Nee, er is geen discriminatie van vrouwen via ‘de loonkloof’
Een terugkerend onderwerp maar kennelijk blijft het nodig. Er is een nieuwe Europese wet die discriminatie van vrouwen via de loonstrook verbiedt. Die ´gender pay gap´ houdt in dat vrouwen voor hetzelfde werk als mannen in hun leven tonnen minder verdienen, alleen omdat ze vrouw zijn. Als je in de herkomst van dat cijfer duikt, krijg je alleen de indruk dat die conclusie niet gerechtvaardigd is, gewoon niet klopt.
Neem het artikel op de site van NOS waarin de Europese maatregel wordt aangekondigd. Daarin wordt het bestaan van de loonkloof - vrouwen krijgen wegens discriminiatie minder geld dan mannen voor hetzelfde werk - als een bestaand verschijnsel geaccepteerd. Er is immers een middel nodig om die kloof ‘te dichten’, zonder dat er wordt gekeken hoe erg het nu allemaal eigenlijk is.
Na de opmerking dat ‘uit cijfers blijkt’ dat vrouwen worden onderbetaald, volgen er daadwerkelijk enkele cijfers over de loonverschillen. De argeloze lezer zou kunnen vermoeden dat dit de echte verschillen zijn: wel 32 procent op een heel bruto jaarloon. Hier gaat NOS ernstig de mist in. Sinds het begin van de eeuw probeert Eurostat, het Europese CBS, een vinger achter het verschijnsel te krijgen. Het blijkt allemaal iets genuanceerder te zijn, maar NOS laat die nuances om de een of andere reden weg. Als je ophef zoekt, moet je niet een beetje de andere kant van het verhaal willen zien.
Zo blijkt dat werkgevers hun personeel meer betalen, als ze langer in dienst zijn. Twee mensen doen dan hetzelfde werk maar er is een verklaarbaar loonverschil. Vrouwen hadden tot enkele jaren geleden een achterstand op de arbeidsmarkt, mannen werkten vaker dan vrouwen. Vervolgens zijn vrouwen juist meer gaan werken. Door dat verschijnsel is de kans groot dat er op een werkvloer meer mannen met veel functiejaren zijn dan vrouwen. Als je corrigeert voor dat verschil, is er geen loonkloof. Sterker nog, bij de overheid is hij negatief: vrouwen verdienen meer dan mannen. Het probleem is dus verdwenen. Dat komt uit hetzelfde rapport dat de andere cijfers noemt maar die feiten en nuances filtert NOS dan weg.
Bij een loonkloof zijn er drie cijfers van belang. Ten eerste is er de algemene loonkloof, een ongecorrigeerd cijfer, waarbij je alle salarissen van vrouwen vergelijkt met die van mannen. Je bekijkt wat het verschil is en dat deel je door het salaris van de mannen. Dan zie je wat vrouwen minder verdienen, uitgedrukt in procenten. Vervolgens blijkt dat er factoren zijn die een goede verklaring zijn voor dat verschil. Voor een deel is er geen verklaring. In de statistiek gebeurt dat vaker, je hebt dan ruis in je gegevens: je weet het gewoon niet. Wat er overblijft is het verschil waarvan je geen idee hebt waar het vandaan komt, het is er gewoon. Ook dan mag je niet zomaar aannemen dat het wel discriminatie moet zijn. Veel activisten gaan daar wel in mee, zelfs NOS.
Waarom zou uit onderzoek blijken dat dit probleem niet bestaat? Dat gaan we met een voorbeeld helder maken, dan duiken we meteen de wereld van echte cijfers in. Stel eens dat er een afdeling is binnen een willekeurig bedrijf waar twintig mensen werken, mannen en vrouwen. Een onderzoeker naar de ‘gender pay gap’ vraagt alle loonstroken op en legt die van de mannen op de ene stapel en die van de vrouwen op de andere stapel. De onderzoeker probeert zo veel mogelijk gegevens te verzamelen maar loopt wel tegen privacyregels op.
Relevante feiten als het aantal extra gekochte vakantiedagen blijven onbekend. Als er een ‘god mode’ was in het leven, dan konden die gegevens wel worden geanalyseerd, maar helaas. De relevante gegevens die er wel zijn maar nooit beschikbaar komen, geven de ruis. De onderzoeker is academisch opgeleid en zal er dan ook geen uur minder om slapen, deze dingen gebeuren gewoon. De onderzoeker gaat aan de slag met wat er wel voorhanden is. Je kunt bijvoorbeeld de stapel loonstroken sorteren naar vrouwen en mannen en de bedragen optellen.
