Waarom de asielcrisis alleen maar verder gaat ontsporen
Wen er maar aan! Hoe weten we dat zo zeker? Iets met trends en Excel enzo. Problemen kennen vaak een oorzaak en als je ziet dat de oorzaken zich opstapelen, dan kun je de uitkomst wel raden. In de asielwereld is er sprake van een accumulatie van mensen met recht op opvang, statushouders of niet. De uitstroom bij het COA is kleiner dan de instroom en dan krijg je een klassieke bedrijfseconomische ‘bottleneck’. De komende vijf jaar is het echt nog niet opgelost.
De asielcrisis en de stikstofcrisis liggen in elkaars verlengde, dus het wordt nog ingewikkelder. Ergens na 2014 begon het dossier heftiger te worden, de samenleving meer te splijten - tot de huidige rellen in onder meer Apeldoorn en Loosdrecht aan toe. Het is om te huilen: het lijkt wel alsof Nederland in gevecht is met zichzelf. Inmiddels is Rob Jetten premier en mag hij het oplossen. Het is dan interessant om oud beeldmateriaal op te vragen en te kijken hoe hij eigenlijk denkt, welke oplossingen hij voor zich ziet. Het wordt nooit echt concreet en dat merken we vandaag de dag ook.
Als we naar het budget van het COA kijken, dan zien we iets vervelends gebeuren. Het COA is sinds 1994 een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO), dat een specifieke taak namens een ministerie moet uitvoeren. Een ZBO publiceert eigen jaarrekeningen, die zijn online te vinden. Daaruit blijkt welke kosten het COA mag maken. Eventuele tekorten en overschotten resulteren in schulden en tegoeden bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Ministerie van Asiel en Migratie.
Daarvoor beschouwde de regering de kosten van asielopvang als een vorm van ontwikkelingshulp. In het Haagse jargon heeft men het dan over ODA-gelden, oftewel Official Development Assistance. In 2016 werden er Kamervragen gesteld over de kosten van de asielopvang tot dat moment. Uit de antwoorden blijkt dat het toen om fors lagere bedragen ging dan nu. De laagste score van deze eeuw werd gemeten in 2005. Toen bedroeg het ODA-budget 4,1 miljard euro en daarvan ging twee procent, 77 miljoen, naar de kosten van de opvang van asielzoekers in Nederland. Inmiddels is dat bedrag gestegen naar meer dan vier miljard. Dat bedrag is hoger dan de totale uitgaven aan de landmacht, luchtmacht en marine per jaar bij elkaar opgeteld. Wat is hier gebeurd?!
In alle redelijkheid kunnen we de toerekening van de ODA-gelden aan asielopvang tot het moment van de Kamervragen uit 2016 in een Excelsheet stoppen met de totale kosten die we in de jaarrekeningen van het COA uit de jaren erna kunnen vinden. Dan krijgen we dit beeld.
Er is een piek in 2015. Dat is te begrijpen, dat was de periode waarin de Duitse bondskanselier Angela Merkel haar uitspraak over ‘wir schaffen das’ deed. Er kwamen miljoenen mensen deze kant op, zonder dat er genoeg opvangplekken waren.
De kosten van de opvang vallen logischerwijs samen met het aantal opvanglocaties. Dat is in twee jaar bijna verdubbeld. Als mensen zich overvallen voelen omdat er dankzij de spreidingswet op zeer korte termijn een opvanglocatie in de buurt kan worden geopend: dat gevoel is dus terecht.
Dat aantal correspondeert niet met de Europese trend in de instroom van mensen, dus er is in Nederland meer aan de hand. Eurostat houdt bij wat de jaarlijkse cijfers in Nederland en de andere EU-landen zijn.
De meeste asielzoekers komen uit Syrië. In 2022, waarin we een stijging zien van de kosten die het COA maakt, escaleerde de oorlog in Oekraïne ook ernstig. Nu bevat het associatieverdrag met dat land en de EU clausules die visumvrij reizen mogelijk maken. Vluchtelingen uit Oekraïne, die daadwerkelijk voor een ‘hete’ oorlog moeten vrezen, maken dus geen gebruik van het asielrecht. Hun opvang is een verantwoordelijkheid van de gemeenten in Nederland. Wel is het logisch dat er sprake zal zijn van enige concurrentie in deze. Als de lokale gemeente een tijdelijk leegstaand kantoorpand gebruikt voor de huisvesting van Oekraïense oorlogsvluchtelingen, dan heeft het COA het nakijken.
