Klein en het gaat een richting op. Op zondag 8 november is er weer een groot protest tegen Israël op het Amsterdamse Museumplein, er wordt een ‘rode lijn’ getrokken. Praktisch komt dat neer op een boycot van Israël, ook op het gebied van militaire samenwerking. Nederland zou bijvoorbeeld moeten stoppen met het verkopen van jagerbommenwerpers van het type F-35, die zeker ook boven Gaza zullen hebben gevlogen. Bij de JortCast werd VOLT-leider Laurens Dassen gebeld, hij had een illustratief verhaal voor het bredere probleem. Waar Nederland Israëlische wapens koopt, zou daar snel moeten worden overgestapt op alternatieven: koop anders wapens van Koreaanse makelij of ontwikkel een Europees initiatief. Los van wat de mening is over de oorlog, hoe stevig een ieder vindt dat de retoriek zou moeten zijn, kunnen we ons de vraag stellen hoe realistisch een Nederlandse militaire vuist is. Het idee van het bestaan daarvan is niet alleen koddig, maar zelfs levensgevaarlijk.
Samengevat heeft Europa de eigen defensie zo verwaarloosd, of beschadigd, dat een boycot tegen welke partij dan ook onzinnig is. Wat je niet maakt, kun je een ander ook niet onthouden. De huidige verhoging van de NAVO-norm naar 3,5 of 5 procent zal op korte termijn geen soelaas bieden, dat is technisch onmogelijk. Je vraagt wel om enorme verspilling en zelfs corruptie, haastige spoed is zelden goed.
Om het artikel overzichtelijk te houden kijken we naar drie vraagstukken. Ten eerste is er de relatie met Israël omdat Nederland, evenals België, met de F-35 vliegt. Vervolgens koopt Nederland Israëlische raketartillerie genaamd PULS - Nederland koopt daar, levert niet. Ten derde is Nederland als Europees land zijdelings betrokken bij de bouw van Israëlische luchtafweer, binnenkort ook op Duits grondgebied.
Mijn werk wordt gratis ter beschikking gesteld, maar het kan er niet zijn zonder een bijdrage van de lezer. Kies zelf een bedrag, afhankelijk van wat u het waard vindt, via de knop hieronder. Of u bestelt mijn boek. Democratie op de helling koopt u hierrr, er is een e-book en een papieren boek.
F-35 ‘Adir’
De F-35 is een Amerikaans ontwerp in drie varianten: de F-35A, die is ontworpen voor de luchtmachten van NAVO-landen en andere staten die bevriend zijn met de VS. Denk in de laatste categorie aan Zuid-Korea en Australië maar ook aan Israël. Deze variant is in 2016 in Amerikaanse dienst genomen. De C-variant (2019) is hetzelfde vliegtuig maar met grotere vleugels en een sterker onderstel, om operaties vanaf vliegdekschepen mogelijk te maken - irrelevant voor Nederland dus. De F-35B vloog voor het eerst in 2015 en is bedoeld voor amfibische aanvalsschepen. Het is eigenlijk een A, maar met een extra motor waardoor het vliegtuig verticaal kan opstijgen en landen. Dit is handig voor het Amerikaanse korps mariniers, dat ze gebruikt voor relatief kleine vaartuigen. Omdat het kan, is er een beeld van dat verticale opstijgen.
Het project is begonnen als ‘Joint Strike Fighter’, afgekort JSF. De Amerikaanse luchtmacht denkt al sinds de jaren ‘80 na over een opvolger voor de F-16 die Nederland ook heeft. De Amerikanen hadden en hebben een grotere jager, de F-15, die vergezeld moet worden door een kleiner en goedkoper werkpaard dat in grotere aantallen geproduceerd kan worden. Beide toestellen kregen een opvolger die ‘stealth’ zou moeten zijn, wat betekent dat vijandelijke radar ze veel minder goed kan waarnemen. De opvolger van de F-15 is de Amerikaanse F-22, die niet aan het buitenland wordt verkocht, ook niet aan bondgenoten. De Amerikanen zijn bang dat de technologie van het toestel, actief sinds 2005, in verkeerde handen zou vallen.
Landen met een kleinere luchtmacht kiezen vaak voor een enkel type toestel, zodat de kosten worden gedrukt. Nederland doet dat ook, zodat je mensen enkel hoeft op te leiden voor het onderhoud van een vliegtuig. Dan valt voor gebruikers van de F-16 de keuze al snel op de F-35. Het nadeel is een gebrek aan flexibiliteit. Als de Amerikanen vertraging ondervinden in de levering van een type straaljager, dan hebben ze alternatieven om op terug te vallen. Voor Nederland is dat geen optie. Het meest in het oog springende verschil tussen de F-22 en de F-35 is dat de eerste twee motoren heeft (hieronder), zodat er een kan uitvallen tijdens een luchtgevecht. Beide toestellen hebben een interne opbergplek voor wapens, zodat die niet aan de vleugels hoeven te hangen. Dat vergroot de onzichtbaarheid op de radar.
Nederland zit in het consortium om de F-35 te bouwen, anders dan landen die het toestel enkel van de plank kopen. De regering van Wim Kok (PVDA) besloot in 1997 al om 920 miljoen euro te investeren in de ontwikkeling van het plan waarvan Lockheed Martin hoofdaannemer is. Dat is ongeveer een procent van de ontwikkelkosten, maar Nederland mocht wel aan tafel zitten met de grote jongens. Ook toen al was de PVDA kritisch op het Amerikaanse beleid met betrekking tot Israël. Met deze investering werd het onvermijdelijk dat Nederland meewerkt aan een wapen dat Israël ook ooit zou bestellen. Het is wat het is. In ruil voor het geld mocht Nederland meedenken over het ontwerp en zou er een korting zijn bij de daadwerkelijke aanschaf.
