Universiteiten en media zijn nog steeds vergiftigd door redeloze emotie
Het artikel stond al even op de rol, naar aanleiding van een lezersvraag. Het is iets actueler geworden door een incident in Groot-Brittanië. Een professor van 41 genaamd Jason Arday heeft zichzelf van het leven beroofd, toen duidelijk was dat hij zijn carrière bij elkaar had verzonnen. Over de doden niets dan goeds, laten we dat even helder hebben. Wel mag je je afvragen of er in de wetenschap en de journalistiek geen cultuur is die het risico op dit soort incidenten vergroot. Er bestaat een bijna ziekelijke neiging om het juiste narratief te vertellen, niet zozeer de feiten te brengen. Dat is vragen om problemen.
Arday had een indrukwekkende carrière. Hij was de jongste zwarte professor ooit aan Cambridge. Hij schreef zijn dissertatie op zijn dertigste, terwijl hij twaalf jaar daarvoor niet eens kon lezen of schrijven. Zijn ouders komen uit Ghana. Naast de academische bliksemcarrière was hij ook actief voor zeventig goede doelen, hij haalde in totaal vijf miljoen pond aan donaties op. Daarnaast was hij een begenadigd hardloper. Hij liep eens 30 marathons in 35 dagen, op een gegeven zelfs met een gebroken voet. Hij kon hij zo veel doen in zo weinig tijd? Hij zou weinig slapen. Cambridge wilde graag diverser worden en was maar wat blij met dit jonge talent van kleur. Daarbij liet men na om alle zelfbenoemde wapenfeiten kritisch te bekijken. De publicist Nathan Cofnas schreef een vrij vernietigend artikel over Arday en de rest is geschiedenis.
Het idee heerst dat dit ‘witte’ mensen niet zou zijn overkomen. Tekenend is de ingezonden brief in Het Parool van een universitair docent uit Wageningen. Daarin lezen we:
‘Bovendien maakt de achtergrond en identiteit van de wetenschapper uit voor de manier waarop zo’n fout behandeld wordt. Witte wetenschappers die frauderen worden ‘ambitieus’ genoemd of de intense academische competitie wordt opgevoerd als verzachtende omstandigheid voor hun misstappen.’
Klopt dat wel? In Nederland hebben we Diederik Stapel gehad, een professor die in ongenade is gevallen toen bleek dat hij onderzoeksresultaten had verzonnen, of beter gezegd: vervalst. Zijn partner in crime Roos Vonk kreeg een berisping. Ronald Plasterk, ooit PvdA, wilde in een ‘rechts’ kabinet zitting nemen en werd beschuldigd van gesjoemel terwijl daar geen sprake van was. Na de heksenjacht besloot hij geen premier te worden. In de jaren ‘80 speelde de affaire Buikhuisen, zoekt u zelf nog maar wat voorbeelden op. Als er een voorbeeld is van een fraudeur die vanwege ‘witheid’ als ‘ambitieus’ is neergezet, laat het weten in de comments. En je kunt natuurlijk ook niet frauderen, het is maar gezegd.
Wat er lijkt te gebeuren in zowel de academische wereld als de journalistiek is dat door de obsessie met inclusie mensen komen bovendrijven die daardoor juist in de problemen geraken. Het gevaar zit niet in een samenleving die fraudeurs zou aanmoedigen als ze ‘wit’ zijn en dat nalaat als ze ‘van kleur’ zijn: het gevaar zit hem er wellicht in dat het laten horen van het juiste geluid beloond wordt, los van de vraag of het waar is. We pakken twee voorbeelden. We beginnen met het werk van Gloria Wekker, over wie eerder een artikel op 925 stond. Een lezer hier wilde het nog eens teruglezen. Destijds werd haar boek Witte Onschuld beschreven, dat tekenend is voor de huidige progressieve denkwijze in wetenschap en journalistiek.