De mannen blijken veel meer te verdienen dan vrouwen. Dat is een loonkloof. Er ontstaat grote woede: mannen verdienen drie keer zo veel als vrouwen, voor hetzelfde werk! Het is gewoon discriminatie. Immers, ze werken op dezelfde afdeling. Dit zijn hun namen, salarissen, parttime factoren en of ze man of vrouw zijn. Nota bene: de parttime factor geeft aan voor welk deel je wel fulltime werkt. Een dag minder werken in de week is dus een parttime factor van tachtig procent, of 0,8.
De onderzoeker kijkt vervolgens nog eens goed naar de cijfers. Het blijkt dat er zeven vrouwen werken op dertien mannen. Dat de mannen meer verdienen, komt vooral doordat er ook meer mannen zijn en dan hebben die ook meer loonstroken. Niemand weet waarom er meer mannen zijn, dat is zo gegroeid, op de afdeling ernaast zijn er weer meer vrouwen. De mannen blijken er ook gemiddeld langer te werken, de vrouwen zijn gemiddeld gewoon jonger. Ook is de manager (de bovenste, Lodewijks) toevallig een man en die mag meer verdienen. De best verdienende vrouw is Veldman en dat is ook een bikkeltje.
Navraag leert ook nog eens dat het bedrijf een CAO heeft met een zogeheten cafetariamodel. Er is inderdaad een mogelijkheid om meer vakantiedagen te krijgen dan collega’s, maar dat gaat dan wel ten koste van het salaris natuurlijk. Het valt de onderzoeker op dat de meeste vrouwen in een informele setting zeggen hiervan gebruik te maken. Mannen doen dat niet zo vaak, lijkt het, maar het blijft gissen. De exacte gegevens zijn niet te vinden, de loonstroken laten alleen zien wat bruto en netto salaris zijn: niet wat de invloed is van het bijkopen van dagen. Dit is dus statistische ruis: je ziet een rare uitslag maar je hebt geen idee hoe het komt. Er bestaat immers geen ‘god mode’ waarin je alles kunt zien, zoals wat je wegens privacyregels niet eens mag weten.
Zijn dit oneerlijke salarissen? Is hier sprake van discriminatie van vrouwen? We zouden een paar bewerkingen kunnen loslaten op de tabel. Met de functie SUMIF (de optelsom van een kolom, met voorwaarden zoals geslacht) krijgen we de totale verdiensten van mannen en vrouwen.
Inderdaad, mannen verdienen bijna drie keer zo veel. Als we het verschil delen door het salaris van de mannen (de officiële manier om een loonkloof te berekenen, zoals NOS hierboven ook heeft gedaan) krijgen we een loonkloof van 56,79 procent. Dat ziet er heftig uit. Nu weten we wel dat er ook meer mannen zijn. Het is dus redelijker om de gemiddelde salarissen van de vrouwen te vergelijken met die van de mannen. Dan corrigeer je voor het relatief lage aantal vrouwen, los van wat ze per uur verdienen. We maken hetzelfde sommetje, maar dan met de salarissen gedeeld door het aantal werknemers per geslacht (dertien mannen en zeven vrouwen): het gemiddelde salaris per geslacht.
Nu is de loonkloof gedaald naar minder dan twintig procent. Nog steeds zullen hordes paarsharigen barricades willen opwerpen maar het wordt al een stuk minder heftig.
In de discussie over de loonkloof hoor je vaak dat vrouwen minder krijgen voor ‘hetzelfde werk’. Om het werk in de vergelijking gelijk te maken, zou je vervolgens de manager weg moeten laten. Als het een afdeling is van twintig mensen, waaronder een manager, dan zou je die negentien mensen onder hem moeten vergelijken: die doen immers hetzelfde werk. Dan krijgen we dit beeld.
De loonkloof is nu geslonken naar veertien procent. Dat komt, omdat grootverdiener Lodewijks het gemiddelde voor de man omhoog heeft getrokken. ‘Zakken zijn er om te vullen’, is zijn motto bij de jaarlijkse kerstborrel. Nu even niet!
Nu zouden we nog een rekenkundige oefening mogen doen. Niet iedereen is even oud, terwijl iedereen wel ongeveer hetzelfde werk doet. Er is een scheiding te maken naar geslacht maar ook naar leeftijd. Door de extreme focus op geslacht, die nare mannen hebben het gedaan, vergeet iedereen naar leeftijd te kijken. Dat is ook een in de grondwet genoemde discriminatiegrond.
