Het is de manier om een date te laten mislukken: begin over de obligatiemarkten. Niet dat je een date moet willen verpesten, je kunt ook niet gaan. Maar het is bij iedereen vst eens gebeurd dat de eerste ontmoeting niet voldeed aan de hooggespannen verwachtingen. Daarom moet je ook uitkijken met hooggespannen verwachtingen, maar dat terzijde. Door over een saai onderwerp te beginnen, geef je de ander een prikkel om de date af te breken met de bekende smoezen: de was zit nog in de droger, ik moet de hond uitlaten, mijn moeder ligt nog in bad, bedenk het maar. Het voordeel is dat je dan zelf niet iets naars hoeft te doen. Het onderwerp ‘obligatiemarkten’ is een probaat middel in deze, maar gebruik anders waterschapsverkiezingen, de geschiedenis van postzegelperforatie in Nederland of het artikel dat je recentelijk in een juridisch vakblad hebt gelezen over de optimale structuur van een vereniging van eigenaren.
Toch zijn obligatiemarkten spannend. Daar gebeurt het een en ander. We zien de laatste dagen een opmerkelijke stijging van de yield. Dat is de rente op de tweedehandsmarkt voor staatsschulden. Op den duur zorgt dat ervoor dat die overheden veel meer rente moeten betalen op hun schulden. Dat geld verdienen ze door de belasting voor burgers te verhogen, dat zijn u en ik. Kijk, is het toch interessant. Deze week besloot de Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent om zelf obligaties, schuldbewijzen, van de Amerikaanse overheid op te kopen. Zodoende stijgt de koers. Dat is inderdaad vreemd, want een overheid met een begrotingstekort moet geld lenen via die obligaties om uitgaven te kunnen doen. Je gaat dus geld lenen om een lening aan jezelf te verschaffen. Dan zit je inderdaad aan het einde van een economische cyclus, als je op dit soort gekkigheid bent aangewezen.
Wat er kort en goed gebeurt, is dat de koersen van obligaties dalen terwijl centrale banken het tegenovergestelde proberen te bewerkstelligen. Die centrale banken zijn dus door hun middelen heen. Een belangrijk begrip in deze is ‘yield’, oftewel de rente op de tweedehandsmarkt voor beleggingen. Die noemen we ook wel de secundaire markt. De primaire markt is de plek waar beleggingen ontstaan, als een bank of een belegger direct geld uitleent aan een overheid. In ruil daarvoor krijgt de belegger een stuk papier, dat aangeeft dat de overheid belooft de schuld terug te betalen. Dat stuk papier is de obligatie. De verstrekker van de lening kan de obligatie doorverkopen aan een andere belegger. Alle transacties bij elkaar opgeteld, na de eerste keer dat er is uitgeleend, noemen we dus de secundaire markt, de tweedehands marktplaats.
De primaire en secundaire markt zijn natuurlijk nauw met elkaar verbonden. Stel dat je als burger je eigen frisdrank verkoopt, deze zit in glazen flessen en is een jaar houdbaar. Je verkoopt voor een paar honderdduizend euro aan frisdrank aan een beperkte groep mensen, ze kunnen het nooit opdrinken binnen een jaar. Een aantal mensen kocht de frisdrank uit speculatieve doelen, ze hopen dat het in waarde stijgt. Al snel krijgt de helft van de mensen die wel een slok neemt direct diarree. Het product is duidelijk niet goed. Wie al flessen heeft, verkoopt ze nu tegen een fractie van de oorspronkelijke prijs.
Elke transactie met u als fabrikant noemen we de primaire markt: wat er daarna gebeurt, is de secundaire - al verkoopt men frisdrank natuurlijk niet zo vaak door als schilderijen en auto’s. Als er een grote partij ondeugdelijke frisdrank door de markt is aangeschaft, zit je veilig, als eerste verkoper. De centjes van de klanten heb je in je zak, de daling van de waarde van uw eigen goederen treft anderen. Dat is natuurlijk een verkeerde aanname, want als de prijzen op de secundaire markt instorten, doen ze dat op de primaire markt ook. Onder deze omstandigheden is het onmogelijk om zelf nog tegen de oorspronkelijke prijzen te verkopen. De verkoper op de primaire markt gaat er ook aan, maar niet meteen. Dat is wat er nu aan het gebeuren is, in de financiële meltdown om ons heen.