In Nederland is er enige jaren een discussie over ‘institutioneel racisme’. Dat houdt in dat ‘witte’ mensen worden voorgetrokken, bijvoorbeeld bij het krijgen van een huis. Neem dit gesprek tussen Wekker, professor aan de Universiteit van Utrecht (UU) en Boris Dittrich van D66. Er wordt aangenomen dat er institutioneel racisme is, zonder dat uitgelegd wordt wie zich er precies schuldig aan maakt. Dittrich kan zich er als ‘witte man’ dan van distantiëren en doet zo het juiste. Alleen vraagt een journalist, in dit geval de Twan Huys van Buitenhof, nooit naar concreet bewijs. Dat is not done.
In de wereld van diversity, equity and inclusion (DEI) is het gebruikelijk om mensen op hun woord te geloven. Het is de ‘lived experience’ en als bewijs voor een wetenschappelijke studie weegt dat net zo zwaar als een grote dataset. Denk ook aan de loonkloof in Nederland. Vrouwen zouden in een leven tonnen minder verdienen dan mannen, voor hetzelfde werk. Dat is het startschot van een aantal campagnes om dit sociale onrecht uit te bannen. Het Europees bureau voor de statistiek komt vervolgens met een verklaring die stelt dat de genoemde cijfers zo niet gebruikt mogen worden. Dat maakt dan niet meer uit. Er is een heersend narratief met goede en slechte mensen. ‘Witte mannen’ vallen in de regel in de laatste categorie en kunnen hun naam zuiveren door afstand te nemen van het onrecht.
Wie vraagtekens plaatst bij de inhoudelijke juistheid van de analyse wordt in dezelfde hoek geduwd waar de echte slechteriken zitten. Er zijn ongetwijfeld hardcore racisten te vinden onder de Nederlandse bevolking, laten we ons daar geen illusie over maken. Vervolgens claimen enkele activisten dat dit racisme onderdeel is van de Nederlandse cultuur. Bij dat verhaal zit geen onderbouwing, waar dat vroeger in zowel de wetenschap als de journalistiek wel het geval was. Op familiefeestjes en bedrijfsborrels komt het onderwerp vervolgens ter discussie en als je wil voorkomen dat je bij de racisten wordt ingedeeld, kun je je er maar beter tegen uitspreken. Een derde route is er niet. Er is dan geen ruimte voor een kritische beschouwing van het bewijs. In tijden van DEI zijn er goeden en slechten en bij de laatste groep wil je echt niet horen, dat kost je je baan of je relatie.
In Nederland is Wekker een van de gezichten van deze beweging. Bij Buitenhof hoorden wel al dat racisme in de Nederlandse genen zit ingebakken. Dittrich, die bang is om gecanceld te worden, huilt maar wat mee met de wolven in het bos. Laten we nu eens kijken hoe Wekker tot haar conclusies van institutioneel racisme is gekomen. Dus, ja, racisme is slecht, maar dat betekent niet dat je maar mag aannemen dat alle Nederlanders ervan doordrenkt zijn. Activisten hebben vaak moeite met discussiëren op het juiste abstractieniveau.
Het bewijs van Wekker zit in haar boek ‘Witte Onschuld’. Op achterflap van de Engelse vertaling lezen we deze inleiding.
Nederlanders zijn dus geschapen door vier eeuwen van kolonialisme. Het zijn helemaal niet van die ‘zachtaardige’ mensen, integendeel. Er is zoiets als een cultureel archief: hoe een samenleving zich vormt aan de hand van de geschiedenis. Dat klinkt uiterst redelijk natuurlijk. Alleen worden er grote woorden gebruikt als ‘persistent legacy of racism’ en dan hoop je op enige onderbouwing. Dat is toch niet te veel gevraagd van een wetenschapper? We duiken het boek eens in.
Volgens Wekker is Zuid-Afrika ook eeuwenlang ‘bezit’ van Nederland geweest. Daar gaan we al de mist in. De VOC heeft inderdaad de Kaapkolonie gesticht. Daarmee kwam er een tussenstop op de lange reis van en naar Indonesië.