Stel dat je een korporaal bent bij Defensie, de landmacht bijvoorbeeld. De salarissen zijn openbaar en staan hierboven. Een lijst met wat collega’s verdienen, geregeld door de nieuwe wet, is dan ook compleet zinloos. Alles is al openbaar, als je de sterren en strepen op een uniform kunt onderscheiden. Als dat al niet lukt, hebben we bij Defensie een ernstiger probleem. Een korporaal geeft leiding aan enkele soldaten in een kleine eenheid en heeft zelf een gespecialiseerde functie. Hij of zij rapporteert aan de sergeant in de eenheid. In de discussie over de loonkloof werd gesteld dat vrouwen minder krijgen voor hetzelfde werk. We moeten dus salarissen in dezelfde functie vergelijken. Het is redelijk om twee korporaals te vergelijken. Een korporaal verdient tussen de (afgerond) 2900 euro en 3500 euro per maand. Dat laatste salaris krijg je door meerdere jaren in dezelfde functie te opereren.
Sinds men de loonkloof is gaan bestuderen, neemt deze van het ene jaar naar het andere steeds af. Dat komt omdat vrouwen zich emanciperen en meer werken. Dames, gefeliciteerd! Lees in dit kader ook de metastudie van onderzoeker Doris Weichselbaumer. Wat je wel mag verwachten, is dat vrouwen in het begin tijdelijk minder verdienen in dezelfde functie maar dat na verloop van tijd volledig zullen inlopen. De eerste vrouwelijke korporaal van Nederland moest wel minder functiejaren op haar naam hebben staan dan de collega’s gemiddeld haddeen. In de voorbeeldafdeling is dat ook zichtbaar. Als we een plot maken van elk persoon en die op twee assen zetten naar leeftijd en salaris, dan zien we dit patroon. De uitschieter, helemaal rechts, is natuurlijk weer Lodewijks.
Er is duidelijk een positief verband tussen leeftijd en salaris en dat is ook niet verbazingwekkend. Elk jaar werken zorgt voor drieduizend euro extra salaris, is de gemiddelde trend. Dat is een vertekend beeld, omdat niet iedereen in de schoenen van grootverdienend manager Lodewijks wil of maar kan staan. Nu is er in dit bedrijf ook een verband tussen leeftijd en geslacht. De vrouwen zijn overduidelijk een stuk jonger dan de mannen. Wie zout op slakken wil liggen, stelt nu dat vrouwen hier gediscrimineerd worden terwijl er een onverdacht leeftijdseffect speelt.
Ook zouden we kunnen corrigeren voor de parttime factor. Dat is maar deels mogelijk. Van de werknemers is bekend of ze parttime werken of niet en in welke mate, het staat gewoon op de loonstrook: de lezer kan de eigen loonstrook erbij pakken, als die er is. Nu is het redelijk om aan te nemen dat als vrouwen meer parttime werken, ze ook extra vakantiedagen kopen. Het eerste is in cijfers uit te drukken, het tweede niet. Hier moeten we dus gissen. Laten we beginnen met parttime werken.
Om te kijken wat het effect van parttime werken op de loonkloof is, kunnen we elk salaris delen door de parttime factor. Delen door een breuk is hetzelfde als vermenigvuldigen met het omgekeerde, hebben we op de basisschool geleerd. Nu zien we wat iedereen zou verdienen zonder parttime werk. Bij wie toch al fulltime werkte, verandert er in de nieuwe kolom ‘salaris FT’ dus niets. Veldman is niet langer de bestverdienende vrouw, ze werkte toch al fulltime. Nu is het een redelijke vraag of je mag zeggen dat vrouwen dan gediscrimineerd worden: minder krijgen bij minder uren. NOS vindt van wel.
Voor de overzichtelijkheid klappen we alle rijen met personeelsnummers in, behalve de eerste en de laatste, Lodewijks en Veldman. We herhalen de stappen met de voltijd salarissen, de uitkomsten maken we geel voor de overzichtelijkheid. Eerst delen we de ruwe salarissom van man en vrouw door elkaar: dan halen we de manager weg, zodat we geen appels en peren vergelijken. Het resultaat is als volgt, de gele velden zijn nieuw.
Als niemand parttime meer werkt, dan zou het salaris van de groep groeien. Dat hoeft niemand te verbazen. Wel is het effect bij de vrouwen veel groter, omdat vrouwen vaker parttime werken. Dat zag je al direct in de tabel en het was een vrije keuze. Ook als er wordt gesteld dat vrouwen dat wel moeten doen vanwege de zorg voor de kinderen, dan nog kan er niet worden gesteld dat er een loonkloof is. Hun partners zouden thuis misschien meer kunnen doen om de vrouw te ontlasten, een volledig terechte stelling.