In vergelijking met vooral Griekenland valt de druk in Nederland mee. In de EU en specifiek de Schengenzone geldt de Dublinconventie. Een asielzoeker meldt zich aan in het land van herkomst en kan dan door de EU worden herverdeeld, is de regel. Asielzoekers melden zich bij aankomst aan wal en moeten dan niet zelfstandig doorreizen naar een land naar keuze.
Dat doen ze wel. In werkelijkheid vraagt de grootste groep asiel aan in Duitsland, namelijk bijna een kwart miljoen per jaar. Als deze situatie zich vanaf 2010 veertig jaar voortzet, tot 2050, dan zal de groep asielzoekers in Duitsland van de eerste generatie een grotere demografische groep zijn in Europa dan de autochtone Nederlander. Dat is toch iets om over na te denken.
Het valt op dat er een duidelijke correlatie is tussen het nationaal inkomen per hoofd en het aantal asielzoekers. Zo vertrekken asielzoekers wel uit Griekenland om via Kroatië in Nederland aan te komen, maar ze melden zich daar niet aan. De grootste ellende ondervinden omwonenden van de asielzoekers met een kansloos vluchtverhaal; afkomstig uit veilige landen, op zoek naar economische kansen. Verder gaan mensen graag naar een land waar ze al een binding mee hebben.
Door de crisis aldaar is Venezuela sinds 2018 een van de grootste herkomstlanden in de EU. Van de 89 duizend aankomsten vorig jaar, ging op een paar procent na iedereen naar Spanje: daar spreken ze natuurlijk dezelfde taal. Congolezen spreken meestal Frans, dus die treffen we buiten België en Frankrijk dan ook haast nergens aan. Onder Eritreeërs is Nederland de favoriet. Er wonen inmiddels 25.000 Eritreeërs in Nederland, voor drie kwart man van onder de 25. Deze groep is sinds tien jaar stabiel aan het groeien met tussen de twee- en drieduizend man per jaar.
De landen met de karigste faciliteiten zijn Litouwen, Roemenië, Slowakije en Hongarije. Ook al liggen sommige van deze landen aan de grens van de Schengenzone, er is daar bijna geen asielzoeker te vinden. Er gaat letterlijk niemand vanuit Eritrea naar Slowakije.
Het grootste deel van de asielzoekers in de EU en in Nederland is een jonge man. Anders dan wat men vaak denkt, valt het aantal nareizigers in Nederland mee: het gaat om een derde van het totaal. Het aantal binnenkomende mannen is in Nederland per jaar tienduizenden personen groter dan het aantal binnenkomende vrouwen. Door asielmigratie verandert de man/vrouw-verhouding in de samenleving dus significant, ook in buurten met noodopvang.
Het argument over de nareizigers valt twee kanten op, als we naar de gepolariseerde asieldiscussie kijken. Aan de kant van de optimisten over dit onderwerp horen we dat de oververtegenwoordiging van mannen klopt. Zoals OneWorld stelt is de tocht vanaf Griekenland immers zwaar en sturen gezinnen daarom de jongste en gezondste vooruit. Die kan dan namens zusjes en oma asiel aanvragen; de familie op een onveilige plek achterlatend.
Vanaf de andere kant horen we het ‘nareis op nareis’-verhaal. De een heeft het dus over ‘xenofobie’, de ander over ‘asieltoerisme’. In beide situaties gaat men uit van een situatie waarbij de populatie asielzoekers naar geslacht gelijk is; immers, er komen eerst mannen, daarna de vrouwen, om welke reden dan ook. Beide verhalen kloppen overduidelijk niet. Asielzoekers zijn vaak alleenstaande jonge mannen zonder gevolg. Ze maken dus geen ‘gevaarlijke tocht’ omdat ze hun zusjes en oma willen beschermen: maar er zijn ook niet bizar veel nareizigers. Met dezelfde cijfers hebben we beide, tegenovergestelde narratieven ontkracht. Asielzoekers komen meestal voor zichzelf.
Wat heeft de asielcrisis met stikstof te maken? Vanwege de stikstofcrisis mag er in Nederland niet gebouwd worden. Of, tenminste, het aantal bouwvergunningen per jaar is te laag om de snelle bevolkingsgroei door immigratie af te remmen. In een gemiddeld jaar melden zich vijftigduizend mensen bij het COA voor opvang en vertrekken er veertigduizend: een verschil van tienduizend mensen per jaar. Dat betekent dat het COA een soort particuliere woningverhuurder is: zowel de statushouders als de mensen in de procedure hebben recht op een overnachting. Als de bezetting van het COA elk jaar groeit, dan kom je vanzelf bij een opvangcrisis terecht. Daar is nu sprake van.