Door deel te nemen aan de ontwerpfase, zou Nederland ook een stuk van de productie voor zijn rekening mogen nemen. De gele onderdelen achter de vleugels zijn ‘flapperons’, die helpen bij de besturing en het verschaffen van extra ‘lift’ bij de start. Wie weleens op vliegvakantie gaat, zal hebben gezien dat bij start en landing de vleugels uitschuiven. Een opvolger van Fokker mag ze voor de F-35 bouwen. De productie van de Pratt & Whitney F135 motoren blijft wel in Amerikaanse handen, RTX (vroeger Raytheon) mag ze bouwen. Daarom, Nederland doet mee maar is duidelijk wel de ‘junior partner’. Onder die omstandigheden is het later natuurlijk ook niet mogelijk om de partners in het project als de VS te dwingen om Israël uit te sluiten van aanschaf.
Bij de ontwerpfase is rekening gehouden met de wensen van alle toekomstige deelnemers. Zo is de cockpit vrij groot, omdat een Nederlandse piloot er ook in moet passen: dat is niet iets waar Zuid-Korea om vroeg maar dat land deed niet mee vanaf het begin. Nederland heeft met de A-variant een toestel dat op het oog veel breder is dan de oude F-16. Dat komt omdat er ruimte moet zijn voor een ventilator (meteen achter de cockpit) waarmee de B-variant verticaal kan opstijgen, ook al heeft Nederland die variant zelf niet. Het woord ‘joint’ in JSF betekent dat er rekening gehouden is met de wensen van de diensten van alle deelnemende landen en hun diensten. Het was goedkoper om een romp te ontwikkelen voor iedereen.
Nu hebben Oxfam Novib en enkele vrienden via de rechter weten te regelen dat Nederland moet stoppen met het leveren van onderdelen aan Israël. Door de complexe logistieke keten van het toestel is dat onmogelijk af te dwingen, na te leven of te controleren. Want waar hebben we het eigenlijk over, wat levert Nederland nu precies?
De Nederlandse regering heeft rond de eeuwwisseling daadwerkelijk 920 miljoen euro overgemaakt aan Lockheed Martin, om het toestel te kunnen ontwikkelen. Elk land dat een toestel koopt, ook Israël, profiteert daarvan. Omdat een reeks landen besloot te investeren in de ontwikkeling, is het onmogelijk om het Nederlandse aandeel te isoleren. Het is net als een boerenomelet bakken voor honderd mensen in een hele grote pan.
Om Israël helemaal uit te sluiten van de voordelen van de Nederlandse bijdrage, zou de regering van Jetten Trump kunnen dwingen de leveringen van toestellen aan Israël volledig te verbieden. U mag zelf beoordelen hoe realistisch dat is. Los van de positie die de lezer in wil nemen in het conflict in het Midden-Oosten: kijk uit met de acceptatie van een junior partnerschap van in dit geval een procent. Je mag inderdaad wat geld op tafel bij de grote jongens leggen, maar eigenlijk bestaat er wel de ongeschreven regel dat je vervolgens een beetje je muil houdt.
Dan is er discussie over de onderdelen. Die is tweeledig. De toestellen waar Israël nu mee vliegt, hebben onder meer Nederlandse staartstukken. Alleen is de Nederlandse fabriek onderaannemer van het Amerikaanse Lockheed Martin. Praktisch gezien maken de fabrieken in Hoogeveen en Papendrecht bepaalde onderdelen. Die worden dan verscheept naar de fabriek van Lockheed Martin in Fort Worth in Texas. Daar vindt de assemblage plaats van de toestellen zelf.
Een leuk weetje: een van de onderdelen die Nederland levert, is een mechanisch component voor vanghaken voor de C-variant. Als een straaljager op een vliegdekschip landt, dan is de landingsbaan te kort voor een normale landing. De B-variant kan daarom verticaal landen, het alternatief is opgevangen worden door een lange kabel met een haak. Dat ziet er zo uit.
Er hangt zichtbaar een Nederlandse vlag in de assemblagehal. Nederland maakt dus onderdelen voor varianten waar we nooit mee zullen vliegen, omdat dit land zelf geen vliegdekschepen meer heeft. Het voorbeeld laat zien hoe complex en wereldwijd de logistieke keten van de onderdelen is. Als de Nederlandse componenten niet meer voor Israëlische vliegtuigen (enkel de A-variant) gebruikt mogen worden, dan betekent dit dat Nederland de Amerikanen gaat dicteren hoe de assemblage dient plaats te vinden. Wederom mag de lezer zelf beoordelen hoe realistisch dat is.
Om te voorkomen dat Nederlandse technologie en onderdelen bij de Israëlische luchtmacht aankomen, zal Nederland zelf het project moeten verlaten. De investering van bijna een miljard euro is dan weggegooid geld maar dan kun je wel met droge ogen beweren dat je niks aan Israël verkoopt, want je verdient er ook geen geld meer mee.
Nu heeft de Nederlandse luchtmacht zichzelf compleet afhankelijk gemaakt van dit project. Er zijn landen die meerdere typen straaljagers hebben, zoals Egypte en Saudi-Arabië. Als er politieke spanningen zijn met de ene leverancier, heb je de andere nog. Dat geeft meer diplomatieke ruimte. Voor Nederland is dat geen optie. Door de keuze van het laatste kabinet-Kok om niet alleen de F-35 te kopen maar ook te investeren in de ontwikkeling, is Nederland de komende decennia de junior partner van de Amerikanen. Voor België en andere Europese landen geldt dat ook.