Wel maakt dat voor de eerlijkheid van de beloning niet uit. De werkgever vergoedt de uren die gemaakt worden en daar houdt het op. Een loonkloof impliceert dat vrouwen minder krijgen bij hetzelfde aantal uren: niet dat ze wel of niet allemaal onbetaalde overige verantwoordelijkheden in de samenleving kennen, die daarin dus niet helemaal eerlijk is. Als de vrouwen op deze specifieke afdeling morgen allemaal wel fulltime wilden en konden werken door een man die meer doet in het huishouden en de kloof blijft alsnog, dan is het wel vreemd.
Als we de manager weglaten en we rekenen met voltijd salarissen (dus M(19) en V(19)), dan halveert de loonkloof. Rekenen we dan met gemiddelde salarissen per gewerkt uur, dan is het verschil nog maar ruim vier procent. Dat laatste cijfer is belangrijk. Dit is de gecorrigeerde loonkloof als je uitgaat van de gegevens waar de onderzoeker bij kan komen, in het Engels de adjusted gender pay gap. De kwaliteitsmedia gaan nogal onzorgvuldig om met dit belangrijke onderscheid.
Het ruwe cijfer voor de loonkloof was 57 procent en na redelijke aanpassingen (correcties) blijft er nog maar 4 procent over. Die 57 procent noemen we het ongecorrigeerde cijfer voor de loonkloof. Die 4 procent is het gecorrigeerde cijfer voor de loonkloof. De onderzoeker in dit voorbeeld weet niet precies wat het effect van het extra bijkopen van vakantiedagen is. Als je dat wel zou meerekenen, dan daalt de resterende kloof misschien, we weten het gewoon niet.
Dit is dus statistische ruis. Als je aanneemt dat er een groot probleem is vanwege de loonkloof omdat het ruwe cijfer 57 procent bedraagt, dan kan dat een vooringenomenheid veroorzaken. Zo’n groot getal, daar moet wel sprake zijn van discriminatie! Vervolgens brengen redelijke correcties het getal terug tot bijna nul. In het jargon zeggen we dat er een ongecorrigeerde loonkloof van nog maar 4 procent is. Het is niet gelukt om met wat bewerkingen helemaal bij de nul uit te komen. Er zijn twee redenaties.
Wie overal discriminatie vermoedt, zou kunnen stellen dat er geen bewijs is dat stelt dat die vier procent niet toch door discriminatie komt. Het is mogelijk dat Lodewijks stiekem een beleid voert, waarbij vrouwen op de afdeling worden achtergesteld. Zonder enige reden haalt hij vier procent van het salaris af om vrouwen klein te houden, zo is hij. Zijn vrouw is een keer vreemdgegaan en hij zit vol wrok en haat. Hij kijkt op social media ook naar filmpjes van Andrew Tate over de manosphere. Het beschadigen van vrouwen mag niet te grote vormen aannemen want dan valt het op. Vier procent is net genoeg om lekker te zijn maar het is ook niet te extreem. Dat moet het wel zijn!
De andere visie is wel neutraal. Als de onderzoeker opzettelijke discriminatie zou hebben ontdekt, dan was dat natuurlijk de verklaring. Maar we weten het niet. Als we nu eens in ‘god mode’ konden kijken, dan had je dergelijke stevige uitspraken wel mogen doen. De onderzoeker zegt geen discriminatie aan te kunnen tonen. Alleen is er ook geen bewijs dat het er niet is. Bewijs voor en tegen discriminiatie van vrouwen is dus even sterk (of zwak). In de wetenschap is het compleet geaccepteerd dat de gevonden data nu eenmaal niet alles vertellen. Bij de vorige visie gold, dat als er geen bewijs is dat er niet gediscrimineerd wordt, er waarschijnlijk wel gediscrimineerd wordt en ‘de man’ dus fout is. Het is dan ook het probleem van alle mannen, we hebben een mannenprobleem. De tweede visie stelt dat als er geen eenduidig bewijs is wegens gebrekkige data, de realiteit van elke wetenschapper of journalist, je eerlijk moet zijn en zeggen dat je het gewoon niet weet. En bij twijfel ben je onschuldig.
Waarschijnlijk zag u het al aankomen, we kunnen wel in ‘god mode’ kijken. Een HR-medewerker ziet dat de discussie over de loonkloof de sfeer verziekt. Er ligt ineens een geheime USB-stick op het bureau van de onderzoeker, met de groene cijfers hieronder. Die leren ons hoe veel extra vakantiedagen iedereen heeft bijgekocht. In België speelt deze discussie ook, daar zien we dat jongeren graag twee keer zo veel dagen bijkopen als de generatie ervoor, dan hebben ze meer flexibiliteit.