De bevolking bestond in 1797 uit iets meer dan 70 duizend zielen. In het grootste district, Stellenbosch en Drakenstein, leefden 7.256 vrije (blanke) Christenen naast 10.703 slaven, de meeste uit Azië. Er waren ook nog naar schatting vijfduizend Khoi Khoi of Hottentotten, de oorspronkelijke bewoners van de regio. Deze drie groepen samen zijn mijn voorouders. De kolonie is niet hetzelfde als de huidige republiek Zuid-Afrika: die is zeven keer zo groot als de toenmalige kolonie. Dat is een nuance die de professor weglaat, wat goed is voor het dramatisch effect.
In 1795 namen de Britten de kolonie met geweld in bij de zogeheten Slag om Muizenberg. Dit gebeurde in het kader van de oorlogen tegen de Fransen en specifiek Napoleon. De Britten hadden niet iets tegen Nederland maar wilden voorkomen dat de strategische locatie in handen van de Franse vijand zou komen. Daarna zouden de Britten heel Zuid-Afrika inlijven in een reeks bloedige, koloniale oorlogen. Maar daar heeft Nederland geen schuld aan, er is al bijna tweeëneenhalve eeuw geen koloniale aanwezigheid van betekenis in Afrika. Dan mag je je best afvragen of de Nederlandse identiteit in 2026 wordt gedefinieerd door gebeurtenissen van voor de Slag om Muizenberg.
Tegenwoordig is het gebruikelijk om ‘lived experiences’ toe te laten als wetenschappelijk bewijs. Ook als er geen bewijs is voor discriminatie op basis van ras of geslacht (door de witte man), dan zijn de vertellingen nu gelijkwaardig aan statistieken. Dat levert het vervelende verschijnsel op dat degene die de statistieken bestudeert, in de hoek van de seksisten en racisten wordt geduwd, als de conclusie is dat de genoemde misstand eigenlijk niet aanwezig is.
In dat kader mag dit gesprek dat ik had bij RTL Late Night niet ontbreken. Humberto Tan vertelde bij een discussie over de loonkloof dat zijn buurvrouw minder kreeg dan een mannelijke collega en extrapoleerde dat naar de hele samenleving: alle mannen zijn hufters. Bewijs van het tegendeel, verzameld door het CBS, wordt de kijker vervolgens onthouden.
De volgende stap is makkelijk te voorspellen: complete vakgebieden als wiskunde en geschiedenis zijn eigenlijk in zijn geheel racistisch. Er komen daadwerkelijke voorstellen om het af te schaffen, wat het zou het product zijn van wat ‘witte mannen’ in het verleden hebben geproduceerd. Het mooie aan wiskunde en cijfers is juist dat er sprake is van universele verbanden die voor iedereen en in elke situatie dezelfde uitkomst opleveren, los van geslacht, ras of wat dan ook. Uit deze activistische stroming komt de roep om cijfers weg te laten uit de onderbouwing: of zoals Wekker dat doet, ze te vervalsen in naam van ‘de wetenschap’.
Volgens Wekker is Nederland dus tot op het bot racistisch. Een en ander wordt in haar boek bewezen met ‘verhalen’, volgens de leer van de ‘lived experience’. Een van de verhalen ging over een poging om zwart te rijden in de Amsterdamse metro. Ze had de pech tegen een controle aan te lopen en kreeg een boete. Ze schold de ambtenaar in functie daarom uit voor ‘fascist’. Dat is inderdaad een belediging en niet veel later zat ze in de cel. Dit bewijst dat heel Nederland een racistisch, stinkend moeras is.
Voor Wekker was het overduidelijk dat haar behandeling te maken had met haar positie ‘op het kruispunt van ras en gender’: niet zozeer het feit dat ze een overtreding heeft begaan. Let wel, dit is het bewijs van ‘institutioneel racisme’ dat de professor van de UU kan presenteren. Vervolgens gaan Twan Huys en Boris Dittrich bij Buitenhof door het stof, uit angst voor cancel culture.
