In tijden van ‘deugen’ sterft de creativiteit
Zomer, tijd voor een zeikstuk. Maar cijfermatig onderbouwd is het zeker en relevant ook. Sinds ongeveer tien jaar, het laat zich lastig meten, is de Westerse wereld in de ban van politieke correctheid. Je zegt dingen die aansluiten bij het veilige narratief, niet wat je echt meent. Het beste voorbeeld: vermogende mensen die zich inclusief uitspreken richting migranten en asielzoekers, je bent toch geen racist? Maar als het COA vervolgens een leegstaand pand in de buurt wil gebruiken voor noodopvang, dan sprokkelen ze wel snel wat geld bij elkaar om het snel van de markt te trekken, dat werk.
De veilige meningen zitten bij elkaar in een bundel van sociale veiligheid. De correcte opvattingen over migratie, Oekraïne, vaccineren, klimaat, Europese integratie, bedenk het maar, worden in de regel in combinatie met elkaar geuit. Het zal lastig zijn iemand te vinden in de eigen nabije omgeving die op GroenLinks stemt en ‘voor’ het klimaat is maar toch minder migranten wil. Tenminste, dat is de uiting: het handelen laat vaak iets anders zien. Denk bij het laatste aan een aankooptransactie die in het Kadaster kan worden aangetroffen, als er toch een noodopvang van het COA in de buurt geopend dreigt te worden. We gaan hier geen man en paard noemen, ook een journalist moet nog iets van vrienden hebben. In ieder geval hebben we het over de mensen die je aanspreken op de klimaatschade van vlees, als je een hap van je frikandel neemt terwijl ze je de foto’s laten zien van hun vierde verre vliegvakantie dit jaar waar je zelf never nooit het geld voor hebt.
Het gaat bij het deugen om wat je zegt en laat zien, bijvoorbeeld met vlaggen op de deur of op social media. Tijdens de pandemie was het gebruikelijk om de gebruikersnaam op Twitter of Facebook op te leuken met het symbool van een extra injectienaald voor elke extra booster die men had genomen. Zo kan iedereen zien dat je in een meningenstrijd aan de veilige kant zit. Wat men echt denkt, kan iets heel anders zijn. Het niet uiten van de veilige mening kan voor uitsluiting zorgen, bijvoorbeeld op het werk. Als je bij een big four accountantskantoor werkt, wil je niet bekendstaan als degene die tegen migratie is, zeker niet als je bezig bent met een promotie. Beter hou je het allemaal lekker vlak en veilig. Zo ontstaat er een kloof tussen wat men denkt en wat men zegt. Dat uit zich praktisch door het andere geluid dat je hoort als je op de Zuidas iemand op dinsdagochtend spreekt bij de waterkoeler, of om elf uur op de WC tijdens de vrijmibo.
Wat resteert, is een meningenomerta. Sommige dingen zeg je niet. En voor niet weet wat een omerta is, dat is de afspraak binnen leden van de Siciliaanse maffia en hun familie om niet met de politie te praten, dat is verraad. Doe je dat wel, dan heeft dat gevolgen. De gevolgen in de politiek correcte polder zijn helder: wie een afwijkend geluid laat horen wordt letterlijk gemeden als de pest. Dat heet cancellen. Daarom denken wetenschappers en kunstenaars wel drie keer na voor ze iets zeggen, liever slaan ze tot in het extreme door in de veilige richting. Zo is er nu een oproep in de medische wereld om het curriculum van de opleiding te ‘dekoloniseren’. Want dat gaat uit van ‘witheid’. En als je ‘wit’ zegt in plaats van het ouderwetse ‘blank’, dan laat jij zien dat je je eigen huidskleur eigenlijk vies vindt. Deugen voor gevorderden!
Dit ‘dekoloniseren’ van universiteiten komt in de regel neer op afstand nemen van de grondleggers van de eigen tak van wetenschap. Binnen de geneeskunde is men nogal bezig met het risico van bacteriële infecties. De kennis daarover nam een grote vlucht dankzij bioloog en scheikundige Louis Pasteur, geboren in Frankrijk in 1822. De techniek van het pasteuriseren van melk is natuurlijk naar hem vernoemd maar hij heeft ook een vaccin tegen hondsdolheid ontwikkeld. Hij was zijn tijd ver vooruit en de wetenschap heeft veel aan hem te danken, maar het is een ‘witte man’, fout in de oorlog dus. Wie nu geneeskunde studeert en enkel druk wil zijn met het vak zelf, doet er toch slim aan om deze moderne beeldenstorm niet te negeren.