Als de vrouw de man inhaalt op de arbeidsmarkt, dan is het ook redelijk om aan te nemen dat vrouwen beter vertegenwoordigd zijn bij jongere generaties werkenden. Als die laatste groep meer vakantiedagen bijkoopt, dan werken vrouwen daarmee minder uur per jaar dan mannen. Die uren worden niet vergoed en vormen een redelijke verklaring voor een deel van de ongecorrigeerde loonkloof. In ons voorbeeld krijgen we hier wel inzicht in, in de echte wereld (daar kijken we zo naar) zullen we hier nooit een compleet beeld van krijgen. Hoeveel vakantiedagen je bij koopt is informatie die niet gedeeld wordt met derden.
De onderzoeker in ons voorbeeld tikt in gifgroen de geheime gegevens over bijgekochte vakantiedagen (EVD) in in het overzicht, het is natuurlijk illegaal om dit allemaal te weten. Het resultaat is als volgt:
De voorlaatste kolom geeft het aantal bijgekochte vakantiedagen. Elke extra bijgekochte dag betekent dat je een dag minder werkt op een jaar, dat tweehonderd werkdagen kent. Dat vertaalt zich in een loon dat een half procent lager mag zijn bij hetzelfde werk. Als je op zoek bent naar discriminatie op de loonstrook en je beschikt niet over deze geheime cijfers, dan zou je ten onrechte kunnen denken dat er discriminatie is. In werkelijkheid is er dan niets aan de hand. Dat is het probleem met te agressief activisme. Een gebrek aan bewijs, de statistische ruis, wordt ten onrechte gezien als bewijs voor de stelling. Kwaliteitsmedia zouden dit onderscheid moeten kennen, maar schieten ernstig tekort.
In de laatste kolom, de groene bedragen, staat hoe hoog het salaris eigenlijk is. Het salaris is opgeleukt met de gratis vakantiedagen, bij de mensen die ze bijkopen. Dat is een eerlijke correctie, want wie gratis vakantiedagen bijkoopt krijgt natuurlijk minder geld. We herhalen alle eerdere stappen, maar nu met de geheime groene gegevens erbij. De ongecorrigeerde loonkloof was 57 procent (cel F27). Hoe veel is er nog over, nu we de USB-stick met vakantiedagen tot onze beschikking hebben?
Als we rekening houden met alle beschikbare factoren, dan is van het verschil van 57 procent bijna alles, namelijk 55 procentpunt, gewoon verklaard. Van twee procent weet je het niet, maar misschien duikt er morgen nieuwe informatie op.
De ongecorrigeerde loonkloof is 57 procent. Een groot deel daarvan is wel te verklaren, namelijk 55 procentpunt. Er zitten minder vrouwen dan mannen op de afdeling, de manager is een man en moet je uit de vergelijking laten, veel van het lagere bruto loon zit hem in de vrije keuze om parttime te werken en dan blijkt uit geheime gegevens ook nog dat vrouwen gewoon extra vakantiedagen bijkopen en daarom iets minder op de loonstrook zien dan mannen. Dit zijn redelijke verhalen, geen bewijs van ‘discriminatie’.
Dan blijft er 2 procent over waarvan we het niet weten. De media, ook NOS, maken nu een paar grove blunders. Kijk nog eens naar het artikel van NOS hier helemaal bovenaan. Er wordt gesteld dat vrouwen minder verdienen dan mannen in hetzelfde werk, om dat met een groot getal van 32 procent aan te komen. Dat gigantische bedrag, tonnen over een werkzaam leven, is het ongecontroleerde cijfer.
Naarmate er meer wetenschappelijk onderzoek komt, er meer cijfers beschikbaar zijn en er meer statistische technieken ontstaan, krijgen wetenschappers steeds meer inzicht in waarom het ongecontroleerde cijfer zo hoog is. Het is een ouderwetse meetmethode die is ingehaald door de techniek. Door dat weg te laten, lijkt het net alsof de tijd inmiddels heeft stilgestaan. Dat is niet het geval. De gecorrigeerde loonkloof, het ruwe cijfer gecorrigeerd voor alle redelijke verklaringen die je hebt kunnen vinden, is al decennia spectaculair aan het dalen.
Toen Eurostat deze cijferreeksen begon samen te stellen, waren er enkel ruwe gegevens beschikbaar waarmee men de ongecorrigeerde loonkloof kon berekenen. Niet alleen daalt die score over de jaren, er duiken ook steeds meer verklaringen voor de verschillen op.