De spreidingswet maakt het mogelijk om ook zonder medewerking van de buurt en de gemeente een noodlocatie te openen. Als er niets aan de instroom bij het COA wordt gedaan, dan zet de trend zich natuurlijk voort. Inmiddels is het COA naarstig op zoek naar niet minder dan honderdduizend plekken in de opvang, door het land heen.
Geweld bij protesten, ook tegen AZC’s, is nooit goed te praten. Wel mag je zeggen dat de landelijke politiek hier behoorlijk naïef is geweest. De spreidingswet werd aangenomen in een tijd waarin het aantal benodigde opvangplekken hard begon te groeien. Woningbedrijf COA zag de bezetting in een paar jaar namelijk verdrievoudigen. Het correleert perfect met de genoemde lasten, in de grafiek hierboven. Maar het correleert sinds ongeveer 2020 dus niet met de instroom. Laten we die erbij zitten, de oranje lijn.
Sinds 2021 exploderen de kosten per jaar omdat asielzoekers blijven hangen in de opvang, niet omdat het er zo veel zijn. Afgewezen aanvragen resulteren niet in een uitzetting, of niet vaak genoeg. Echte vluchtelingen krijgen een status maar ook voor hen zijn er niet genoeg huizen. Ze lopen tegen dezelfde problemen aan als de autochtone bevolking, er wordt niet genoeg gebouwd. Het zijn wat dat betreft net Nederlanders die hier al eeuwen wonen.
Als er eenmaal een noodopvang is, dan gaat die natuurlijk ook niet meer weg. Buurten waar een AZC wordt gevestigd, weten ook wel dat de locatie niet sluit op de beloofde datum. Het kan simpelweg niet, want er is alleen maar meer ruimte voor noodopvang nodig. Persoonlijk kom ik uit de gemeente Epe, het dorp Vaassen. In Epe zelf is het Fletcher Hotel gebruikt voor ‘tijdelijke’ noodopvang van 268 personen. In maart van dit jaar hadden ze moeten vertrekken, maar dat is natuurlijk niet gebeurd. Nu vreest de gemeente voor een herhaling van de rellen in het naburige Apeldoorn.
Aanvankelijk zou het hotel, met een sociale functie voor het dorp zelf, een half jaar gesloten blijven voor de Epenaren zelf. Die termijn is natuurlijk overschreden, dat had iedereen kunnen zien aankomen. De lokale burgemeester Tom Horn heeft het mogen verkopen als een tijdelijke ‘noodopvang’ maar dat kan het onder de genoemde omstandigheden nooit zijn. ‘Tijdelijk’ is inmiddels verkapt synoniem voor ‘altijd’. Buurtbewoners die wel degelijk met overlast te maken krijgen, worden dus opzettelijk voor de gek gehouden. En dat is die arme burgemeester Horn ook, door het COA. Een overheid die zo met zijn mensen omgaat, krijgt met tegenkrachten te maken die inderdaad niet altijd even fraai zijn. Desondanks mag het niet verbazen.
Nederland heeft ook nog een stikstofcrisis. Door een te rigide Nederlandse interpretatie van een Europese richtlijn, worden er sinds 2019 veel te weinig bouwvergunningen afgegeven. Artikel zes van de richtlijn (die zelf het woord ‘stikstof’ niet bevat) regelt praktisch gezien een verslechteringsverbod voor aangewezen natuurgebieden. Dat betekent dat er bij elk bouwproject, ook voor huizen, moet worden gekeken naar de invloed op het milieu. Bij heel veel menselijke activiteiten komen er chemische verbindingen met het stikstofmolecuul vrij: een onomstreden, scheikundig verschijnsel. Dat geldt voor van alles: verkeer, militaire oefeningen, landbouw, industrie, maar ook de bouw van woningen. Die uitstoot heeft een invloed op nabijgelegen natuurgebieden die goed te meten is.