Tegenwoordig moet je je actief uitspreken tegen allemaal vermeend maatschappelijk onrecht, ook als je je afvraagt of de soep wel zo heet wordt gegeten als hij wordt opgediend. Niet racistisch zijn is niet genoeg, je moet je kenbaar maken als antiracistisch, ook als je er niet mee bezig bent. Anders ben jij de racist. Het heeft inderdaad allemaal met woorden te maken. Er is een organisatie genaamd Antifa, de anti-fascistische actie. Wie maar een beetje kennis van de geschiedenis heeft, zal geen fan van fascisme zijn. De Antifa is alleen niet zelden geweldadidig. Ben je daar tegen, dan ben je eigenlijk een fascist, want zij zijn degenen die tegen fascime vechten. Dat zeggen ze immers zelf. Daarom is het veiliger om te zeggen dat je achter hun standpunten staat, ook al denk je eigenlijk dat ze zich moeten douchen en een kappertje pakken om dan met het magere CV het uitzendbureau binnen te stappen.
Modern deugen houdt in dat je je ‘uitspreekt’, ook al vraagt niemand daarom. Als een Surinamer zijn kruisbanden scheurt bij een potje voetballen, dan zal hij vooral snel geholpen willen worden, wat mogelijk is dankzij eeuwen van vergaren en delen van medische kennis. Een kruisband is een kruisband, wie je voorouders ook waren. Lig je op een brancard je pijn te verbijten, dan is dekolonisatie van het curriculum wel het laatste waar je mee bezig bent. Doktoren houden zich nu bezig met allemaal politiek correct geneuzel waar geen patiënt wat aan heeft. Maar deugen doe je ook niet voor de patiënt, maar voor jezelf.
In de politiek werkt het ook zo. Poetin is slecht dus is Oekraïne goed. Poetin financiert extreem-rechts in de EU en is verantwoordelijk voor veel misinformatie op social media. Dat rechtvaardigt een reeks aan Europese maatregelen, die het risico van censuur in zich dragen. Nu is het moeilijk, zo niet onmogelijk, om daar een praktisch voorbeeld van te laten zien. Je wil niet ‘extreem-rechts’ genoemd worden, dus ben je voor Oekraïne. Dat land lid maken van de EU levert een reeks aan grote, praktische problemen op, waar je over mag nadenken zonder dat je meteen op de loonlijst staat van het Kremlin. Die nuance is in een hypergepolariseerde samenleving waarin iedereen bang is om gecancelled te worden, niet meer te vinden.
Hoe dat praktisch uitpakt zien we in België. De regering van het land wilde een gebaar maken en beloofde Zelensky de complete vloot van F-16’s. Die werden toch vervangen. De arme Oekraïense president kwam naar België voor een fotomoment, ook Belgische bewindslieden hebben Instagram waarop ze willen uitdragen aan de goede kant van de geschiedenis te staan. Alleen is België bang voor Russische vergelding, dus krijgt Oekraïne die vliegtuigen niet of te laat. Het was een ‘belofte zonder deadline’, soms heb je wat verbale gymnastiek nodig. Dat is deugen, of ‘virtue signalling’ in het Engels in optima forma: je laat het gewenste geluid horen, wat je vervolgens doet is iets anders. Of dit verstandig beleid is tijdens een daadwerkelijke harde oorlog is voer voor deskundigen.
Zou de cultuur van het vlakke, ongemeende deugen ook invloed hebben op de cultuursector? Praktisch zou dat inhouden dat musici, schrijvers, filmmakers zich inhouden omdat ze bang zijn om hun inkomsten te verliezen. In het schaarse geval dat ze zich uiten hoe ze zouden willen, komt er inderdaad een cultuurpolitie om de hoek kijken. De angst door hen te worden aangepakt, zorgt voor zelfcensuur in de culturele sector. Dat gaat aantoonbaar ten koste van creativiteit, zeker bij muziek. Maar laten we er eerst eens wat films bij pakken.
