsinstelling noemen. Het feit dat een bepaalde taak door een overheidsinstelling wordt uitgevoerd, betekent alleen niet automatisch dat er geen sprake is van winst. Een centrale bank kan ook gewoon winst maken.
De Nederlandse centrale bank DNB heeft een proportioneel deel van de aandelen in de Europese centrale bank, de ECB. Net als elk ander bedrijf kan DNB vervolgens een jaarrekening opleveren. Hieronder volgt voor de volledigheid de balans.
Dit is de activazijde:
En de passivazijde.
Merk op dat het contante geld van de centrale bank aan de passivazijde is opgenomen. Voor elke hoeveelheid geld die de centrale bank in omloop brengt, wordt er een corresponderend bedrag aan bezittingen gekocht. Meestal zijn dat staatsobligaties. Als de centrale bank geld uitgeeft, dan groeit de balans dus.
Over die bezittingen wordt rente betaald. In theorie kan de centrale bank zo winst boeken. Meestal gebeurt dat ook, al maakte DNB in het vorige jaar een verlies van een miljard euro. Dat gebeurt als rente en inflatie heftig schommelen, dat is recentelijk gebeurd door de Coronamaatregelen en toegenomen oorlogsdreiging - of gewoon een echte oorlog, zoals in Oekraïne. Dit aspect laten we even voor nu, het gaat erom dat er gewoon een winst- en verliesrekening is. Het klopt dus niet dat er geen sprake is van winst, als de overheid via de centrale bank digitaal geld gaat uitgeven, zoals er in de uitzending van Nieuwsuur wordt gesteld.
Een eerder artikel op deze site ging specifiek over de vraag of digitaal geld programmeerbaar is. Die suggestie werd gewekt in een paper van DNB. Daarom is het moeilijk om het aspect van programmeerbaar geld af te doen als willekeurige complottheorie: het was de instelling die het geld uitgeeft, die er zelf mee kwam. Dit aspect komt in een later artikel terug.
Het artikel ‘Central Bank Digital, Currency Objectives, preconditions and design choices’ is verhuisd binnen de site van DNB. Daarin leggen de schrijvers uit wat het effect is van uitgeven van CBDC, aan de hand van een voorbeeldbalans.
De schrijvers leggen uit dat het uitgeven van CBDC de balans van de centrale bank ‘langer’ maakt. Dat klinkt een beetje raar, het is boekhoudkundig jargon voor een bedrijf dat groeit. Zoals hierboven is gesteld, zorgt het uitgeven van geld dat de centrale bank inderdaad groeit. Tegenover de groei aan de passivazijde staat inderdaad een groter wordende hoeveelheid activa waar de centrale bank rente op ontvangt. DNB heeft het in dat kader zelfs over ‘maatschappelijke kosten’. Immers, als de centrale bank ergens winst op maakt, dan pak je die van iemand anders af. In tegenstelling tot de bewering van Nieuwsuur maakt de centrale bank wel gewoon winst, ook als er CBDC wordt uitgegeven.
Dit verschijnsel heet seigniorage. Het maken van geld zorgt ervoor dat de uitgevende instelling zelf ook geld verdient, daar komt het op neer. Het woord ‘seigniorage’ komt uit de Middeleeuwen. Destijds had de lokale vorst (de seigneur, vandaar de term) het alleenrecht op het uitgeven van geld. Als je als burger je eigen geld ging maken, dan tastte je het monopolie van de heerser aan en kon je rekenen op een overeenkomstige behandeling. Nog steeds is valsemunterij natuurlijk strafbaar, alleen deden ze in de Middeleeuwen en daarna natuurlijk andere dingen met je, als je de regels overtrad.
Tussen 1618 en 1623 maakte Duitsland, toen nog verdeeld, een heftige periode door genaamd ‘Kipper- und Wipperzeit’. Het is achteraf niet meer vast te stellen waar het mis begon te gaan, maar er was sprake van een grote geldontwaarding met heftige maatschappelijke gevolgen. Wat er gebeurde, was dat vorsten doorhadden dat ze geld van een rivaliserende staat konden stelen door stukjes van de randjes van munten af te schrapen. Daarmee had je genoeg materiaal om dezelfde munten te slaan. Als je echt lef had, kon je daarmee zelfs soldaten betalen om die andere staat aan te vallen. In het archief van de Bundesbank zit deze afbeelding uit die periode. Hier wordt op professionele, industriële schaal geld van andere staten aan ontwaarding blootgesteld.