De rechtszaak van Oxfam Novib et al. ging ook over alle reserveonderdelen, ook die niet door Nederland zijn gemaakt. Bij Woensdrecht wordt er gewerkt aan ‘maintenance valley’, waar onderhoud aan de Amerikaanse motoren van de F-35 (hierboven) buiten de VS mogelijk is. Ook kunnen er andere systemen worden onderhouden, zoals Apache-helikopters in dienst van bijvoorbeeld de Britse strijdkrachten. Dat verlaagt de kosten voor de strijdkrachten die die systemen gebruiken, want onderhoud kan dichter bij huis plaatsvinden, in een Europees land. Nederland verdient er geld mee en het is ook een teken van vertrouwen in de relatie tussen de VS en Nederland. Verder levert de deal een hoop hoogwaardige werkgelegenheid op. Nederland is nu bezig om meer uit te geven aan defensie, op een manier die ook voor een intern rendement zorgt. Dan zijn dit de fabrieken die je wil hebben.
De organisatoren van het protest zijn van mening dat Israël moet worden uitgesloten van het ontvangen van onderdelen uit Nederlandse depots. Ook dat is lastig. Defensie laat op dit vlak nooit het achterste van de tong zien, wat uit militair oogpunt te begrijpen is. Maar ook uit openbare defensiebegrotingen kunnen we genoeg leren van het reilen en zeilen in de wereld van de onderdelen voor de F-35. De hamvraag is hier: van wie zijn die onderdelen eigenlijk, is een boycot van Israël wel juridisch mogelijk? Het korte antwoord is een eenduidig ‘nee’.
Israël heeft een eigen variant (boven), die ze F-35I ‘Adir’ noemen. In alle eerlijkheid is het een A-variant die Nederland ook heeft, maar dan met lokale aanpassingen en toevoegingen. Israëlische toestellen gebruiken dezelfde boutjes en moeren als Nederlandse. In theorie kan het zeker zo zijn dat er een keer een pallet met onderdelen naar Israël wordt verscheept, voor een ‘Adir’ die net een verkenningsvlucht boven Gaza heeft uitgevoerd. In de praktijk zal Israël de F-35 alleen wel vooral gebruiken voor vluchten boven Iran: alleen daar heeft de stealth-technologie toegevoegde waarde.
Met de boekhouding van die reserveonderdelen is iets bijzonders aan de hand. De VS hebben een ‘United States Government Accountability Office’ (GAO), vergelijkbaar met de Nederlandse Rekenkamer. Ze houden toezicht op de uitgaven van de federale regering, zo ook de F-35. De kosten van het ontwikkelen zijn gestopt met 106 miljard dollar, de kosten van onderhoud en gebruik lopen gewoon door. Gedurende het hele programma zal het om biljoenen dollars gaan - maar dan heb je wel wat.
Naar blijkt is de organisatie van de onderdelen een logistieke ramp geworden. Elke straaljager heeft na enkele missies behoefte aan duur onderhoud en bij een stealth toestel is het helemaal het geval. Volgens GAO is het mismanagement rond de onderdelen zo extreem, dat van alle F-35’s die wereldwijd operationeel zijn, niet minder dan drie kwart op enig moment aan de grond moet blijven omdat de reserveonderdelen er niet zijn. The Jerusalem Post probeerde bij de Israëlische luchtmacht wat extra cijfers los te peuteren, maar daar houden ze graag de kaken op elkaar. Dat heb je ook, tijdens een hete oorlog.
Het lijkt erop dat Israëlische toestellen minder last hebben van deze uitval, waarvan je je niet kan voorstellen dat er op dit niveau sprake is van dergelijk mismanagement - je magazijnboekhouding niet op orde hebben. Nederland beschikt nu over 52 F-35’s, daarvan zouden er dus slechts 13 operationeel zijn.
Hoe die cijfers precies liggen, is niet vast te stellen. In het rapport ‘DOD Needs Better Accountability for Global Spare Parts and Reporting of Losses Worth Millions’ is GAO er evenwel glashelder over. In theorie is een kwart van alle F-35’s niet operationeel. In de praktijk kan het betekenen dat de taken van de F-35 worden overgenomen door andere, oudere toestellen. Aan het begin van de oorlog met Iran heeft vooral Israël een hoop plezier gehad aan het stealth-aspect: het toestel kon ongehinderd over Iran vliegen en doelen in kaart brengen.
Vervolgens kunnen andere, oudere toestellen waar wel onderdelen van zijn die doelen uitschakelen. Op foto’s van de Amerikaanse marine uit februari 2026 zien we dat de F-35’s samen met de oudere F-18’s op het dek geparkeerd staan, met bewapening en al. Daar zal hetzelfde principe worden gevolgd. Nu bieden die rapporten van de boekhouders bij Defensie inderdaad inzichten in het wat er op het slagveld gebeurt. Aan de vooravond van een nieuwe kredietcrisis is het natuurlijk ook fijn dat er op de centen wordt gelet, dat is waar de primaire interesse was geboren. In de rapportages van het GAO staat evenwel precies uitgelegd van wie de genoemde reserveonderdelen zijn en wie vervolgens ook mag beslissen over een Israëlische boycot.
‘The F-35’s supply chain has a unique design. Rather than owning the spare parts for their aircraft, the program participants share a common, global pool of spare parts that DOD owns and the prime contractors manage. These spare parts are held in over 50 domestic and international non-prime contractor facilities.’