Er is nog meer bewijs voor de aanwezigheid van institutioneel racisme in Nederland. De methode is afgekeken van een Amerikaanse zwarte vrouw met een blanke vrouw en dito kind als partner. In 1998 ontdekte deze Rhonda Williams dat als ze door het park liep, veel aanwezigen dachten dat ze de nanny was en niet zozeer de moeder. Volgens Wekker is dat een vorm van racisme, hoewel het ook een onschuldige aanname kan zijn. Het is niet heel vreemd voor kinderen om heel erg op hun moeder te lijken. Maar laten we even aannemen dat dit een valide bewijs van racisme is.
Uit kwantitatief onderzoek van Wekker blijkt dat Nederlanders dit ook ervaren, bijvoorbeeld omdat ze geadopteerd zijn. Wekker geeft de exacte aantallen niet, maar het gebeurt. In de wereld van de lived experiences mogen we het ook zonder cijfers doen. Er volgen wat voorbeelden, van een Nederlandse vader met een Thaise dochter bijvoorbeeld, die hebben meegemaakt dat anderen in bepaalde gevallen niet iedereen aannam dat het om gezinsleden ging.
Wat niet blijkt uit de ‘verhalen’ is 1) om hoeveel incidenten het ging, 2) of een grotere groep mensen de ervaring niet deelt en 3) of de steekproef voldoende groot is. Als er slechts een paar mensen zijn die dit hebben ervaren - en het zal zeker heel vervelend zijn - dan mag je op basis daarvan niet een compleet land wegzetten als racistisch. Ook is het mogelijk dat degenen die het hebben meegemaakt, daar slechts incidenteel hinder van ondervinden: dat de meerderheid van de ‘witte’ mensen wel begrijpt dat het om een gezinsrelatie gaat. Als je een keer bent beroofd door een Argentijn, kun je op basis daarvan ook niet zeggen dat alle Argentijnen je beroven.
Voor de bronvermelding van deze ‘verhalen’ wordt verwezen naar ander onderzoek van Wekker, gepubliceerd door de UU.
Het blijkt dat de onderzoekers met tien personen hebben gesproken die geadopteerd zijn. Hun namen zijn gefingeerd om de privacy te waarborgen. Dan zult u zeggen: tien respondenten, dat is geen hele grote steekproef. Dat klopt. Op basis van tien deelnemers mag je niets zeggen over de hele populatie. Dat is een wetenschappelijke en journalistieke doodzonde.
Het blijkt dat van de tien respondenten, slechts vier met het verschijnsel te maken hebben gehad. Wekker schrijft dan nog een verklaring voor wat een specifieke respondent zal hebben ervaren: er volgt een soort koloniaal erotisch verhaaltje.
De aanname was dat adoptiekinderen niet als kind van hun ouders worden gezien, als ze een andere kleur hebben, omdat Nederland door het koloniale verleden tot in de haarvaten racistisch is. In Witte Onschuld worden daarom vier respondenten opgevoerd die dit hebben moeten meemaken. Alleen zijn er zes anderen die zich er niet in herkennen, een meerderheid. Wat Wekker doet is dat ze de zes onwelgevallige antwoorden wegfiltert en een nieuwe steekproef maakt met de vier personen het ‘racisme’ wel hebben moeten ondervinden. Zo kom je bij een steekproef waarin honderd procent van de respondenten de stelling van de activist onderschrijft.
In het artikel van gisteren kun u zien dat lezers vaak de bronvermelding niet checken. Wie enkel Witte Onschuld leest, zou kunnen denken dat een groot aantal adoptiekinderen zonder uitzondering met deze vervelende ervaring heeft moeten leven en uit eigen beweging Wekker vroeg er iets over te schrijven. In werkelijkheid ging het om een minderheid uit een steekproef die zo klein is dat je op basis daarvan niet mag generaliseren.