Stel dat een inwoner van een specifieke staat geld heeft verdiend met handel in de rivaliserende buurstaat: neem even aan dat hij daar Bratwurst heeft verkocht. Hij heeft dan honderd munten in handen van die andere staat. Zijn heerser kan die munten even lenen en geld aan de randen afschrapen. Daarmee slaat hij tien nieuwe munten, die in de andere staat niet van echt zijn te onderscheiden: het is immers exact dezelfde legering. De handelaar krijgt zijn honderd munten terug en de vorst heeft nu geld verdiend zonder de handelaar een belasting op te leggen. Deze actie beschadigt de rivaliserende buurstaat wel, want de geldhoeveelheid daar is verwaterd. De vorst kan een dienaar naar die staat sturen en daar gratis goederen inkopen met de munten die hij zelf illegaal heeft geslagen. Eigenlijk is het diefstal.
Aan munten uit die tijd is duidelijk te zien dat iedereen dit op een gegeven moment ging doen, wat voor een enorme geldontwaarding zorgde. Inmiddels hebben munten een geribbelde rand, zodat dit niet mogelijk is. En als je nu iets soortgelijks zou willen uithalen, dan doe je dat natuurlijk met een digitale truc. In ieder geval is dit de herkomst van het woord ‘seigniorage’: als je geld maakt, verdien je daar ook geld mee.
De Britse organisatie Positive Money deed onderzoek naar de budgettaire effecten van CBDC. Ze stellen - terecht - dat seigniorage plaatsvindt bij of centrale banken of bij de particuliere banken als ING en Rabobank. Hoe dat bij een centrale bank werkt, zag u hierboven. Bij een particuliere bank kan iets soortgelijks gebeuren. Via het zogeheten fractional reserve banking (FRB) kan een bank geld scheppen om een lening te verstrekken. Als een klant om bijvoorbeeld een hypotheek vraagt, kan de bank het geld daarvoor uit het niets scheppen. Een bank mag een hoeveelheid spaargeld vaker uitlenen dan een keer. Vervolgens moeten mensen wel hypotheekrente betalen, echt geld dat is verdiend met een baan of een onderneming. Soms hoor je dat banken oneindig veel geld kunnen scheppen met FRB, dat is ook weer niet waar. Zo mag de bank niet te veel schulden op de balans hebben ten opzichte van het eigen vermogen. Maar ook particuliere banken verdienen dus geld met het scheppen van geld, wederom hebben we het over seigniorage.
Volgens Nieuwsuur verdwijnt seigniorage als de overheid digitaal geld gaat uitgeven, in plaats van dat particuliere banken dat doen. Het programma stelt immers dat er met een digitale euro geen geld wordt verdiend. Dat is nadrukkelijk niet waar. Volgens Positive Money is het geld dat elk jaar in een moderne economie wordt verdiend met seigniorage ongeveer een procent van het nationaal inkomen. Als burgers minder contant geld gebruiken en kiezen voor oplossingen van banken, zoals pinpassen, dan verkleint dat effect de inkomsten van de centrale bank. Seigniorage vindt dan nog steeds plaats, maar verhuist van de centrale bank naar de particuliere bank. Het is dus niet de vraag of er wel of geen winst wordt gemaakt met het maken van geld, maar wie die winst mag opstrijken. Volgens Positive Money kan een bescheiden introductie van CBDC de winst van de overheid met dertig miljard pond per jaar vergroten, structureel.
Het exacte bedrag dat er met seigniorage wordt verdiend laat zich lastig schatten, maar het loopt in de honderden miljarden. Nu is het dus de vraag welk deel van de taart de ECB mag opeten. Volgens eigen schattingen verdient de ECB 60 miljard per jaar, een half procent van de economie van de eurozone. Het is te betogen dat particuliere banken het vijfvoudige verdienen. Door CBDC in te voeren, zal de ECB meer gaan verdienen. Daarin zit de fout van Nieuwsuur: het is niet zo dat er geld zonder winstoogmerk komt, het gaat erom wie van die winst mag genieten - de overheid of de particuliere banken.