Het genoemde artikel zes regelt dat de optelsom van de uitstoot daarom elk jaar moet dalen. Op bepaalde vlakken mag er wel meer worden uitgestoten, maar dan moet dat ergens anders in de buurt gecompenseerd worden. Over dat laatste aspect, wat ‘in de buurt’ precies betekent, is jarenlang juridische strijd geleverd. De uitkomst is dat als Defensie bijvoorbeeld meer gaat oefenen in de buurt van een natuurgebied in Epe, dat gevolgen heeft voor toegestane nieuwbouw in dezelfde buurt. Er was eerder een landelijke compensatieregeling, die nu is geschrapt. Sindsdien is er sprake van een stikstofcrisis. De totale uitstoot in de buurt van een specifiek natuurgebied mag dus niet stijgen. Door andere activiteiten af te bouwen, zoals landbouw en industrie, mag er wel meer worden gebouwd: daardoor ontstaat er immers ‘ruimte in de stikstofboekhouding’. Als ik dit in contact met buitenlandse collega’s in de journalistiek bespreek, denken ze dat ik niet helemaal goed ben. Geen Europees land doet dit.
In de Gemeente Epe zijn enkele nieuwbouwprojecten stilgelegd vanwege de stikstofcrisis. Jonge stellen die een gezin willen beginnen, wordt gevraagd de kinderwens even uit te stellen of anders af te stellen. Vervolgens krijgen statushouders voorrang op vrijgekomen de beperkt beschikbare hoeveelheid woningen en groeit hun aantal in de nabijgelegen noodopvang. Dan kun je wel iets van een tegenreactie verwachten. In de grachtengordel (zonder AZC) noemt men deze ‘boeren’ dan ‘xenofoob’ maar wie zo denkt leeft buiten de realiteit.
In 2015 zongen Apeldoorners nog ‘jij bent welkom in mijn land’ voor een recentelijk gearriveerde groep nieuwkomers. Persoonlijk ging ik in Apeldoorn naar school en de lokale cultuur laat zich kenmerken door christelijke waarden als gastvrijheid en barmhartigheid. Protesten over de komst van nog een noodopvang afdoen als racisme en xenofobie is daarmee onzinnig. Nota bene: het originele filmpje is weg, het is wel gebruikt in bepaalde montages, zoals hierboven.
Als een wijk in bijvoorbeeld Apeldoorn een tijdelijke noodopvang accepteert, dan gebeuren er een paar dingen. Het AZC heeft invloed op de wijk, omdat het om bewoners gaat die een bovengemiddeld risico vertegenwoordigen. Dat hoeft niet zozeer aan afkomst te liggen. Asielzoekers in Nederland zijn in de regel alleenstaande jonge mannen zonder relevante opleiding en een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt door een slechte beheersing van het Nederlands. Iedereen kan op zijn klompen aanvoelen dat dat een groter veiligheidsrisico oplevert dan een nabijgelegen bingoclub voor bejaarden. De cijfers liegen er ook niet om.
De invloed is wel tijdelijk: er wordt gevraagd om beperkte solidariteit in verband met een landelijk probleem, klinkt het. Dat is van meet af aan een leugen. Wie dat als eerste opmerkt zal als extreem-rechtse gek worden weggezet. Sinds vijf jaar is er wel sprake van een crisis in de asielopvang, waardoor het COA die tijdelijkheid nooit had mogen beloven. Lokale politici zoals gemeenteraadsleden en wethouders die de keuze maakten om de asielministers onder vooral Rutte op hun woord te geloven, blijken een bijzonder kostbare blunder te hebben gemaakt. De opvang gaat niet weg maar wordt juist uitgebreid! Een gemeente als Epe kan dan nog procederen en het winnen bij de rechter. Het COA betaalt dan een dwangsom, opgebracht bij de belastingbetalende bewoners in de buurt die de overlast juist ervaren. Het COA is immers een Nederlandse ZBO, geen Chinese tabletbouwer die je aanspreekt op garantie na aankoop. Burgers die in eerste aanleg solidariteit toonden, krijgen dus door dat ze zijn voorgelogen en ontvangen ook nog een factuur voor de overlast die ze zelf ervaren. We zien de totale lasten van het COA immers stijgen en dat bonnetje is altijd voor de belastingbetaler.
Dan blijkt dat solidariteit nog duurder is dan gedacht. Of het om reguliere woningen of noodopvang gaat, er zit een maximum op de hoeveelheid stikstofverbindingen die in de buurt mogen worden uitgestoten. Er komt een huis in de buurt vrij, waar de kinderen misschien in kunnen gaan wonen; zelf een gezinnetje starten. Een statushouder krijgt voorrang. Nu zou je dat kunnen opvangen door dan elders snel nieuwbouw te realiseren maar die is stilgelegd vanwege de stikstofcrisis. Nu wordt het echt lelijk.