Merk ook op dat Wekker geen ‘nee’ accepteert, als ze iemand vraagt of die last heeft van racisme. Als de respondenten met ‘verschillende en tegenstrijdige uitspraken’ komen, dan moet er naar theorieën (1993) worden gegrepen van een Amerikaanse ‘feministische wetenschapper van witheid’. Het mag niet bestaan dat iemand met een kleurtje het in Nederland gewoon naar de zin heeft omdat dit helemaal nog niet zo’n slecht land is. Ook die constatering vraagt kennelijk om ‘duiding’. Alles moet in het negatieve worden getrokken, anders is er geen ophef.
Je kunt als professor dus een paar mensen opvoeren als getuige en op basis daarvan een heel land ‘institutioneel racistisch’ noemen. Als dat normaal is, dan motiveer je jonge, kwetsbare personen om zonder stevige onderbouwing en CV de meest radicale standpunten in te nemen. Het gaat niet om wat waar is, maar wat past in het heersende narratief. Merk trouwens op dat het optreden van Wekker bij Buitenhof plaatsvond tijdens de lockdowns vanwege COVID. Wie toch de straat opging, was een wappie die anderen in gevaar bracht.
Aan de andere kant moest je je ook uitspreken tegen racisme. Er volgde een grote demonstratie tegen racisme op de Dam in Amsterdam. Het is ook een belangrijk onderwerp, racisme is een verwerpelijke ideologie. Alleen werd niemand ziek tijdens de demonstratie, het was een goede lakmoesproef. In het heersende narratief van een dodelijk vleermuisvirus zou je sterven of anderen in gevaar brengen als je de Coronamaatregelen niet respecteerde. Aan de andere kant werd je ook verwacht te demonstreren tegen racisme. Moet je nu binnen blijven of de straat op? Hier botsen twee ‘verhalen’, is dat even lastig.
De Amsterdamse burgemeester Halsema besloot de Coronamaatregelen voor een dag niet te handhaven, want ze had geen zin in ‘gedoe’. Sterker nog, ze ging zelf ook naar de demonstratie op de Dam. Elke andere demonstratie werd hard uit elkaar gemept, als er geen antiracistisch element in zat. Samenlevingen hebben behoefte aan een conventie, een narratief: als ik maar zus en zo doe, dan ben ik veilig. In 2020 is het idee ontstaan dat je binnen moest blijven vanwege het virus, tenzij het om een demonstratie tegen racisme ging. Dan zou het virus een dagje niemand besmetten. Een meerderheid vindt dat volstrekt plausibel, virussen met een sociaal bewustzijn.
In Groot-Brittannië zagen we een soortgelijke trend. Je moest binnen blijven en een mondkapje dragen, tenzij je naar een demonstratie van Black Lives Matter ging. Het bijzondere gedrag vond nog maar een paar jaar geleden plaats. Daarna volgt er een ideologische zuivering van de universiteiten. Wetenschappelijke studies hoefden niet langer te zijn gebaseerd op een grote hoeveelheid statistisch bewijsmateriaal (saai, veel werk): je moet iets schrijven over racisme, want iedereen is ermee bezig. Daarmee schep je een cultuur waarin kwaliteit er niet meer toe doet en zet je de deur open voor minder goede wetenschappers die het van plagiaat moeten hebben. Worden hun verhalen eenmaal doorgeprikt, dan stort hun wereld in elkaar. De trieste dood van Arday is een Brits verhaal, maar is de Nederlandse academische wereld beter?
Tot slot mag een anekdote uit de journalistiek niet ontbreken. Het is het verhaal van Klaas Relotius, de sterjournalist van Der Spiegel. Het laat zien dat journalisten met dezelfde zelfcensuur kampen als wetenschappers. Relotius publiceert wat zijn hoofdredactie en progressieve lezers willen horen, niet wat waar is. Vervolgens verzint hij het ene na het andere artikel, dat vol met aantoonbare onzin staat. In de regel zijn witte mensen slecht, Duitsers helemaal, en moeten we ons druk maken om vluchtelingen. Relotius fingeert zelfs namen van ‘vluchtelingenkinderen’ die in werkelijkheid niet bestaan. Emotionele Duitsers sturen dan donaties, waarmee Relotius met zijn vriendin op vakantie kan gaan. Der Spiegel heeft later excuses gemaakt richting de lezers.