Helder. De onderdelen, verspreid over meer dan 50 locaties wereldwijd, zijn en blijven het eigendom van het Amerikaanse Ministerie van - tegenwoordig - Oorlog. De Amerikanen beslissen over de uitgifte ervan, ook als het om Israël gaat. Nederland kan weigeren onderdelen naar Israël te verschepen, maar dan haalt Trump ze wel uit een ander magazijn. De onderdelen zijn geen Nederlands eigendom.
Gezien de crisis in de aanwezigheid van de onderdelen en het feit dat Israël en de VS nu in een actieve oorlog zitten, is de kans bijzonder groot dat er helemaal niks in de Nederlandse magazijnen ligt. Ook als de lezer niet van oranje mannen houdt, laten we ons eens in zijn dure schoenen verplaatsen. Door een actie van Oxfam Novib is er een probleem in de logistieke keten van de onderdelen. Denken we nu echt dat de Amerikaanse strijdkrachten zich hier praktisch door laten hinderen? In het Italiaanse Cameri staat ook een soortgelijke hub, dan haal je ze daar vandaan.
De Nederlandse bijdrage in de kosten van de ontwikkeling is nu beleidsmatig irrelevant, het ontwerp is af en Israël heeft er een hoop plezier van. De onderdelen voor nieuwe toestellen die Nederland maakt, worden ook opgenomen in een volgende batch F-35’s die Israël bestelt. Als Nederland dat weigert, dan wordt ons land uit het hele programma gegooid en hebben we geen luchtmacht. Als Nederland enkel de onderdelen uit de pool van onderdelen aan Israël weigert te leveren, maakt dit land zich belachelijk en daar blijft het bij. De onderdelen zijn van de Amerikanen, Nederland ging zelf akkoord met die deal toen duidelijk was dat er ook aan Israël geleverd zou worden. De Amerikanen toegang weigeren tot hun eigen onderdelen maakt dat ze die wel uit een ander magazijn halen, een van de vijftig. En gezien de omstandigheden is het uiterst plausibel dat er in Nederland toch niet zo veel ligt. Er geldt altijd: je kunt niet tof doen met spullen die niet van jou zijn, het is net als het imponeren van een eerste date met een gehuurde Porsche.
Nederland wilde met een deelname van een procent van de projectkosten aan tafel zitten. Onder die omstandigheden ben je afhankelijk van de Amerikaanse grillen. Er wordt vaak voorgesteld om dan maar weer enkel Europese straaljagers te bouwen, dan kun je wel beslissen aan wie je levert. Tussen ontwerp en daadwerkelijke operationele inzet van dit soort zeer complexe wapens zitten al snel twee tot drie decennia, tot die tijd zal Nederland het met papieren vliegtuigjes moeten doen als Jetten graag Trump wil trotseren vanwege Gaza. Het was een wens van de PVDA (nu PRO) om belastinggeld stuk te slaan op een wapen dat zonder twijfel ooit aan Israël geleverd zou worden, dan is het wel raar om nu op het Museumplein morele verontwaardiging te uiten.
PULS raketartillerie
Maakt u zich geen zorgen, deze sectie wordt niet zo lang als de vorige. Nederland moet dus stoppen met het leveren van wapens aan Israël. Vervelend, wat er misschien vanuit de polder wordt verzonden blijft Amerikaans eigendom, zagen we net. Waar dat niet zo is, koopt Nederland juist van Israël: niet andersom. Welkom in de wereld van de raketartillerie.
Daarmee bedoelen we rijdend geschut, het is eigenlijk een kanon op een voertuig: het zou al een gewone vrachtwagen kunnen zijn. Bij een daadwerkelijk kanon dat granaten afvuurt spreken we van een howitzer. Raketartillerie is net iets anders, het woord zegt het al. Het wapen vuurt raketten af die een eigen voortstuwing hebben, geen granaten. De wapens kunnen daarmee over een grotere afstand afgeschoten worden en raketten hebben meer mogelijkheden om gedurende de vlucht bij te sturen dan een suffe granaat. Daardoor zijn ze preciezer, belangrijk in een moderne oorlog met veel bewegende doelen. Als een howitzer een bereik heeft van veertig kilometer, dan zijn er raketten met een bereik van 150 kilometer of meer.
Waarom dan niet alleen maar raketten aanschaffen? Dat zou de boekhouder ongelukkig maken, niet zo’n beetje ook. Nederland heeft gekozen voor Israëlische raketartillerie van het type PULS. De raketten zijn van het type EXTRA van 306 mm en bepaald niet goedkoop. De Israëlische leverancier Elbit geeft geen precieze cijfers, maar een keer schieten - herhaal, een keer schieten - kost waarschijnlijk een half miljoen. Per schot, dat zeiden we al. Een gewone granaat van 155 mm voor een howitzer kost daarentegen een paar duizend euro.
De maker Elbit is een Israëlisch bedrijf, met een beurswaarde van meer dan dertig miljard euro. De eigenaren varen zichtbaar wel bij de recentelijk toegenomen spanning, dat moge duidelijk zijn. De grootste houders van de aandelen zijn institutionele beleggers, zoals het eveneens Israëlische Clal Insurance and Finance. Daarna zien we de Vanguard Group en andere Amerikaanse beleggingshuizen. Het aandeel is ook opgenomen in ETF’s die de fondsen organiseren, zodat beleggers in een beweging in een hele sector of in een heel land kunnen beleggen met een druk op de knop. Dat verklaart een deel van de eigendomsverhoudingen.