Tot slot mag niet onvermeld blijven dat er een BNC-fiche over het onderwerp te vinden is. Dat staat voor Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen. Het fiche bevat het wetsvoorstel van de Europese Commissie (EC) over een bepaald onderwerp, in dit geval de digitale euro. De regering legt daarin ook het eigen standpunt uit. Bij veel onderwerpen zou de Nederlandse regering het onderwerp met een veto kunnen treffen, dan gaat het niet door. In de praktijk gebeurt dat letterlijk nooit, geen enkele Nederlandse premier heeft het lef getoond iets tegen te houden dat de EC voorstelt, ook als het slecht is voor Nederland.
De ECB en de EC stellen een limiet voor in het gebruik van CBDC. In de praktijk komt dat neer op een spaarverbod, waardoor CBDC geen enkel nut heeft voor de gebruiker. Kunnen sparen is een kernfunctie van geld en nu wordt er een dienst gelanceerd waarmee dat niet mogelijk is. Het beperkte gebruik draagt bij aan het monetaire beleid van de ECB. Hoe dat werkt, wordt uitgelegd in artikel 16 van het wetsvoorstel.
Centrale banken hebben de particuliere banken nodig om effectief monetair beleid te voeren. Als particuliere banken geld over hebben, kunnen ze dat in een reserve aanhouden bij de centrale bank. Onderlinge betalingen kunnen dan ook uit dat potje gedaan worden, als Rabobank bijvoorbeeld iets moet overmaken aan ING. De ECB kan een rente betalen op de reserves die particuliere banken aanhouden. Als die rente verandert, geven banken die rente ook door aan klanten, dat zijn u en ik. Op die manier heeft de centrale bank grip op de economie.
CBDC zal dus geen vervanging zijn van het betaalverkeer van particuliere banken dat er al is, want de ECB heeft die particuliere banken gewoon nodig om monetair beleid te kunnen uitvoeren. Praktisch gezien betekent dit dat de ECB een groter deel van de koek wil hebben van de honderden miljarden aan winsten uit seigniorage, maar niet dat de ECB de hele koek wil hebben. Dat is het effect van een ‘holding limit’.
In het BNC-fiche schrijft de regering ook dat seigniorage het middel zal zijn om de kosten van het hele project te dekken.
Bij deze opmerking op pagina 4 van het fiche lezen we de volgende toelichting:
Het is dus niet zo dat centrale banken geen winst maken op het uitgeven van de digitale euro: die winsten worden juist gebruikt om het hele project te financieren. Het is redelijk om aan te nemen dat de ECB in het begin meer kosten moet maken om het project uit te voeren. Na een tijd is CBDC af, als het ware. De opbrengsten uit seigniorage lopen dan gewoon door. We hebben het dan over tientallen miljarden euro’s, minstens. De ECB kan dat geld gebruiken voor doeleinden die het zelf formuleert, of het geld uitkeren als winst aan de aandeelhouder. In Nederland is dat het Ministerie van Financiën.
Nieuwsuur stelt dat een digitale euro een vorm van geld is waar geen winst op wordt gemaakt. Dat klopt niet. Het scheppen van geld zorgt er op zich al voor dat er winst wordt gemaakt, het gaat om honderden miljarden per jaar. Als burgers minder contant geld gebruiken en kiezen voor digitale oplossingen van particuliere banken, dan slaan de winsten uit seigniorage ook vaker neer bij die banken. Met een digitale euro kan de centrale bank een stuk van die winst weghalen bij particuliere banken. De ECB heeft die banken wel nodig voor het uitoefenen van monetair beleid en hoeft dus niet de hele koek, enkel een stukje.
De redactie van Nieuwsuur begrijpt duidelijk niet dat er zoiets is als seigniorage. Je kunt geen geld scheppen zonder daar geld mee te verdienen. Er bestaat niet zoiets als geld zonder winstoogmerk. Ook heeft de redactie van Nieuwsuur het BNC-fiche duidelijk niet gelezen bij het onderzoek voor de reportage. Dat is een bizarre omissie, als we heel eerlijk zijn.
Had u mijn laatste boek trouwens al gelezen? Democratie op de helling koopt u hierrr, er is een e-book (digitaal, lekker handig) en een papieren boek. Wilt u mijn gegraaf mogelijk maken? Ga naar BackMe, of u koopt mijn andere boek, Het Euro Evangelie. Laat anders uw waardering voor mijn werk merken via de knop hieronder.