Eurostat en het CBS geven bij die cijfers inmiddels afdoende uitleg over de oorzaken van de gemeten kloof. In het genoemde rapport schrijft Eurostat dat een hoge, ongecorrigeerde loonkloof, uit drie delen bestaat: een verklaard deel, een onverklaard deel en een residu. Dat residu ontstaat omdat er altijd onbekende gegevens zijn, zoals op de voorbeeldafdeling.
De cijferreeks in de databank van Eurostat wordt sinds 2002 bijgehouden. Eurostat wilde destijds een cijfer over de loonkloof maken voor elk lid van de EU. Met andere woorden, via een gemeenschappelijke methode wordt in elke lidstaat gekeken wat de specifieke score is. Sommige landen hebben hun administratie beter op orde dan andere, zeker in 2002. Daarom kan Eurostat met maar heel weinig gegevens werken: de data over extra vakantiedagen bijvoorbeeld zijn zeer relevant maar niet beschikbaar. Daarom maakten ze maar een extreem grove, ruwe berekening van de ongecorrigeerde loonkloof. Je mikt alle gegevens op twee hopen, deelt het een door het ander en je bent om twee uur al klaar met werken. Makkelijk!
Kijk echter uit als je hier te harde conclusies aan wil verbinden. Eurostat geeft zelfs een ‘methodologische waarschuwing’ af: ga niet lopen schreeuwen dat een ongecorrigeerd cijfer bewijs is voor discriminatie! Wat doen de kwaliteitsmedia? De ene onterechte aanname op de andere stapelen.
Als je dan toch dat ruwe, ongecontroleerde cijfer wil publiceren, waarom niet. Er komt dan een onwaarschijnlijk hoog getal uit waarvan we weten dat het niet veel zegt. Maar hier is hij, omdat het kan.
Nederland en Oostenrijk zijn kampioen ongecorrigeerde loonkloof. Door cijfers zo te publiceren, zonder te melden dat er ook een gecorrigeerd cijfer is dat al jaren hard aan het dalen is, ben je gewoon paniek over discriminatie aan het zaaien. Want zijn er misschien verklaringen voor de koppositie van die twee landen? Kiezen vrouwen daar vaker voor parttime werken?
Verdomd. We zien dat Franse vrouwen zonder kinderen in 17 procent van de gevallen parttime werken. Als ze kinderen krijgen, stijgt dat naar 28 procent. In Oostenrijk werkt 35 procent van de vrouwen parttime, ook zonder kinderen. Dat is meer dan het Franse cijfer met kinderen. In Nederland is dat ook zo. Een Nederlandse vrouw zonder kinderen werkt vaker parttime dan een Franse vrouw met kinderen. Dan ligt dat verschil niet aan het wel of niet hebben van kinderen. Het is een cultureel verschijnsel. En de kampioenen parttime werken voor vrouwen zijn ook de kampioenen ongecorrigeerde loonkloof voor vrouwen. Minder uren maken betekent minder werk. Is dat wel discriminatie?
Eurostat zegt letterlijk dat je deze gegevens niet mag gebruiken als maatstaf voor discriminiatie. Toch doen de activisten dat en geen enkel medium zegt dan: ‘jongens, is dat wel de bedoeling’?
Nu heeft de vorige Europese commissie onder Frans Timmermans een actie in werking gezet die het niet-bestaande probleem van de loonkloof moet aanpakken. Het is dan de vraag of dat een taak van de Europese commissie is, want discriminatie is iets dat een lidstaat moet oplossen. Het gaat dus niet over de vraag of je discriminatie moet aanpakken, maar wie ervoor verantwoordelijk is. We hebben het over een Europese wet, dus Timmermans trok het naar Brussel. Met welke rechtvaardiging?
In de wet lezen we dat de EU vindt dat de loonkloof in elke lidstaat even goed moet worden bestreden. Als je het zo opschrijft, dan moet je het vanuit Brussel regelen, het een volgt uit het ander. Je had ook eerst per lidstaat kunnen kijken of het probleem wel bestaat. In plaats daarvan neemt de wet aan dat het probleem overal bestaat en er naast nationale oplossingen er ook een overkoepelende Europese oplossing moet zijn. Zo ben je wel werk aan het scheppen.
Eurocommissaris Timmermans haalde de rechtvaardiging destijds uit artikel 157 van het Europees verdrag. Dat is in de jaren vlak voor 2005 opgesteld. Destijds had Eurostat enkel beschikking over data over ongecorrigeerde loonkloven en die lopen in de tientallen procenten, spectaculaire cijfers inderdaad! Daarna kwamen er allemaal nuances, maar het recht om het enorme probleem (dat intussen krimpt) Europees aan te pakken is gebleven.