Bij de handel in obligaties werkt dat ook zo. Alleen kijken we dan niet naar grafieken van koersen, maar van rentes. Die gaan de andere kant op. Voor de leek is het misschien tegenstrijdig, maar probeer de redenering te volgen. In de uitzending van Vuurtoren TV (?) gebruikten we een voorbeeld van een obligatie van een bedrijf uit Canada van de negentiende eeuw dat niet meer bestaat, maar het principe is hetzelfde. Als koper van een obligatie betaal je voor een rente die de uitgever (een bedrijf of overheid) belooft in de toekomst uit te keren. Beloftes kunnen ook gebroken worden natuurlijk, maar denk daar even niet aan.
In de terminologie van de obligatiemarkten werken we met coupons. Een staatsobligatie, zoals deze Amerikaanse uit 1976, heeft twintig coupons die de koper elk half jaar mag insturen. Dan wordt er een rente van 200 dollar betaald. De hoofdsom is 5.000 dollar. Elk jaar krijg je dus 400 dollar rente op een schuld van 5.000 dollar, wat neerkomt op een rente van acht procent. Leuk als je wil rentenieren.
Tegenwoordig gaat de handel in obligaties en het betalen van de rente digitaal, niemand stuurt nog fysiek de bonnetjes op. Wie dit maar een ouderwets verhaal vindt, komt bedrogen uit. In de jaren ‘70 en door de hele geschiedenis heen zochten investeerders naar een gegarandeerde uitbetaling, een vaste rente. De handel geschiedt nu niet langer op papier, maar er is nog steeds sprake van een vaste coupon en een handel die een prijs oplevert.
Een pensioenspaarder kan bijvoorbeeld een paar obligaties kopen en weet precies wat er steeds binnenkomt: hier is dat 200 dollar per half jaar per obligatie. Als hij de obligatie tussentijds verkoopt, om welke reden dan ook, ontstaat er een nieuwe prijs. Dat is de dagkoers van de tweedehands obligatie. De prijzen van Amerikaanse staatsobligaties staan onder meer op de website van The Wall Street Journal (WSJ). De bovenste loopt eind deze maand af en de vraag- en laatprijzen (bid and ask) zitten net onder de 100. De koers is steeds een percentage, met honderd procent als de nominale waarde. Als een obligatie onder de 100 wordt verkocht, bijvoorbeeld op 99 en een beetje, dan is deze in waarde gezakt. Hou nog even vol, het wordt spannend.
Wie verder in het overzicht zoekt, ziet dat er regelmatig obligaties tegen 90% worden verkocht. Dat betekent dat ze met 10 procent in waarde zijn gezakt sinds de uitgifte. In het overzicht van WSJ staan de obligaties die al eerste aflopen, bovenaan. In de laatste dagen voordat er wordt terugbetaald gebeurt er meestal niet zo veel, daarom zitten ze allemaal in de buurt van de 100. Net als bij het voorbeeld van frisdrank, is er iemand die er graag van verlost wil raken. In de regel is dat een goed ingevoerde belegger, een asset manager bij een bedrijf als Goldman Sachs of Blackrock, die denkt: ‘deze obligatie ben ik liever kwijt dan rijk’. Dat is een veeg teken.
Wat verderop in het overzicht vinden we obligaties die tegen de helft van de waarde worden verkocht. Het zijn dertigjarige leningen die in 2050 aflopen. Ze zijn tijdens de pandemie aangegaan, toen de rente zo goed als nul was. Wie toen 1 procent rente wist te vangen, had een goede deal gemaakt. Inmiddels is de rente eerder 5 procent. Iemand die een obligatie van 1 procent heeft gekocht, zit dus tot 2050 met een slecht beleggingsproduct. Als belegger kun je snel je verlies nemen en het allemaal vergeten, moet je de obligatie alleen even verkopen. Die handel bestaat wel, maar je zult een ander een flinke korting moeten geven. Als dit je hele pensioen was, is je pensioen gehalveerd. Beleggen in obligaties is duidelijk niet zonder risico.