Elbit heeft voor de verkoop van PULS aan Nederland een exportvergunning nodig. In datzelfde Nederland ontstaat er een politieke meerderheid om het leveren van wapens, of onderdelen (van anderen) aan Israël te weigeren, daar waar Nederland de politieke macht ontbeert om zoiets te organiseren bij de F-35. Dat kon een vervelend staartje krijgen. Als de Israëlische premier Netanyahu zou willen, kan hij Nederland afsnijden van het ontvangen van de bijbehorende raketten. Dat zou een groot praktisch probleem opleveren, mocht Nederland in een daadwerkelijke oorlog verzeild raken en de wapens nodig hebben. Je kunt niet in een dag een andere leverancier vinden.
PULS is zeker ingezet bij de oorlog in Gaza maar ook bij de etnische zuivering van de Armenen in Nagorno-Karabach. De deelnemers aan de rode lijn-protesten willen elke samenwerking met Israëlische bedrijven stoppen. De huidige premier Rob Jetten was eerder nog prominent aanwezig bij die protesten, nu zit hij met een praktisch probleem.
In de Kamerbrief over het besluit tot de aankoop van PULS door de regering waar D66 toen ook in zat, lezen we het volgende.
‘Elbit en MinEZK hebben gezamenlijk verkend in hoeverre industriële participatie een bijdrage kan leveren aan de versterking van kennis, capaciteiten en ervaring van de Nederlandse industrie op prioritaire technologiegebieden van de Defensie Industrie Strategie. Naar aanleiding daarvan heeft Elbit een plan opgesteld om op verschillende gebieden samen te werken met de Nederlandse industrie en kennisinstellingen… Het Nederlandse beleid ten aanzien van Israël biedt ruimte voor de verwerving van defensiematerieel bij een Israëlisch bedrijf.’
Oxfam Novib, bekend van de zaak over de onderdelen van de F-35, is dan ook een beetje kritisch op Jetten geworden: dat hoeft niet te verbazen. De brede beweging tegen Israël is hard aan het demonstreren geslagen bij Nederlandse universiteiten, die zouden alle banden met Israëlische onderwijsinstellingen moeten verbreken. Dan zou dat redelijkerwijs ook moeten gelden voor samenwerking met specifiek wapenfabrikanten.
Een normaal mens kan vraagtekens plaatsen bij een boycot van Israëlische universiteiten, wat kan een gemiddelde Israëlische student of onderzoeker voor verantwoordelijkheid in de schoenen worden geschoven? Je hoort dan vaak dat Israëlische universiteiten ook met wapenbedrijven werken, zoals Elbit. Dat zou dan de reden zijn om samenwerking op andere vlakken te beëindigen, soms ook medisch onderzoek. Het daadwerkelijk kopen en afrekenen van wapens bij Elbit en zelfs nieuwe fabrieken bouwen voor munitie in Europa, is voor dezelfde leden van D66 ineens wel acceptabel.
Het doet wat inconsistent aan, allemaal. Nederlanders willen moreel voorop lopen, om er dan achter te komen dat er geen echte vuist mogelijk is. Anders gezegd: als universiteiten afgebroken mogen worden omdat er misschien nog een klein restje samenwerking met een Israëlische instelling is, dan is het vreemd dat dezelfde politieke school het wel acceptabel vindt om wapens bij Elbit te blijven kopen.
In het fragment bovenaan noemde Dassen van VOLT nog de optie om Koreaanse wapens te kopen. Zuid-Korea verkoopt inderdaad deze Chunmoo MLRS (dat staat voor Multiple Launch Rocket System). In termen van kwaliteit biedt het hetzelfde als Israëlische wapens. De Zuid-Koreaanse landmacht beschikt over 218 systemen, als tegenwicht tegen de dreiging uit Noord-Korea. De grootste koper is evenwel Polen, dat 290 MLRS’s in twee divisies van de landmacht heeft opgesteld tegen een eventuele Russische dreiging. Die is daarmee behoorlijk van het lijf gehouden. Nederland wilde in alle haast ook 20 systemen kopen en kon niet om Israël heen. Verder verkopen de Amerikanen het bekendere HIMARS, dan hebben we alle aanbieders wel gehad.
Polen heeft in 2017 besloten om de strijdkrachten te versterken. Er zijn onder meer duizend tanks en honderden howitzers aangeschaft, grotendeels ook Koreaans. Oude systemen, niet zelden uit de Koude Oorlog, werden van de hand gedaan of, later, aan Oekraïne gegeven. Het leveren van de Koreaanse wapens gaat gepaard met een grootschalige reorganisatie van het leger. Het duurt jaren om de wapens in ontvangst te nemen en om militairen te laten oefenen. Terwijl de wapens geleverd worden, kunnen Poolse militairen en Koreaanse leveranciers ook praten over aanpassingen op basis van de laatste inzichten. Polen koopt bijvoorbeeld ook Koreaanse K9 howitzers, die nu via draagbare drones van informatie over doelen kunnen worden voorzien. Dat is een les uit de oorlog in Oekraïne.
Een dergelijke upgrade van het leger is dus iets dat minstens een decennium kost en om goede planning en samenwerking met de leveranciers vraagt. Jetten kan daarom niet zonder Elbit. Nederland heeft zijn defensie al jaren schandalig verwaarloosd en dat moet in zo kort mogelijke tijd worden teruggedraaid. Dat zal lastig gaan. Als het om MLRS’s gaat, wordt Nederland exclusief afhankelijk van Elbit uit Israël. Daarom is er ook gesproken over economische samenwerking met dat bedrijf, waarvan de beweging van de rode lijn van mening is dat je dat met een boycot moet treffen: en dan niet alleen dat wapenbedrijf, maar alles wat maar met Israël te maken heeft. D66 is een vocaal onderdeel van die beweging en wil nu het bestaansrecht van een land in twijfel trekken. Deze rare afhankelijkheid komt doordat Nederland in een vlaag van verstandsverbijstering alle zware wapens heeft weggedaan, ook de MLRS’s. Als dat niet was gebeurd, hadden we het ook niet over dit dilemma hoeven hebben.
