Natuurlijk word je als vrouw liever geboren in Nederland dan Namibië. Maar er zijn leugens, grote leugens en statistieken. Het World Economic Forum (WEF) heeft een jaarlijks rapport gemaakt over, wel, de staat van de vrouw in elk land. Daar wordt een score op los gelaten en vervolgens maken ze een ranglijst met alle landen van de wereld. Nederland doet het slecht, met plek 46. Elk nieuwsmedium tikt hetzelfde verhaal over, zonder het rapport gelezen te hebben. Anders zouden ze niet hebben geschreven dat vrouwen het zwaar hebben in Nederland en dat de kloof pas over een eeuw is gedicht.
Het begint meestal bij een Amerikaans medium. Er is een verzonnen probleem waar sociologen van smullen. Vrouwen zijn ondergeschikt aan mannen, schrijft het WEF. De conclusie staat in hun rapport genaamd Global Gender Gap Report 2026, hierna ‘het rapport’.
Namibië staat in de ranglijst voor gelijkheid op plek vier, ver boven Nederland. De buurlanden van Namibië staan veel lager, in de buurt van Nederland. Als je dat ziet, mag je je afvragen hoe de ‘genderkloof’ eigenlijk wordt berekend. RTL Nieuws schrijft: ‘Nederlandse vrouwen hebben grote problemen om mee te doen in de economie, stelt het WEF. In die categorie staat Nederland wereldwijd op plek 77.’
Lezers van deze site zijn al bekend met de layout van WEF-rapporten. Het ziet er allemaal mooi uit. Deze keer zijn er 394 pagina’s aan materiaal en we kennen het stramien: het gemiddelde kwaliteitsmedium pent de samenvatting over verbindt daar heftige conclusies aan, zonder de nuanceringen te hebben gelezen. Dat zagen we laatst ook bij het verhaal over vermeende Russische inmenging.
Bij dit soort rapporten ontkom je er niet aan om het toch helemaal te lezen. Het goede nieuws is dat er voor 145 landen een kaart is gemaakt, waarop te zien is wat de score is per onderwerp. Het rapport per land telt twee kantjes, dus dat zijn al 290 pagina’s van de 394. De rest is wel taaie tekst om door te ploegen. Laten we voor de volledigheid bij de disclaimer beginnen.
Die volgt op een conclusie, waarin staat dat bij een analyse van 97 landen, je mag zeggen dat twee derde van de ongelijkheid tussen man en vrouw sinds de start van de meting is verdwenen. In 2006 begon het WEF met dit onderzoek en van de andere landen zijn er niet genoeg gegevens. De disclaimer heeft betrekking op de manier waarop je die ongelijkheid meet en hoe je vervolgens kunt zeggen dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden. Dat rekenwerk is niet onder problemen.
Uit de eerste vijftig landen uit de lijst blijkt bijvoorbeeld dat Nederland, op plek 46, nu een score heeft van 0,750. Dat komt neer op een verslechtering van 0,007 en daarmee zakt Nederland met drie posities ten opzichte van vorig jaar. Dat cijfer staat in de laatste kolom. Bij NOS Nieuws lezen we dan dat er weer een ‘dieptepunt is bereikt’. Maar wat zegt zo’n cijfer eigenlijk?
In de disclaimer lezen we dat het WEF samen met hun partner LinkedIn (die data levert) een eigen scoremodel heeft gemaakt. Er wordt daarbij gekeken hoe vrouwen en mannen het onderling zouden moeten doen, naar de mening van de schrijvers, en hoe ze het in het echt doen. Daarbij kijken de schrijvers naar zaken als participatie op de arbeidsmarkt en gezondheid. Als Namibië hoger staat dan Nederland, dan betekent dat dus niet vrouwen daar gezonder zijn dan hier. Het WEF maakt een score die ze willen zien, op basis van gewenste verschillen tussen man en vrouw. In Namibië zijn de verschillen in het echt ten opzichte van die benchmark kleiner dan wat het WEF zelf redelijk vindt, dus staat Namibië hoger dan Nederland. En ja, dat is een rare manier om te meten. Het rapport zegt hierover:
‘Gender equality vs. women’s empowerment: The third distinguishing feature of the Global Gender Gap Index is that it ranks countries according to their proximity to gender equality rather than to women’s empowerment. Our aim is to focus on whether the gap between women and men in the chosen indicators has declined, rather than whether women are winning the so-called “battle of the sexes”. Hence, the index rewards countries that reach the point where outcomes for women equal those for men, but it neither rewards nor penalizes cases in which women are outperforming men in particular indicators in some countries. Thus, a country that has higher enrolment for girls rather than boys in secondary school will score equal to a country where boys’ and girls’ enrolment is the same.’