Hier zien we evenwel hoe ellende op de secundaire markt de primaire markt raakt. Een obligatiebelegger kan wellicht de blauw gemarkeerde obligatie aangeboden krijgen van een andere belegger: krijg dik een procent rente tot 2050. Met de kennis van nu is dat een slechte deal, dus pas als hij vijftig procent korting biedt krijgt hij kopers. Tegen die prijs wordt er daadwerkelijk in deze obligaties gehandeld. De belegger die hem in 2020 direct van de overheid kocht - de primaire markt - maakt dus een verlies van vijftig procent met handel op de tweedehandsmarkt. De overheid is daar niet actief (in theorie). Toch komt diezelfde overheid nu in de problemen. Het zal voor de Amerikaanse regering onmogelijk zijn om die oude deal te herhalen: dertig jaar geld lenen tegen een rente van iets meer dan een procent.
Een belegger op de tweedehandsmarkt, de secundaire, kan zo’n obligatie met vijftig procent korting krijgen. Waarom zou je dan de hoofdprijs betalen op de primaire markt? Als koersen op de tweedehands markt dalen, dan volgt de eerstehands markt vanzelf, met een beetje vertraging.
Een makkelijker manier om dat inzichtelijk te maken is via de ‘yield’, de rente die ontstaat door handel in obligaties. De Amerikaanse overheid kan nu dezelfde leningen uitschrijven tegen een prijs van 100 en een rente van ruim een procent. Beleggers zullen daar maar 50 voor willen betalen. Moet u zich voorstellen dat een privé persoon dat doet: je leent 50 voor een aankoop maar moet 100 terugbetalen, al is de rente wel laag. De overheid in dit voorbeeld moet zo’n gekke deal wel sluiten, omdat de rente intussen is gestegen. Een alternatief is: straks 100 terugbetalen, nu ook 100 krijgen om bijvoorbeeld oorlog te voeren. Kunnen beleggers dan aangetrokken worden als de rente op die lening stijgt? Dat kan, dan kom je vandaag de dag alleen wel eerder in de buurt van de vijf procent. Dat is de yield, de rente waartegen beleggers nog wel te paaien zijn. Van die yield is ook een grafiek, per obligatie. We pakken die van tienjarige Amerikaanse obligaties, die het meest worden verhandeld. Nu wordt het wel spannend.
De yield bedroeg tussen 2017 en begin 2020 steeds meer dan twee procent. De VS konden geld lenen tegen die rente - en dat deden ze ook. Dan zien we dat de yield daalt in 2020. Destijds was er de Coronapandemie. De angst bestond dat dat een heftige recessie zou opleveren, maar het viel achteraf mee (in economische zin).
De rente die een overheid betaalt, is van twee factoren afhankelijk. De centrale bank van een land stelt de rente in waartegen particuliere banken transacties aangaan, met de centrale bank en met elkaar. Dat is de beleidsrente. Vervolgens kan een belegger die rente wat aan de lage kant vinden, omdat er in haar of zijn ogen sprake is van een grote kans op wanbetalen. Dan is een hogere rente op zijn plek. Een overheid betaalt dus altijd de beleidsrente, plus een opslag omdat mensen die specifieke overheid gevaarlijker vinden dan andere.
Dat effect is goed zichtbaar in de eurozone. Nederland en Frankrijk hebben met de euro allebei hetzelfde geld. De ECB is de centrale van de eurozone en bepaalt de beleidsrente voor iedereen die de euro heeft.
De rente was altijd bijzonder laag, omdat de ECB de economie wilde stimuleren na de kredietcrisis van 2008. Daar is de centrale bank pas in 2022 mee gestopt, interessant genoeg. In 2020 kwam er ook nog een heel groot opkoopprogramma, als reactie op de pandemie. De ECB ging zelf obligaties bij beleggers kopen, om zo de prijs op te drijven. Daardoor konden overheden makkelijker geld lenen. Destijds was er een politieke meerderheid te vinden voor het lenen van heel veel geld, er was immers sprake van een crisis. Laten we eens kijken tegen welke rente Frankrijk nu geld kan lenen.