De huidige regering heeft sancties tegen Israël ingesteld, dat wel braaf raketten moet blijven aanvoeren. Een andere mogelijkheid was het eveneens aanschaffen van Koreaanse wapens, of een Europees alternatief bouwen. In de hysterische angst vanwege de vermeende Russische dreiging was rustig nadenken geen optie. In de haast is er maar iets gekocht dat op de plank lag. Daarom is Nederland nu afhankelijk van een land waarmee het de vriendschap wil beëindigen. Los van hoe een mens over Gaza denkt, kunnen we ons hier in alle redelijkheid afvragen: is dit nou slim, geopolitiek handig aangepakt?
European Sky Shield Initiative
Europese landen zijn ook bezig om hun verdediging van het luchtruim te verbeteren. Ook dat werkt met raketten, maar geen MLRS’s. Luchtverdedigingsraketten zijn bedoeld om inkomende vliegtuigen en andere projectielen onschadelijk te maken, ook hier dekt het woord de lading meer dan naar tevredenheid. Er is een European Sky Shield Initiative (ESSI), waarbij Europese landen samenwerken. Dat biedt voordelen met betrekking tot de kosten. Europese bondgenoten kunnen samen inkopen. Ook zorgt de samenwerking voor een grotere Europese soevereiniteit, landen worden minder afhankelijk van systemen uit het buitenland: van de VS, of van Israël, daar gaat het vandaag over. Het opmerkzame oog zal het niet zijn ontgaan dat er op de foto geen Europese vlaggen te zien zijn, wel van twee andere landen. De lezer ziet al waar dit heengaat.
ESSI is voorgesteld door de toenmalige Duitse bondskanselier Scholz, als reactie op aanvallen met ballistische raketten door Rusland in Oekraïne. Los van steun aan dat land, zouden Europese NAVO-landen ook meer kunnen doen om de eigen luchtverdediging te versterken. Gegeven de enorme aanlooptijd van dergelijke wapenprojecten is het geen gek idee er dan meer een keer mee te beginnen. In de praktijk zouden de deelnemende landen meerdere systemen aanschaffen en elkaar beschermen, bij raketten met een zeer lange afstand is dat ook logisch. Wie op de kaart kijkt met deelnemende landen (hierboven), zal het zijn opgevallen dat Frankrijk en Italië niet meedoen.
Frankrijk heeft eigen kernraketten is een van de weinige nucleaire machten op aarde. Italië heeft een zeer respectabele industrie op dit vlak, vandaar ook hun deelname aan de F-35 en de productie van onderdelen. Wegens politieke onmin hebben de twee besloten niet mee te doen. Er is namelijk bedacht het Europese systeem ‘gelaagd’ te maken. Er zijn afweersystemen voor de korte afstand, zoals het Duitse Skyranger 30 van Rheinmetall. Dat schakelt luchtdoelen uit tot een afstand van ongeveer 5 kilometer, zeker ook drones. Nice to have, zou Halbe Zijlstra zeggen, maar bij de dreiging van echte kruisraketten hebben we het over andere afstanden.
Bij ESSI zijn er twee vormen van een dreiging over de lange afstand geformuleerd. Er zijn inkomende projectielen die op een afstand van 70 tot 150 kilometer uitgeschakeld moeten kunnen worden. Nederland heeft daarvoor de bekende Patriot-raketten, aangeschaft bij de Amerikanen. De Franse joint venture Eurosam tussen Thales en MBDA heeft een alternatieve raket gebouwd binnen de zogeheten Aster-familie van wapens. Voor dit doel hebben Franse en Italiaanse bedrijven de ‘Sol-Air Moyenne-Portée/Terrestre’ (SAMP/T) voorgesteld, hieronder ziet u de radar ervan. Deze zal niet worden aangeschaft in het kader van het Europese project ESSI, voorlopig blijven Europese landen vooral afhankelijk van Amerikaanse Patriots: Europese vergezichten via ESSI of niet. Dat is een bewuste keuze, ook onder de huidige omstandigheden.
Er is nog een afstand van belang. Het moet ook mogelijk zijn om doelen te raken op meer dan honderd kilometer afstand, of doelen die zelfs nog in de ruimte hangen. Dat kan een inkomende (Russische) ballistische raket zijn met kernwapens, of een vijandige satelliet. De Fransen stelden weer voor om hun SAMP/T in te zetten en te verbeteren, maar vooral Duitsland was voorstander van een ander systeem. Frankrijk en Italië verlieten daarom het project. Officieel kunnen we SAMP/T nog wel onder ESSI scharen, maar dat komt doordat het kleine Denemarken besloot zelfstandig vier lanceerinrichtingen te kopen. Dat is niet de grote, Europese schaal waar Frankrijk en Italië op hadden gehoopt, daarom namen ze afstand van ESSI.
Wie mag dan wel de wapens leveren voor de grootste afstand? Dat zijn de meest complexe wapens uit de hele waaier, een drone op een paar kilometer afstand neerhalen is een stuk goedkoper dan een raket uit de ruimte schieten. De Duitse keuze is gevallen op Israel Aerospace Industries (IAI), een staatsbedrijf gespecialiseerd in dit soort wapens. IAI levert de Arrow 3 en de Arrow 4 is ontwikkeling. Het laatste wapen zal in staat zijn om ‘exo-atmosferisch’ te onderscheppen, zoals dat heet. Dat betekent dat een binnenkomende kernraket al in de ruimte kan worden uitgeschakeld. Een keer schieten kost nu snel twee miljoen euro, kassa!