Volgens het WEF mogen vrouwen niet minder verdienen dan mannen voor hetzelfde werk, dat is de discussie over de loonkloof. Als mannen en vrouwen precies evenveel verdienen en exact gelijk zijn, dan is er een onderlinge score van 1. Maar als vrouwen meer gaan verdienen is dat goed, dat is geen ongelijkheid. Ook als vrouwen het op een vlak dus beter gaan doen dan mannen, dan verbetert hun score niet, ‘empowerment’ betekent dat vrouwen het beter moeten doen. Het gaat dus niet gelijkheid. Als er op een ander vlak een tegenovergestelde trend is, meet je die verslechtering wel, volgens deze filosofie. Daarmee wordt de positie van de vrouw altijd slechter voorgesteld dan hij echt is. Zo is in Nederland de loonkloof, het verschil in salaris tussen man en vrouw, inmiddels verdwenen. Bij de jongste generatie verdienen vrouwen zelfs meer, maar bij de oudere generatie werknemers niet. Als je het eerste negeert, de kern van de methode van het WEF, dan krijg je een vertekend beeld. Je filtert positief nieuws over vrouwen uit het geheel, iets wat de resultaten onbetrouwbaar maakt.
We pakken de kaart van Nederland erbij om te zien hoe de methodiek in elkaar steekt. Linksboven zien we een samenvattend diagram op vier assen: economie, onderwijs, gezondheid en politiek. Die vier scores samen leveren een gemiddelde op en dat is de genoemde 0,750 voor Nederland. Elke score is weer opgebouwd uit deelscores. Voor economie, of ‘economische participatie en kansen’ gaat het om arbeidsmarktparticipatie en geschatte inkomsten voor mannen en vrouwen.
Het WEF heeft op subjectieve wijze standaarden bepaald die voor elk land zouden moeten gelden. Vervolgens kijken de onderzoekers wat het verschil is tussen hoe vrouwen het doen ten opzichte van mannen. Dat is een belangrijk detail: het gaat er dus niet om hoe het echt met vrouwen gaat, maar hoe ze zich verhouden tot mannen. Zo werkt 64,4 procent van de Nederlandse vrouwen tegen 73 procent van de mannen. Dat levert een score op van 0,702 in de methodiek van het WEF. Je zou dan denken dat vrouwen 70,2 procent zo vaak werken als mannen maar dat is niet zo: het verschil in de score die u ziet is 12 procent. Dus voor elke hoeveelheid Nederlandse mannen die werken, zijn er ook 88 procent vrouwen aan het werk. Het verschil tussen 88 en 70,2 komt door het aparte rekenmodel dat het WEF zelf gebruikt.
Dit is een ander groot probleem aan de manier waarop het WEF rekent. In de disclaimer staat dat er niet naar uitkomsten maar naar ‘input’ wordt gekeken. Voor armere landen gelden andere normen. Niger heeft bijvoorbeeld vergelijkbare scores als Nederland en scoort beter op de arbeidsmarkt. Nu is het lastig om je voor te stellen dat vrouwen het in Niger fijner hebben dan in Nederland op de werkvloer.
Om Nederland met Niger (of straks, Namibië) te vergelijken, heb je een dataset nodig die niet bestaat. In Nederland hebben we het CBS, dat de loonkloof meet: wat verdienen vrouwen ten opzichte van mannen? Volgens de laatste cijfers van het CBS is het verschil in Nederland in 2025 afgerond tien procent.
Maar volgens het WEF verdienen Nederlandse vrouwen maar 60 procent van hun mannelijke tegenhangers. Hoe kan dit verschil ontstaan? Omdat Niger en andere landen geen CBS hebben van de kwaliteit van Nederland, heeft het WEF maar eigen cijfers opgeschreven. Daarbij maken ze een schatting van het aantal werkzame vrouwen en mannen ten opzichte van het totaal en vermenigvuldigen ze dat met een schatting van het salaris door een ander instituut, het ILO. Voor Nederland is dat totaal onzinnig, omdat we hier wel nauwkeurige cijfers hebben over de positie van de vrouw op de arbeidsmarkt. Deze cijfers gebruikt het WEF doelbewust niet, omdat het CBS van N’Djamena geen gedetailleerde informatie kon aanleveren. Daarom komen ze maar met deze lompe schatting, alsof je een olifant op kalligrafiecursus stuurt.