Het is duidelijk dat de yield van Frankrijk de beleidsrente volgt. In 2022 is er hoge inflatie, door internationale spanning maar ook omdat er tijdens de pandemie te makkelijk geld is rondgestrooid. Geld wordt dan minder waard. De ECB reageerde met een renteverhoging. De beleidsrente was in 2022 niet langer nul maar steeg naar meer dan 4 procent rente.
Beleggers in Franse obligaties vragen vervolgens ook om een hogere rente, anders ben je een dief van je eigen portemonnee. Het is overduidelijk dat de Franse yield de beleidsrente volgt, maar er altijd wel een beetje boven zit: het verschil is de risicopremie die beleggers graag in rekening brengen, als ze met Frankrijk zakendoen. Hoe is dat in Nederland?
In Nederland zien we dezelfde stijging van de yield in 2022 als in Frankrijk. Maar kijk eens naar het absolute niveau: Frankrijk betaalt altijd bijna een procentpunt meer rente dan Nederland. Dat komt omdat Nederland een beter pensioensysteem heeft, de begroting wel op orde heeft bij een veel lagere staatsschuld en in de geschiedenis altijd zijn schulden heeft afbetaald: er is nooit sprake geweest van wanbetaling van Nederlandse kant. Van Frankrijk kunnen we dat niet zeggen. Beleggers denken daarom dat de kans groter is dat Frankrijk zijn verplichtingen niet nakomt dan dat Nederland dat doet. Daarom is de Franse rente ook hoger. Het verschil is dus een risicopremie.
Het IMF heeft ook een handige pagina met enorm veel economische data. Als we het Franse begrotingstekort (groen) vergelijken met dat van Nederland (rood), dan valt op dat de Franse score altijd onder die van Nederland zit. In de EU is afgesproken dat landen hun begrotingstekort onder de drie procent houden. Het is overduidelijk dat Frankrijk de regels aan de laars lapt. De schuld is daardoor veel hoger en de rente vervolgens ook.
Wat we nu zien gebeuren, in de VS, Japan en de eurozone, is dat overheden er niet in slagen om de begrotingen op orde te krijgen. Dat is vooral in de grote economieën aan de hand, vervelend genoeg. Kijk nog eens naar de Franse score hierboven. Ze overtreden regelmatig de afspraak van het maximale jaarlijkse tekort van drie procent, iets wat Nederland niet durft. Maar ze proberen wel in de buurt van de drie procent te blijven. In 2020 mislukt dat compleet, door de pandemie en de maatregelen als lockdowns dalen de inkomsten terwijl de uitgaven fors stijgen, bijvoorbeeld in de zorg. Er is daardoor een eenmalig tekort van acht procent - dacht men toen. Nederland zag een fors hoger tekort door de pandemie, maar het was lang niet zo erg als in Frankrijk.
Dat land krijgt zijn begroting maar niet op orde. De Fransen hielden zich toch al niet aan de regels en door de pandemie daarbovenop is de boel compleet uit evenwicht geraakt. Dat betekent dat er stelselmatig meer wordt uitgegeven dan er binnenkomt. We keren dus niet terug naar ‘normaal’. In 2022 gaat de rente ook nog eens omhoog. Als je dan meer blijft uitgeven dan er binnenkomt, heb je elk jaar een te hoog tekort. Dat moet je invullen met staatschuld, geld lenen via obligaties. Je gaat dus meer lenen tegen een hogere rente en dan wordt het vervelend. Het jaarlijkse rentenadeel telt op bij je schuld, je moet dat ook lenen en dan ontsporen de financiën alleen maar harder. Beleggers in obligaties worden dan zenuwachtig en gaan hun posities verkopen. Dat is wat er nu gebeurt. Hoe zit dat eigenlijk in de VS?