De keuze om een Israëlisch en geen Europees wapen voor dit doel aan te schaffen, is in november 2023 gemaakt: meer dan een maand in de oorlog in Gaza. Vervolgens werd Trump toch weer president van de VS en verslechterde de relatie met de Europese NAVO-landen. Trump wilde dat die landen meer aan defensie zouden uitgeven. Er ontstond een soort visie van een Europese militaire soevereiniteit: we moeten geen Amerikaanse wapens kopen om ons te hoeden voor de Russische dreiging. D66 en VOLT zijn boegbeelden van dat idee.
In deze visie moeten er drie dingen tegelijkertijd gebeuren, wat simpelweg niet kan. De D66/VOLT-school meent dat Europa bedreigd wordt door Poetin, we moeten ons samen wapenen tegen de Russische dreiging. OK, vooruit. Daarvoor moet je snel wapens inkopen, maar enkel Amerikaanse, Zuid-Koreaanse en Israëlische producenten kunnen snel genoeg opschalen. Voor bepaalde soorten wapens is er door bezuinigingen helemaal geen Europese variant, denk aan de MLRS’s.
De angst voor Poetin wordt vervolgens gecombineerd met een onredelijke haat jegens Trump. Premier Jetten noemde hem eens ‘een gevaar voor de veiligheid’. Als Trump eist dat Europese NAVO-landen toch hun uitgaven voor defensie opschroeven, gaat Jetten daarin wel weer mee: dat heeft te maken met de angst voor Poetin. Ook D66 was altijd voorstander van knetterharde bezuinigingen op Defensie. Dat betekent dat je geen wrok tegen zowel Poetin als Trump kunt koesteren, als je zowel zwak bent als bang voor de een heb je de ander nodig.
De grootste dreiging die uitgaat van Rusland zit in hun nucleaire arsenaal. Daar kun je iets tegen doen via ESSI, met raketten. Die mogen dan niet uit de VS komen, want voor zo een cruciaal onderdeel van je eigen veiligheid kun je lastig aankloppen bij een man die je net tot de grootste bedreiging daarvan hebt gebombardeerd. Dan meer verder kijken op de markt, wie levert er nog meer raketten tegen een mogelijke Russische dreiging? IAI uit Israël! Nu moet er juist een (militaire) boycot tegen dat land worden ingesteld vanwege de oorlog in Gaza. Hoe de lezer daar ook over denkt, het is door bezuinigingen op defensie onmogelijk om bang te zijn voor Poetin, Trump te haten en Netanyahu te boycotten - tegelijkertijd.
Vooruit, laten we dan maar bij Netanyahu raketten kopen, hoeven we geen zaken te doen met die vervelende Amerikanen, als we ons willen beschermen tegen een Russische nucleaire aanval. Dat zal niet gaan. De VS en Israël hebben een lange geschiedenis van militaire samenwerking. De VS betalen ook voor de raketten die Israël ontwikkelt. Het staat allemaal netjes in de boekhouding van het Amerikaanse congres.
Na Israël is Egypte de grote ontvanger van Amerikaanse financiële steun voor militaire doeleinden. Dat laatste is een gevolg van het vredesverdrag tussen twee landen. Het leek de VS destijds opportuun om Egypte uit de sfeer van de Sovjet-Unie te halen. Dat laatste land had Egypte wapens geleverd van lage kwaliteit, mede waardoor het steeds verloor van Israël. Egypte zou meewerken aan vrede in het Midden-Oosten en heeft dankzij Amerikaanse steun met afstand het machtigste leger van Afrika, niemand kan het echt uitdagen. Op de aanvallen met raketten uit Iran na, is er sinds 1973 nooit meer een grondoorlog tegen Israël gevoerd met de intensiteit van het conflict van dat jaar.
De steun aan Israël heeft vooral betrekking op defensie. Sinds de oprichting van Israël hebben de VS, omgerekend naar huidige dollars, voor 175 miljard aan steun gegeven. Iets minder dan een tiende daarvan heeft betrekking op raketten ter verdediging van het luchtruim. Van 2023 op 2024 is het bedrag daarvoor meer dan vertienvoudigd naar 5,7 miljard dollar. Drie maal raden wat Israël daarmee ontwikkelde? Arrow 3 en 4, dat Duitsland gaat kopen - om ook Nederland te beschermen.
Duitsland kiest er in het kader van ESSI voor om zichzelf en de bondgenoten voor luchtverdediging afhankelijk te maken van een door de Amerikanen gefinancierd project. Dat schiet zo niet op met die ‘Europese soevereiniteit’. Een alternatief was geweest om met een groep Europese landen het Franse project door te ontwikkelen en te verbeteren. Die keuze is niet gemaakt. Nu zijn de leden van ESSI ongewilde kopers van Israëlische technologie, gefinancierd door de Amerikanen, uit angst voor Trump, omdat onze leiders menen dat we ze alle drie moeten haten. Jetten is voorstander van ESSI, omdat het een Europees project is waarmee we ons losweken van de VS. Via ESSI wordt Nederland beschermd door een aankoop van Duitsland in Israël van … Amerikaanse raketten. Logisch?