In Niger zijn mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt kennelijk gelijkwaardiger dan in Nederland, aldus het WEF. Dat is een bijzondere conclusie. Het WEF verwijst hierbij naar cijfers van het ILO en hun database ILOSTAT. Daar kunnen we zelf ook in graven. Niger heeft deze pagina met onderstaande indicatoren.
Van alle inwoners van Niger heeft 98,5 procent op zijn minst een ‘informele baan’. Dat wordt als een goede score gezien, omdat een informele baan beter is dan omkomen van de honger. We hoeven het niet uit te splitsen tussen mannen en vrouwen, het is bijna iedereen. Als je in Afrika ziek, zwak en misselijk bent, is er geen sociaal vangnet zoals in Nederland. Dus als je even geen inkomen hebt ga je in de informele sector aan het werk, dat kan alles zijn maar vaak wordt het allemaal niet zo goed geregistreerd als in Nederland. Aangezien er voor niemand een uitkering is, moet zo goed als iedereen op zijn minst iets van een ‘hustle’ hebben en is er op dat vlak geen verschil tussen mannen en vrouwen in Niger. Het WEF vindt dat mooi.
Er zijn onderzoeken gedaan naar de positie van de vrouw op de arbeidsmarkt in Niger, die is niet zo best en veel slechter dan in Nederland. Wegens een totaal afwezig zijn van een vangnet voor vrouwen in kwetsbare posities moeten ze in tijden van nood wel iets doen, desnoods een illegaal klusje. Mannen krijgen ook geen uitkering, dus zitten beide geslachten samen in hetzelfde ellendige schuitje, wat betekent dat het WEF weinig onderling verschil kan meten. Het WEF kijkt in dit onderzoek niet naar hoe het met vrouwen op zich gaat, maar in welke mate ze het slechter hebben dan mannen. Vervolgens gooit het WEF hun eigen bewerking over dat cijfer heen en dan kun je tot de conclusie komen dat Niger het veel beter doet dan Nederland.
Niger staat in de lijst op plek 3 van de 145 voor de plek van de vrouw op de arbeidsmarkt tegen plek 102 van de 145 voor Nederland, terwijl een Nederlandse vrouw gemiddeld honderd keer zo veel verdient! Dat is het verschil in de economie tussen de twee landen. De enige manier om Nederlandse vrouwen hier vooruit te helpen, is al hun sociale rechten af te pakken. Dan dwing je ze uit de uitkering richting de informele economie en stijgt de gemeten arbeidsparticipatie. Naar deze rekenmethode is een Nederlandse moeder die besluit thuis voor de kinderen te zorgen, ongelukkiger dan een tegenhanger uit Niger wiens werkgever net failliet is gegaan en nu wel gedwongen moet bijverdienen in de straatprostitutie. Toch nemen mensen dit onderzoek serieus, maar ze zullen het dan ook niet gelezen hebben.
Maar Namibië was de koploper van Afrika, niet Niger. Dat land doet het in het geheel veel beter dan Nederland. We pakken de kaart erbij. En de trend is helder: omdat er vaak voor Nederland wel cijfers voorhanden zijn die de Afrikaanse vrienden niet kunnen produceren, maakt het WEF zelf schattingen. Voor de Afrikaanse landen kun je stellen dat je dan tenminste iets van een schatting hebt, maar je produceert dan cijfers voor Nederland waarvan je weet dat ze niet kloppen - dat zagen we net bij de loonkloof.
Dit land in het zuiden van Afrika scoort op gezondheidszorg beter dan Nederland, met 0,980 ten opzichte van de 0,961 van Nederland. Niger haalde daar trouwens een 0,951. Vrouwen gaan volgens het WEF net zo graag naar een ziekenhuis in Nederland als in Niger maar het liefst naar Namibië. Hoe komen we bij zo’n gek cijfer?
Wat korte interessante feiten over Namibië: deze voormalige Duitse kolonie werd daarna tijdelijk bezet door buurland Zuid-Afrika maar is nu zelfstandig. Het land heeft geen geopolitieke aspiraties, de boel thuis gewoon een beetje regelen - denk aan gezondheidszorg. Er leven drie miljoen mensen op een gebied groter dan Frankrijk en de Benelux bij elkaar. Plek zat voor een schat een wilde natuur, maar zorg organiseren is dan een ramp. Hoe krapper het land, hoe beter de infrastructuur, denk maar aan Nederland. De snelweg tussen de twee grootste steden is hier vijftig kilometer lang en geen vijfhonderd, dus die wordt eerder aangelegd. Met hangen en trekken levert Namibië de zorg die mogelijk is. Maar die haalt het niveau van Nederland dus niet bij benadering.