In 2014 begint het verhaal weer te leven in activistische kringen. Eurostat publiceert nog steeds het ongecorrigeerde cijfer, dat wel daalt maar nog steeds hoog is. Daarnaast publiceert Eurostat ook steeds het gecorrigeerde cijfer. Dat daalt harder. Ten eerste omdat vrouwen het steeds beter doen, ten tweede omdat het statistisch bureau steeds beter begrijpt hoe de loonkloof in elkaar steekt - denk aan het voorbeeld van de USB-stick en de bijgekochte vakantiedagen. De activisten blijven toch hangen in het oude verhaal.
In 2019 maken de Europese socialisten het tot speerpunt van hun campagne. Lijsttrekker Frans Timmermans belooft zelfs dat als hij de baas wordt in Europa, het probleem binnen vijf jaar zal zijn verdwenen. Dat is niet zo moeilijk, want het probleem bestond al niet meer.
Aan het begin van de eeuw bestonden de middelen niet om de gecorrigeerde loonkloof zo goed te berekenen. Daarom heeft men de grove manier ontworpen om gewoon alle mannelijke salarissen met alle vrouwelijke te vergelijken. Eigenlijk slaat die methode nergens op, maar er was geen betere maatstaf. Inmiddels zijn er betere meetmethoden voor het verschil in man en vrouw in economische zin. Die laten een veel minder dramatisch beeld zien, niet fijn voor activisten die leven van angst en woede. Om toch een verschil tussen mannen en vrouwen op de loonstrook te kunnen laten zien, bombarderen ze het statistische residu - het onverklaarde loonverschil - tot hard bewijs van discriminatie. De organisaties die die cijfers verzamelen waarschuwen letterlijk tegen deze praktijken maar als de emoties het winnen doen feiten er niet meer toe.
Om af te sluiten volgt een leuke parabel, die bleek het bij een borrel goed te doen. Stel je voor dat een man en vrouw samenwonen en gaan trouwen. De vrouw verdenkt de man van vreemdgaan, ten onrechte. Haar emoties zijn een rechtvaardiging om de man te bespioneren waar het maar mogelijk is. Als hij niet op tijd zijn telefoon opneemt als ze belt, weet ze al genoeg. De onterechte angst is de rechtvaardiging van het recht op allemaal inbreuken in zijn persoonlijke levenssfeer. Bewijs dan dat je het niet hebt gedaan! De man weet niet wat hij fout doet.
Op een gegeven moment moet hij een maand op reis naar Azië, voor zijn werk. Dat zijn dertig nachten in een hotel alleen, dertig kansen om vreemd te gaan. Het ongecorrigeerde ontrouwcijfer is nu dertig. De vrouw huurt een privédetective om haar te helpen met het verzamelen van bewijs over ontrouw. Als je vermoedt dat het fout zit, dan mag dat ook.
Het blijkt dat voor heel veel verdacht gedrag tijdens de zakenreis een goede verklaring is. Zo is de man een nacht in het ziekenhuis opgenomen wegens voedselvergiftiging, daar zijn medische documenten van. Toen nam hij zijn telefoon even niet op maar hij zit niet met zijn hoofd tussen de twee benen van een stripper. Ook is hij twee dagen bij de ouders van de vrouw blijven slapen, die toevallig op de route van zijn zakenreis wonen. Het is niet geloofwaardig dat hij op die twee dagen ook is vreemdgegaan. Het ongecorrigeerde ontrouwcijfer ligt op dertig dagen, maar door de logeerpartij bij de ouders gaan er van het gecorrigeerde ontrouwcijfer twee dagen af.
De man verschijnt ook op tv nadat hij Bangkok een hond uit het water heeft gered. Het dankbare gezin van de hond houdt hem een dag in huis en het verhaal haalt het lokale nieuws; de kloof tussen het gecorrigeerde en het ongecorrigeerde ontrouwcijfer neemt met nog een dag af. De man raakte ook nog verzeild in een bankroof, hij werd een dag voor losgeld gegijzeld gehouden in een bankkantoor in Singapore. Ook dit haalt het nieuws en het is hard bewijs dat hij op die specifieke dag niet is vreemdgegaan: nog een veilige dag erbij. Het begint er steeds meer op te lijken dat hij echt niet vreemdgaat. Maar het is niet van elke dag vast te stellen dat hij niet vreemdging. Het gecorrigeerde ontrouwcijfer wordt nooit helemaal nul, om de man blijft een zweem van vreemdgaan hangen - in de ogen van de vrouw, tenminste.