Bij de deelnemers aan het protest onder de naam van de rode lijn zijn genoeg mensen die vinden dat Israël in zijn huidige vorm moet ophouden te bestaan. In een vrij land mag je die mening zijn toegedaan. D66 loopt mee en geeft daarmee een signaal af aan Israël, dat wel wordt gevraagd wapens te leveren die strategisch gezien van cruciaal belang zijn. Daar zit een bizarre tegenstrijdigheid in. In het ergste geval zorgt de aangescherpte oorlogsretoriek richting Rusland voor een daadwerkelijk conflict met deze kernmacht, terwijl Nederland geen enkele maatregel heeft getroffen om de eigen bevolking te beschermen. Of Bibi dan wat raketjes zou willen sturen? Hoe men ook over Poetin, Trump en Netanyahu denkt: Europese progressievelingen hebben de eigen thuislanden in een geopolitieke nachtmerrie doen belanden. Onafhankelijk worden van Amerikaans/Israëlisch wapentuig is niet mogelijk zonder het luchtruim open te stellen voor een Russische kernaanval. Minstens een van de drie moet je vriend zijn.
In dat kader is het tot slot mooi om nog eens terug te zoeken in de archieven van D66. De partij wilde een klimaatneutraal leger zonder zware wapens. Lekker op vredesmissie gaan en samen met de lokale bevolking in de moestuin aan de slag is ook veel inclusiever. Het is geen grapje, lees het oude Kamerstuk maar terug. De welwillendheid van deze optimisten maakt dat Nederland nu niet de hard power heeft om het genoemde trio tegelijkertijd tot vijand te benoemen. Meelopen in een rode lijn-protest doet daarom terecht de wenkbrauwen fronsen.
Wie wel consistent is, is de Spaanse premier Sanchez (los van zijn economisch beleid). Op de kaart zag u al dat Spanje geen lid is van ESSI, maar een Europese oplossing zoekt. Spanje heeft verder besloten om geen Amerikaanse F-35’s te kopen maar enkel Europese toestellen te overwegen. Sanchez heeft ook een slechte relatie met Netanyahu, niet in de laatste plaats vanwege de oorlog in Gaza. Onder die omstandigheden is het inderdaad niet wijs om je strategisch afhankelijk te maken van een partij met wie de relatie ernstig aan het bekoelen is.
Goed bekeken is die consistentie de enige logische keuze. Elke andere route heeft iets destructiefs in zich. Bij het protest op het Museumplein zullen we tal van politici van PRO en D66 zien, die naar alle waarschijnlijkheid niet zo diep over de materie willen nadenken. Hun eigen beleid wat Israël betreft, heeft Nederland in een zeer nadelige positie gebracht. Dan maar met wat vlaggetjes zwaaien om de socials te vullen, op tijd weer terug voor de piepers. Het moet wel gezellig blijven.
Mijn werk wordt gratis ter beschikking gesteld, maar het kan er niet zijn zonder een bijdrage van de lezer. Kies zelf een bedrag, afhankelijk van wat u het waard vindt, via de knop hieronder. Of u bestelt mijn boek. Democratie op de helling koopt u hierrr, er is een e-book en een papieren boek.


























Zeer lezenswaardig, erg goed vooronderzoek en research. Chapeau! Misschien ook aardig hierbij te vermelden dat de Israëlische versie van de F35A niet alleen dezelfde “schroefjes en moertjes” heeft maar als enig land, niet US zijnde, hun eigen software gebruikt. De F35 of welk US militair vliegtuig dan ook, blijft “eigendom” van de US. Zowel hardware als software, type certification, et all. De Nederlandse Luchtmacht mag eigenhandig, geen wijzigingen aanbrengen aan zowel hardware als software. Israel mag dat wel en brengt het F35 op een hoger niveau waar zelfs het DOD (let wel als Mr. H weer is opgehoepeld, gaat het weer zo heten!) graag gebruik van maakt!
Die wapenindustrie is een giftig en driftig ding. En het is wellicht nog breder te trekken, gezien de geschiedenis met biologische wapens. In 1948 was er operatie 'cast thy bread' las ik oa. via https://www.researchgate.net/publication/393947175_Bioweapons_Operation_Cast_Thy_Bread_and_the_Israel_Institute_for_Biological_Research_Unveiling_Israel's_Covert_Biological_Warfare_Legacy en https://www.theinteldrop.org/2024/08/27/cast-thy-bread-israeli-biological-warfare-during-the-1948-war/
Wat is een passend antwoord?
Ook onze kunstmatig aangestuurde leefomgeving lijkt bewapend. Het is daarom wellicht nuttig om ook stil te staan bij een andere manier van perceptie bij met name jongere generaties. Een bijwerking van jarenlang schermgebruik, is een aantrekkingskracht tot adrenaline en cortisol opwekkende zaken. Er is vaak ook verhoogde dopamine lust (najagen van belonings-prikkels) en de gemiddelde concentratiespanne van een cocktailprikker.
Chaos, onrust, spanning en continue beweging voelen voor hen (en velen van ons) inmiddels vertrouwd. Rust en vrede zullen daarom als nieuw aanvoelen en mogelijk in het begin juist angstgevoelens oproepen. Kunnen we ons bekwamen in het omarmen van vreedzaamheid?
Hoe leren wij ons allemaal ook weer comfortabel te voelen in een schone, veilige, voedende en geweldloze omgeving? Met natuurlijke en organische elementen en afwezigheid van kunstmatigheden?
Hoe laten wij een gezonde eigenwaarde vertalen naar het stellen van duidelijke grenzen in ongezonde situaties?
Kunnen wij geweldloze zones waarborgen voor iedereen die niet (meer) in oorlog en het militair industrieel complex geloofd?