Hoe komt het WEF er dan bij dat Namibië het beter doet dan Nederland? Dat gaat in twee stappen. Het WEF vindt de gemiddelde leeftijd waarop men gezond oud wordt, voor vrouwen zes procent hoger moet liggen dan voor mannen. Waarom het geen drie of negen is, niemand die het weet. Dat is het streefcijfer. Het gaat dus om de onderlinge verhouding tussen man en vrouw, ten opzichte van wat het WEF zelf redelijk vindt.
Hoe doet Namibië het? Voor zowel vrouwen als mannen zijn naar Afrikaanse standaarden gezond, kijk maar naar de onderste rij. Vrouwen hebben in de overzichten een groen kleurtje, mannen paars. Als je niet wil dat vrouwen het slechter doen dan mannen (andersom is prima) dan staat het groene vakje dus rechts van het paarse.
Vrouwen hebben daar gemiddeld bijna vier gezonde levensjaren meer dan mannen, voor wie het gemiddelde einde van het gezonde leven gemiddeld op 51-jarige leeftijd wordt bereikt. Probeer je, even terzijde, even in te denken wat dat betekent. Maar hoe doet Nederland het? Kijk weer naar de onderste rij.
Een Nederlandse vrouw leeft gemiddeld bijna vijftien jaar langer gezond dan een Namibische. Toch krijgt de zorg in het Afrikaanse land een betere score. Waarom? Omdat mannen in Nederland ook steeds gezonder oud worden en dat moeten we niet willen. Bij mannen en vrouwen beginnen de ouderdomsklachten gemiddeld bij nagenoeg precies 70 jaar, er is geen onderling verschil. Daarom wordt de benchmark van het WEF van 106 niet gehaald. In Namibië doen vrouwen het wel beter dan mannen, ten opzichte van de willekeurige benchmark van 106. Daarom staat Namibië op plek nummer 1 van de wereld en Nederland bijna onderaan, met plek 127, ook al hebben Nederlandse vrouwen dankzij de betere zorg hier vijftien jaar extra. Ben je dan het slachtoffer van ongelijkheid? Ruilen kan altijd.
Bij alle gemeten scores zien we dit soort rare effecten. Namibisch onderwijs is net zo goed als het Nederlandse, ook al gaan hier twee keer zo veel meisjes naar school. De gelijke score krijg je door met cijfers te goochelen, iets wat het WEF graag doet. Nu mag iedereen dat doen, maar dit rapport is vrij kwalijk. Het WEF schrijft namelijk in de inleiding dat het de bedoeling is dat alle verschillen verdwijnen, tussen man en vrouw - niet tussen de landen onderling.
Stel dat we Nederland een net zo goede score op zorg willen geven als Namibië. Mannen zijn de laatste tijd gezonder geworden, door een betere leefstijl zoals minder vaak roken en beter eten. Jarenlang krijgen mannen spotjes van de overheid met die boodschap. Ze zijn nu net zo gezond als vrouwen en ontlasten daarmee de zorg. Het WEF vindt dat een kwalijke ontwikkeling. Mannen moeten kapot, volgens deze rekenmethode.
Immers, mannen doen het nu niet langer minstens zes procent slechter dan vrouwen en dus worden vrouwen gediscrimineerd - zo rekent het WEF. We kunnen twee dingen doen om dit op te lossen. Maak vrouwen heel snel gezonder, vanuit humaan oogpunt is daar niks tegenin te brengen. Het zal lastig te realiseren zijn. De andere oplossing is: maak mannen bewust ongezonder, zodat ze zes procent van hun gezonde levensjaren verliezen. Dan hebben ze een nadeel ten opzichte van de vrouw. Het rapport gaat over ‘gendergelijkheid’ maar dat klopt dus niet: Nederland krijgt op zorg een slechte score omdat er juist geen ongelijkheid is. Als je zo rekent, pleit je eigenlijk voor heel vreemd beleid - zoals uitkeringen voor vrouwen afschaffen zodat ze sociaal zwak worden en mannen dwingen te roken.