De staatsschuld als percentage van de economie aldaar zat tot de kredietcrisis rond de zestig procent. Amerikanen gaven ook toen te veel geld uit, maar economische groei kon de tekorten compenseren. Je inkomen kan harder stijgen dan je schuld, maar hoe lang hou je dat vol? Vergelijk het met een gezin dat vijftigduizend euro per jaar verdient en een schuld heeft van dertigduizend. Je spreekt met de bank af dat je de schuld over een lange periode mag terugbetalen. Dat is realistisch en haalbaar. Wat nu als de schuld ineens verdubbelt? Dan worden er mensen zenuwachtig.
De grijze periodes in de grafiek betreffen steeds een recessie. In 2008 brak in de VS de kredietcrisis uit, gevolgd door een Europese schuldencrisis. Tijdens een recessie verliezen mensen hun baan en bedrijven vallen om. De groei valt tegen, de belastinginkomsten dalen en de uitgaven stijgen, afhankelijk van het soort crisis. Tijdens de kredietcrisis moesten overheden astronomische bedragen lenen om de banken te redden, bijvoorbeeld. Je mag dan verwachten dat de schuld stijgt en dat gebeurt duidelijk ook. Sindsdien ziet het er alleen wel een beetje oncontroleerbaar uit, het is niet redelijk om te denken dat de schuld in bijvoorbeeld tien jaar weer halveert. De trend is duidelijk. De pandemie duurde kort, het was een smal streepje, maar de gevolgen zijn toch echt blijvend. En in de bovenste grafiek zagen we dat de VS niet langer lenen tegen ruim een procent maar eerder tegen het viervoudige. Je betaalt meer rente op je schuld die stijgt en dat tekort moet je ook nog eens lenen!
Economen gebruiken vaak de score van de schuld als percentage van de economie, omdat dat een vergelijking makkelijker maakt. De schuld in dollars of euro’s uitgedrukt geeft immers een getal met heel, heel veel nullen dat moeilijk te bevatten is. Laten we hem er toch bijpakken. In de jaren ‘90 daalde de schuld in absolute zin voor het laatst, wat aan het beleid van de Amerikaanse president Clinton te danken is. Daarna, wel, gebeurde er iets anders. De schuld lijkt oncontroleerbaar hard te stijgen. De obligatiemarkten vangen de spanning op, tot het knapt. Dat dreigt nu te gebeuren.
In het derde kwartaal van 2017 bedroeg de schuld voor het eerst meer dan twintig biljoen, oftewel twintig duizend miljard dollar. Sindsdien is dat bedrag verdubbeld naar meer dan veertig biljoen nu. Dat betekent dat de VS, in 2017, sinds 1776 de tijd hebben gehad om de twintig aan te tikken, afgerond tweeëneenhalve eeuw. Hoe lang duurt het om vervolgens nog zo veel schuld te maken, boven op het oude cijfer? Minder dan tien jaar. In dit tempo zitten ze in 2036 op een bedrag van zestig biljoen dollar schuld, een bedrag dat natuurlijk nooit zal worden terugbetaald. Maar het is erger, het overzicht en de controle is weg.
De rente die je betaalt, ook als overheid, is afhankelijk van een paar dingen. Hoeveel schuld heb je? Het rentepercentage wordt berekend over je hele schuld. Vervolgens is het de vraag hoe hoog de beleidsrente is. Die is gestegen vanwege de inflatie. Daarnaast rekenen beleggers een risicopremie, die alleen maar stijgt als de schuld te hoog is. Dan krijg je nog meer schulden, wat ook de manier is voor privépersonen om in een schuldencrisis te geraken. De jaarlijkse rentelast van de VS is van deze zaken afhankelijk en ook daar hebben we een plaatje van. Hadden we al gezegd dat het spannend zou worden?
De VS betalen nu 1,25 biljoen dollar aan rente over die schuld. En daar hebben ze het geld niet voor, dus moet je geld lenen om je rente te betalen. We hebben het hier over een verdubbeling in slechts vier jaar tijd. Als de schuld niet snel kan dalen, waar het echt op lijkt, dan is dit een probleem waar we nog decennialang mee te maken hebben. Beleggers op de obligatiemarkten hebben dat door, raken in paniek, en dumpen hun obligaties waardoor de yield nog verder stijgt. Als centrale banken niet snel ingrijpen, kan dit uitdraaien op een nieuwe kredietcrisis. Dat is geen dramatisch gedoe, alle ingrediënten liggen op tafel.