Trump moet het ook vaak ontgelden, als ‘witte’ man met Duitse roots nog eens. Relotius zoekt het meest ‘witte’ plaatsje van de VS op, genaamd Fergus Falls. Vanuit zijn appartement in Duitsland verzint hij een bezoek ter plaatse. Al snel krijgt hij het online aan de stok met de lokale inwoners, die hem op eenvoudig te controleren inconsistenties wijzen. We pakken een stukje van het werk van Relotius erbij, omdat hij wel gewoon goed kan schrijven. Hij beschrijft hoe zijn bus in Fergus Fall in het Trump-bolwerk arriveert. Lees en huiver.
‘After three and a half hours, the bus bends from the highway to a narrow, sloping street, rolling towards a dark forest that looks like dragons live in it. At the entrance, just before the station, there is a sign with the American stars and stripes banner, which reads: “Welcome to Fergus Falls, home of damn good folks.”’
‘There is also a cinema outside of town, where fast food stores are lit up. In this cinema, a flat, rectangular building, there are two films on a Friday evening. The one, “La La Land”, running in empty rows, is a musical, a romance about artists in Los Angeles. The other, “American Sniper”, a war film by Clint Eastwood, is sold out. The film is actually already two years old, almost 40 million Americans have seen it, but it still runs in Fergus Falls.’
‘There is nothing on the cap of Neil Becker. Becker, a man with strong shoulders, blond hair and big, clear eyes, asks, “Have you lost your mind?” Neil Becker is 57 years old, married, a man with a deep voice and a face in which seldom find any questions. He is not a farmer, he works next door in the coal-fired power plant, his hands are always black.’
Heftig, nietwaar? Die witte mensen werken niet alleen in kolencentrales (klimaat!) maar om er te komen moet je door een griezelig drakenbos. De lezers van Der Spiegel smullen. Fergus Falls ligt trouwens ten westen van Lake Michigan, een gebied dat bekendstaat als the Midwest. Het kreeg zijn huidige vorm tijdens het Pleistoceen, toen de laatste gletsjers zich terugtrokken. Het gebied is daarom bijna net zo vlak als Nederland. We kunnen het met Google Earth bezoeken, kijken of we dat rare bord kunnen vinden, meteen uit het drakenbos op de bochtige bergen van Fergus Falls..
Helaas, geen draken in bossen. We zouden ook de bioscoop kunnen vragen of de genoemde programmering wel klopt, of Fergus Falls wel een kolencentrale heeft waar mensen nog kolen met hun handen scheppen, noem maar op. Laten we dat niet doen.
De hoofdredactie van Der Spiegel, toch een gerenommeerd medium, laat na om het werk van Relotius inhoudelijk te controleren. Even Google Earth gebruiken is al te veel moeite. Net als in de wetenschap is er in de journalistiek een zoektocht naar het ‘juiste verhaal’, of het wel snor zit met de onderbouwing is van secundair belang. En net als in de wetenschap zet je zo de deur open voor charlatans, wiens leven instort als hun leugens bij de eerste de beste test worden doorgeprikt. Misschien moeten we weer terug naar ‘vroeger’, toen wetenschap en journalistiek dreven op harde feiten en cijfers in plaats van het juiste ‘verhaal’. Dat is voor iedereen beter, ook de fraudeurs.
Had u mijn laatste boek trouwens al gelezen? Democratie op de helling koopt u hierrr, er is een e-book (digitaal, lekker handig) en een papieren boek. Wilt u mijn gegraaf mogelijk maken? Ga naar BackMe, of u koopt mijn andere boek, Het Euro Evangelie. Laat anders uw waardering voor mijn werk merken via de knop hieronder.


