Bij terugkomst wordt er open kaart gespeeld. De vrouw uit haar verdenkingen, de man moet de onschuld maar bewijzen. Nu gaan we zien waarom je nooit mee moet gaan met emotionele chantage. De man kan een reeks bewijsstukken tonen, zoals het rapport van het ziekenhuis: die nacht was hij daar opgenomen en struinde hij niet de straten af op zoek mogelijkheden voor ontrouw. Van de dertig dagen dat hij weg was, kan hij van 26 dagen hard aantonen waar hij was, met hangen en trekken. Bij vier dagen is dat achteraf niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat hij ergens een hotel met contant geld heeft betaald. Hij wist niet dat hij achteraf onderzocht zou worden. Misschien heeft hij zo ook wel een stripper betaald, denkt de boze vrouw. Eigenlijk weet je het nooit.
In dit voorbeeld zal iedereen accepteren dat de man onredelijk wordt behandeld - als hij echt monogaam is natuurlijk, dat is even de aanname. Als hij van vier overnachtingen niet met een heftig verhaal kan bewijzen dat hij wel trouw was, dan betekent dat niet dat hij is vreemdgegaan. Je bent schuldig omdat er bewijs is dat je over de schreef bent gegaan, niet omdat het bewijs van onschuld ontbreekt. Moet je je voorstellen dat de politie je aanhoudt op een donker landweggetje. ‘Kunt u aantonen dat u net niet te hard reed? Nee? Dan doen we voor de zekerheid een bekeuring’.
De ideologie achter het idee van een ‘loonkloof’ is gestoeld op wantrouwen, de aanname van schuld in plaats van het tegenovergestelde. Mannen krijgen via de onmogelijk lompe berekening van de ongecorrigeerde loonkloof meer geld dan vrouwen, dus ze moeten de boel wel discrimineren. Uit die ongefundeerde aanname die zonder bewijs uitgaat van discriminatie, volgt artikel 157 TFEU dat het ‘probleem’ mag bestrijden. Als de jaren verstrijken, blijkt dat het steeds meer meevalt.
De hardcore aanhangers van de theorie blijven dan in de oude meetmethode geloven, ook al zeggen allerlei wiskundigen en andere experts dat ze dat niet moeten doen. Grappig, dat je soms experts op een vakgebied blind moet geloven (klimaat, virussen) terwijl je ze compleet mag schofferen als hun feiten niet in het progressieve narratief vallen. Door voortschrijdend inzicht blijkt een steeds groter deel van de loonkloof redelijk verklaard te kunnen worden.
Omdat de bewijslast is omgedraaid, is elke ontbrekende verklaring - het statistisch residu dat er altijd wel is - automatisch een bewijs van schuld. Daarom gaat het probleem ook nooit opgelost worden. Je zult de salarissen van vrouwen kunstmatig met een kwart moeten verhogen, wil je zonder twijfel kunnen stellen dat er geen geheim seksistisch complot is tegen de vrouw. Of, in het voorbeeld van de handelsreiziger en zijn wantrouwige grote liefde: als de man niet van elke dag van de maand hard kan bewijzen dat hij die dag niet vreemd is gegaan, is hij een vreemdganger.
Het probleem van deze denkwijze is de aanname van schuld. Een paar procent loonverschil kan niet verklaard worden, dus is er schuld, in de vorm van een seksistisch complot. Men zoekt naar schuld en dan vind je het ook. Het maakt een redelijk debat over de verhouding tussen man en vrouw onmogelijk, want de man krijgt ten onrechte iets in de schoenen geschoven. In het voorbeeld van de handelsreiziger: als je zo wordt behandeld, ben je gek als je niet vreemdgaat.
Wie zich druk maakt om sociaal onrecht, kan beter bondgenoten zoeken met feiten. Er is een hoop voor te zeggen dat er te veel druk ligt op de schouders van vrouwen. Een normaal huis is met een gewoon salaris onbetaalbaar dus je moet veel werken en daarnaast is het krijgen van kinderen voor vrouwen natuurlijk veel zwaarder dan voor de man. De activisten van de ‘gender pay gap’ maken de hele discussie echter belachelijk, omdat iedereen die ooit in de buurt van een rekenmachine is geweest, kan zien dat het verhaal niet klopt. Dit is een echt onderwerp voor Current Ratio, u zag het al aankomen.
Had u mijn laatste boek over digitalisering trouwens al gelezen? Democratie op de helling koopt u hierrr, er is een e-book (digitaal, lekker handig) en een papieren boek. Wilt u mijn gegraaf mogelijk maken? Ga naar BackMe, of u koopt mijn andere boek, Het Euro Evangelie. Laat uw waardering voor mijn werk merken via de knop hieronder. Veel kijkplezier!


























Wow. Helder. Dank!
Moi stuk werk! Dank u.