Nu had president Trump twee dingen beloofd: hij zou geen nieuwe oorlogen meer starten en het budget op orde brengen. Elon Musk mocht helpen om ministeries en overheidsinstanties efficiënter te maken. Dat is allebei niet echt op een succes uitgelopen. Trump heeft het erger gemaakt. Er kwam een nieuwe oorlog met Iran. Die kostte met gemak nog eens tientallen miljarden dollars, los van de effecten op de koopkracht. De VS moesten dat geld lenen. Omdat de Straat van Hormuz door de oorlog werd afgesloten, raakten logistieke ketens wereldwijd in de knel: een derde van alle olie en gas die de wereld gebruikt, kwam stil te liggen. Dat zorgde voor inflatie, waardoor de centrale bank de beleidsrente verhoogde. Het extra lenen vanwege een oorlog, moest dus tegen een hogere rente als gevolg van diezelfde oorlog
Tip: als je geen geld hebt, ga dan geen conflicten beginnen waarvan je niet weet hoe lang ze duren. Trump heeft zich met de oorlog tegen Iran in de eigen voet geschoten. Maar hij is niet de enige die we van spilzucht mogen beschuldigen. Zo zorgen overheden, zeker de Amerikaanse, voor een sneeuwbaleffect. In de eurozone is het niet veel beter en burgers zullen de rekening betalen, aan de kassa en de pomp. Waarom moet dat zo zijn?
Kijk nog eens naar een langjarige grafiek van de beleidsrente van de centrale bank in Nederland (blauw) en de inflatie, de oranje staafjes. Tot de kredietcrisis beweegt de beleidsrente mee met de inflatie: ‘blauw’ volgt ‘oranje’. Als de inflatie dreigt te ontsporen, grijpt de ECB het liefst van tevoren al in. Er zijn twee duidelijke momenten te zien dat de ECB na een recessie de economie stimuleert met lage rente: lenen wordt goedkoper, sparen minder aantrekkelijk en mensen gaan meer uitgeven. Als het te hard gaat, krijg je alleen wel inflatie, dat is de keerzijde. Dan moet de centrale bank afremmen, de rente gaat omhoog. De pieken in de inflatie in 2001 en 2008 gaan gepaard met hogere rente, de blauwe staafjes.
Dan gebeurt er iets bijzonders. De centrale bank stopt met het verhogen van de rente. Vanaf 2009 tot 2022 is er geen enkele renteverhoging zichtbaar, er wordt zelfs gespeeld met negatieve rente. Dat betekent dat burgers negatieve rente op hun spaargeld krijgen, een boete op het oppotten van geld als appeltje voor de dorst. We moeten uitgeven. In de grafiek is duidelijk zichtbaar dat de inflatie in 2011 weer begon op te lopen maar het medicijn tegen inflatie, de blauwe staafjes van een renteverhoging, zijn afwezig. Na de pandemie komt er een bescheiden renteverhoging, die niet in verhouding is met de inflatie. De renteverhoging komt ook laat, in vergelijking met het moment waarop de inflatie zijn piek bereikt. Dat was tot 2009 zichtbaar wel anders. De ECB houdt de rente dus liever laag, of te laag dan goed is voor gewone mensen.
De reden daarvoor ligt in de hogere schuldenniveaus. Aan het begin van de eeuw hadden de grote landen een veel lagere schuld. Sterker nog, hierboven zagen we een Amerikaanse obligatie met een rente van acht procent, uit 1976. De rentes waren toen hoger, maar de schulden veel leger. Dat maakt de situatie nu zo explosief. Beter zorg je er als overheid voor dat het huishoudboekje wel op orde is.