Het probleem met dit rapport zit hem erin dat er een score voor 145 landen gemaakt wordt, terwijl die niet allemaal beschikking hebben over dezelfde data over bijvoorbeeld salarisverschillen tussen man en vrouw. Dan ga je schattingen produceren die voor Niger wellicht in de buurt van de waarheid komen, maar voor Nederland zwaar afwijken van de werkelijkheid. Het WEF publiceert dus verzonnen cijfers en negeert daarbij wat het CBS gewoon kon aanleveren. Daarnaast krijgt een land strafpunten als de vrouw het niet beter doet dan mannen, gebruikmakend van een willekeurige maatstaf. Naar die maatstaf gendergelijkheid bereiken zal nooit gebeuren, tenzij je hele rare dingen doet om vrouwen op die willekeurig gedefinieerde voorsprong te krijgen. Ook zorgt de focus op ‘empowerment’ dat je goed nieuws over meisjes en vrouwen negeert, wat het rapport onnodig alarmistisch maakt.
Tot slot mag niet ontbreken dat het WEF wordt betaald door grote bedrijven om eigen beleid te pushen. Veel data in dit rapport zijn willekeurig in elkaar gevouwen en komen van LinkedIn. Dit is de complete bronvermelding van het hele rapport: tel hoe vaak we LinkedIn tegenkomen.
LinkedIn is aangesloten bij het ‘Centrum’ van het WEF voor ‘Diversity, Equity and Inclusion’. De netwerksite beschikt over gegevens van miljoenen mensen en hun loopbaan. Die data willen ze (anoniem) verkopen en zo als expert aan tafel komen bij de beleidsmakers van de wereld - want wij weten alles.
Het WEF schrijft dan een artikel met enkel data van LinkedIn als input. Vervolgens moet daar actie vanuit de overheid uit voortvloeien en dan is het wel de bedoeling dat LinkedIn als expert mee kan praten. ‘Stakeholder engagement’ noemde Klaus Schwab dat.
Net als in het eerder besproken rapport over ‘gendergelijkheid’ baseert LinkedIn zich op eigen data, alsof iedereen in de wereld - ook in Niger - op dat platform zit. Dat is natuurlijk niet het geval. Ook is de mate waarin gebruikers van de site hun persoonlijke informatie over hun carrière actueel houden nogal divers. Gegevens van LinkedIn kunnen soms een leuk inzicht geven voor een artikel op een site voor HR-experts, maar meer ook niet.
In het rapport wordt LinkedIn veertig keer aangehaald. De data zijn dubieus en worden vermengd met de eerder genoemde dubieuze ‘feiten’ met de benchmark van bijvoorbeeld 106 in gezonde levensjaren.
Zo stelt het rapport dat vrouwen 85 procent vaker hun carrière moeten onderbreken vanwege de geboorte van een kind. Het gaat daarbij om een pauze die langer duurt dan het reguliere zwangerschapsverlof rondom de bevalling. Deze gegevens komen uit een interpretatie van onderzoekers van het bedrijf LinkedIn, die daarvoor profielen van hun gebruikers bestudeerden. Nu kun je je afvragen of dat de bedoeling is, maar ook of dit een goede methode is. Niet elke beroepsgroep is even veel op LinkedIn te vinden, bijvoorbeeld. Data uit medische hoek over dit interessante verschijnsel zijn ruim voorhanden. Waarom gebruik je die niet?
Het WEF is een lobbyclub die problemen aan de kaak stelt, waarbij de oplossing die wordt aangedragen uit de hoek van de eigen betalende leden komt. Op zich niet vreemd of illegaal, zo werkt het in de sales. Maar een samenleving moet niet in die flutrapportjes trappen, met rare aannames en ontbrekende echte feiten en cijfers. Dan ga je je richten op een fictief beeld van ongelijkheid tussen vrouw en man. De aandacht gaat dan naar het bestrijden van dit vermeende onrecht, de eerste geluiden zijn er al.
Het probleem is niet dat Nederlandse vrouwen net zo veel gezonde levensjaren hebben als Nederlandse mannen, dat is geen ongelijkheid maar juist gelijkheid. De vraag is waarom een Namibische vrouw vijftien gezonde levensjaren mist ten opzichte van een Nederlandse, dat is echte ongelijkheid. Hoe kan men de Nederlandse vrouw onder die omstandigheden als het slachtoffer zien? Aan het beantwoorden van die vraag kunnen de sponsoren van het WEF geen geld verdienen, dus krijg je deze onnodige ophef. Trap er niet in.
Had u mijn laatste boek trouwens al gelezen? Democratie op de helling koopt u hierrr, er is een e-book (digitaal, lekker handig) en een papieren boek. Wilt u mijn gegraaf mogelijk maken? Ga naar BackMe, of u koopt mijn andere boek, Het Euro Evangelie. Laat anders uw waardering voor mijn werk merken via de knop hieronder.






