Buurtbewoners hebben al een grote mate van solidariteit geuit door de voorrangsregeling voor statushouders op de woningmarkt te accepteren. Maar het is geen tijdelijke voorrang, het is een exclusieve keuze; of de een, of de ander. De term ‘voorrangsregeling voor statushouders’ is lelijk eufemisme. Dat huis is van de markt verdwenen voor het eigen kroost en door de maximering van het aantal huizen ten gevolge van de stikstofcrisis, is het offer definitief. Er wordt niet snel nog een huis gebouwd, die bouw is stilgelegd en de kinderen wordt niet verteld voor hoe lang. Dat geeft knagende onzekerheid en frustratie.
Onze eigen koning noemde de ellende rond de opvang nog wel bij een laatste vragenrondje. Daarin keurde hij de protesten, of rellen, natuurlijk af. Hij zegt daarin niets dat botst met de visie van premier Jetten, zo werkt het in Nederland ook weer. Uit de woorden mag je opmaken dat hij nog eens gaat kijken bij zo’n AZC, in gesprek met mensen die daar wonen en werken. Hij had ook kunnen zeggen dat hij met een bouwhelm op een nieuwbouwlocatie zou gaan bezoeken, kijken hoe staat met de oplevering van huizen voor gewone mensen die last hebben van de wooncrisis. Dat aspect wordt niet eens genoemd. Is dit de manier om de boel te deëscaleren, de redelijke zorgen van de eigen onderdanen maar gewoon compleet negeren?
Nederland zucht onder een combinatie van een bestaande huizencrisis door overkreditering en een stikstofcrisis die het onmogelijk gemaakt om nog genoeg bij te bouwen en zo misschien ooit de prijzen te drukken. Daar komt dan een asielcrisis overheen, waarbij mensen die overlast veroorzaken in de wijk wel voorrang krijgen. Ja, dan krijg je ellende.
Migratie hoeft natuurlijk niet slecht te zijn. Het is ook een compliment. Nederland heeft economisch veel bereikt en dat heeft een aanzuigende werking, ook voor mensen die het land veel te bieden hebben. Veel vluchtelingen vragen terecht asiel aan en gaan werken en bijdragen zodra het kan, voorbeelden genoeg. In Noord-Korea of Zimbabwe zien we andere trends met betrekking tot immigratie. Om een gewoon gezinsleven betaalbaar te houden, is het overduidelijk absoluut noodzakelijk dat er genoeg gebouwd wordt voor de groeiende bevolking. Doe je dat niet, vanwege een overtrokken stikstofcrisis, dan krijg je een strijd om een eerste levensbehoefte - dat is namelijk wonen. Zo’n strijd is altijd lelijk, wie had iets anders verwacht?
Nederland kan het zich niet veroorloven om tegelijkertijd een asielcrisis en een stikstofcrisis te hebben, dat kan enkel ontsporen. Bouw genoeg huizen, stikstof of niet, of voer een onmiddellijke asielstop in. Ook als er niet meteen harde, duidelijke keuzes worden gemaakt, dan zit Nederland nog met een achterstand in de opvang bij het COA van honderdduizend mensen. Dat gaat hoe dan ook knellen in de komende jaren. Nu maakt onze regering geen enkele keuze, er is geen beleid, dus het wordt alleen maar erger. De asielcrisis is al ontspoord en de komende weken wordt het alleen maar erger. Dat zijn de naakte feiten. Alle reden voor een Current Ratio natuurlijk.
Had u mijn laatste boek over digitalisering trouwens al gelezen? Democratie op de helling koopt u hierrr, er is een e-book (digitaal, lekker handig) en een papieren boek. Wilt u mijn gegraaf mogelijk maken? Ga naar BackMe, of u koopt mijn andere boek, Het Euro Evangelie. Laat uw waardering voor mijn werk merken via de knop hieronder. Veel kijkplezier!















De mafkezen gaan gewoon door, zolang iedereen braaf op fe handjes blijft zitten en vooral nietvtegen sputterd komen ze dagelijks met nieuwe waanzin.
Lekker blijven zitten ook als de vingers tintelen... vooral niet vreedzaam gaan wandelen met gelijk gestemden.
Gruwelijk