De centrale bank kan dan naar eigen inzicht de rente even verhogen, als ze daar van mening zijn dat de inflatie ontspoort. Zo bescherm je de koopkracht van burgers. Alleen hebben overheden met veel schulden daar wel last van, want ze moeten hun schulden herfinancieren tegen hogere rentes. Ze zullen de centrale bankier dan politiek onder druk zetten om af te zien van een renteverhoging. Dan kunnen de dames en heren politici nog even doorgaan met uitgeven tegen een lage rente. Het gevolg is wel dat een renteverhoging afwezig blijft en daardoor gaat de inflatie omhoog. Burgers merken dat aan duurdere boodschappen en prijzen voor woningen, zij betalen de rekening. Door de veel hogere schulden is daar nu sprake van.
De situatie op de Amerikaanse obligatiemarkten valt het meest op. De minister van Financiën Bessent gaf de schuld nog aan de vorige regering van Biden, maar helemaal eerlijk is dat niet. In de afgelopen tien jaar was Biden slechts vier jaar president, tegen zes voor Trump. In die periode zijn de uitgaven van de overheid verdubbeld. Daar begint alle ellende mee: want dat geld moet je lenen, tegen een stijgende rente, waardoor je nog meer moet lenen, enzovoort. Het maakt voor dit onderwerp dus niet zoveel uit hoe een Amerikaan stemt.
Als een centrale bank en een overheid de stijgende yield willen drukken, dan is er nog een truc voorhanden die wat vreemd aandoet (of dat gewoon is). Een stijgende yield betekent dat lenen op korte termijn duurder wordt, want beleggers in obligaties zijn die stukken aan het dumpen. Een lagere koers van een obligatie gaat gepaard met een hogere yield. Wat een overheid kan doen, is zelf geld lenen (via de de obligatiemarkten) en met dat geld vervolgens obligaties opkopen op diezelfde markt. De overheid en de centrale bank oefenen dan extra vraag uit op de markt voor obligaties, die stijgen dan in waarde, is de gedachte. Het is duidelijk zichtbaar dat de VS dit deden tijdens de pandemie, daar even mee zijn gestopt maar sinds het begin van dit jaar stilletjes aan het opkopen zijn. Dat is gewoon een crisismaatregel, dat is duidelijk.
Het is een beetje een knullige methode, want je manipuleert een markt met geld, geleend op precies die markt. Om het met een voorbeeld te vergelijken: stel dat je een marktkoopman bent in worsten en de omzet valt op een dag tegen. Je zou je kraam even alleen achter kunnen laten, om dan vanaf de andere kant heel hard te schreeuwen dat je met spoed heel van die worsten tegen een goede prijs wil kopen. Alleen is er geen marktkoopman! De commotie maakt dat andere marktbezoekers komen kijken wat er allemaal gebeurt. Vervolgens sprint de marktkoopman om zijn kraam heen om de extra orders in ontvangst te nemen. Die laatste grote klant liet toch echt zien dat we het hier over fantastische worsten hebben. Waarschijnlijk zal het publiek dan opmerken dat koper en verkoper dezelfde persoon zijn en weglopen van het rare tafereel. Bij obligatiemarkten werkt dat ook zo.
Op 19 augustus kondigde het Amerikaanse ministerie van Financiën aan om meer langlopende obligaties terug te kopen. Dat zijn de leningen waar de pijn van de gestegen rente het best wordt gevoeld, want er zit nog decennialang een te lage rente op. De yield begon weer wat te zakken, wat betekent dat andere beleggers in schulden van de Amerikaanse overheid, anders dan die overheid zelf, er vertrouwen in hadden. Het effect is zichtbaar in de grafiek van de yield.
Lang zou het niet duren, met een dag begon de rente weer te stijgen. Dit is natuurlijk niet houdbaar. Een marktkoopman kan de omzet van zijn kraam niet lang hoog houden door zijn eigen waar van zichzelf te kopen, een overheid kan op dezelfde manier de rente op de eigen schuld niet dempen door er zelf in te beleggen met geleend geld.
De Japanse economie laat een beetje zien wat er in het verschiet ligt. Daar is de staatsschuld belachelijk hoog, maar het zijn vooral Japanners die er zelf in beleggen. De centrale bank houdt de rente laag, zodat de rentelasten meevallen. Als de koersen van de obligaties toch beginnen te zakken, dan grijpt de centrale bank in. Het geheel aan maatregelen noemt men ‘yield-control’, in goed Nederlands gaat het om rente-manipulatie. Een centrale bank of overheid kan zelf stukken opkopen en zo de markten beïnvloeden maar hierboven zagen we dat dat niet geloofwaardig is. Realistischer is een bijzonder lage beleidsrente, ook al is de inflatie hoog. Die inflatie blijft dan te hoog en burgers betalen de rekening door geldontwaarding. Omdat financiële markten wereldwijd aan elkaar gekoppeld zijn, kan een open economie als Nederland zich er niet tegen weren: hier gaat ook alles duurder worden.
Sinds een jaar of vijf is Japan, het schoolvoorbeeld van ‘yield-control’, het alleen aan het verliezen. Wat de centrale bank ook doet, de rente gaat gewoon omhoog. Op een gegeven moment is de trukendoos leeg, dat is nu aan de hand. Binnen afzienbare tijd zal Japan een tiende van zijn economie elk jaar verliezen, alleen al aan het moeten betalen van rente op oude staatsschulden. Jongeren krijgen dan een rekening in de maag gesplitst voor oude schulden, of ze even willen lappen en niet zeuren.
In Europa valt Frankrijk op dit moment het meest op, in negatieve zin. De overheidsfinanciën zijn ontspoord, dus net als de VS zullen er de komende jaren grote tekorten zijn. Dat geld moet je lenen en dat is vragen om een kredietcrisis. Daar komt bij dat NAVO-landen hebben afgesproken de uitgaven aan defensie te verhogen naar vijf procent, wat neerkomt op duizenden miljarden aan extra staatsschuld in de komende jaren. Daar is geen dekking voor, dat geld moet ook nog eens geleend worden. Als je daarmee een kredietcrisis verergerd, dan zou men dat misschien nog eens moeten heroverwegen.
Nederland is relatief gezond, omdat de begroting op orde is, Nederland als eigenlijk enige land in de eurozone een pensioenstelsel heeft en omdat de schuld relatief laag is. De staatsschuld in Frankrijk als percentage van de economie is bijvoorbeeld drie keer hoger dan hier. Alleen is het lastig je te isoleren. De kans is groot dat de ECB binnenkort de rente verlaagt of een opkoopprogramma start om Frankrijk te stutten. Daarmee help je dat land met zijn schuldenproblemen, het zorgt wel voor duurdere boodschappen in Nederland. Zo betaalt het braafste jongetje uit de klas voor het wangedrag van anderen.
Misschien moet het braafste jongetje onder die omstandigheden het lef ontwikkelen om wat harder op de trom te slaan. Als er niet snel gesaneerd wordt door de grote landen, dan is een kredietcrisis onvermijdelijk. Centrale banken zullen dan ingrijpen met lapmiddelen, ‘stabilisatoren’, om te voorkomen dat er acute paniek ontstaat op de financiële markten. Het zou niet de eerste keer zijn. Alleen zorgen die doekjes voor het bloeden wel voor nog meer inflatie, ook in Nederland. Daarom, Nederland zou misschien eens wat strenger moeten zijn tegen de vrienden in de EU en de NAVO, vooral de landen die niet aan gereformeerd boekhouden doen. Eigenlijk is dat bijna iedereen. Zou onze premier Jetten daar de ballen voor hebben?
Had u mijn laatste boek trouwens al gelezen? Democratie op de helling koopt u hierrr, er is een e-book (digitaal, lekker handig) en een papieren boek. Wilt u mijn gegraaf mogelijk maken? Ga naar BackMe, of u koopt mijn andere boek, Het Euro Evangelie. Laat anders uw waardering voor mijn werk merken via de knop hieronder. Kies zelf een bijdrage, wat was dit artikel waard?
























Nog even en de mensen die een flat huren gaan ook off grid.