Wie in de jaren ‘80 is opgegroeid, kan zich de film Amsterdamned uit 1988 nog herinneren. Door de grachten waart een moordenaar die toeslaat om zich vervolgens met duikapparatuur uit de voeten te maken, best lastig trouwens. Een politieman, gespeeld door Huub Stapel, moet hem vangen. Met een huidige bril op zal de film niet erg spectaculair ogen, maar verplaats je eens in de wereld van een klein jongetje dat de film voor het eerst op tv mag zien, nadat deze in de bioscoop is geweest. Destijds werden enge films met geweld pas laat uitgezonden. Daarom moest je middels klusjes thuis hemel en aarde bewegen om toestemming te krijgen van je ouders om zo laat nog op te blijven. Zo veel actie en spanning was destijds on-Nederlands, alleen de Amerikanen maakten dergelijke films. Er zit bijvoorbeeld een achtervolging in die praktisch gezien weinig zin heeft, maar daar moet je even niet letten.
Regisseur Dick Maas maakte vorig jaar een vervolg. Die wordt door de deugpolitie als discriminerend ervaren. Wie de film wil kijken, krijgt een waarschuwing: er is sprake van discriminatie! Nu is het een film over een moordenaar, dat laatste aspect zou men vroeger als schokkender hebben ervaren maar tijden zijn veranderd.
Wat is er dan zo discriminerend aan de film? We zien een dragqueen die een taxi wil pakken maar de taxichauffeur heeft er geen zin in. Dat zou kwetsend kunnen zijn voor de tere zieltjes binnen de LGBTIA+-gemeenschap. Het is dus een discriminerende rotfilm. In het verhaal is de desbetreffende taxichauffeur een ongemanierde hork. Maar dat maakt niet uit, het is een discriminerende film geworden waar mensen voor moeten worden gewaarschuwd. De regisseur liet nog weten geen slechte bedoelingen te hebben en wie de film heeft gezien zal dat kunnen beamen, want de onprettige taxichauffeur heeft maar een kleine bijrol. Dat maakt niet uit, mensen zijn tegenwoordig snel beledigd.
Op dezelfde manier werd er geklaagd over de film Land van Johan van Eddy Terstall. Wie hem persoonlijk kent weet dat het een welwillende, progressieve man is die bepaald niet blind is voor het leed van anderen. Zijn film gaat over de seksuele revolutie van de jaren ‘70. Het lijkt erop dat er een tijdgeest wordt neergezet, een ontwikkeling, rondom verzonnen personages. Moet kunnen toch? De nietsbevroedende kijker zal er geen kwaad in zien, maar dan kent u de hoofdstedelijke feministen nog niet, met hun gevoel van humor van een strijkbout.
De film is niet woke genoeg. In de film komt een vrouw (Sonja) voor die seks heeft, dat krijg je met een film over de genoemde periode. Nu is het vaak zo dat je seks hebt met een ander, dus als de ‘losbandige’ vrouw zich uitleeft geldt dat ook voor de mannen in het verhaal. Per definitie is iedereen dan ‘losbandig’. Moderne feministen laten zich niet zo makkelijk sussen.
Het Parool publiceerde een recensie die laat zien hoe de deugpolitie tegenwoordig werkt. We lezen:
‘Misschien is het de nostalgische toon die bovenstaande een wrange bijsmaak geeft. Want natuurlijk kan het zijn dat Sonja eerst overtuigd was van het flowerpower-hippietijdperk, maar van gedachten veranderde toen ze eenmaal doorhad dat de mannen in haar leven meer van deze zogenaamde vrije liefde profiteerden dan de vrouwen. Dat had best een interessante film kunnen opleveren.’
Kennelijk moeten de verzonnen personages (een recht dat elke creatieveling heeft, je eigen wereld maken) zich aan de normen van vandaag houden. De Sonja uit het verhaal wordt niet ‘onderdrukt’ maar kiest zelf voor vrije liefde. In dit decennium moet daar een boodschap bij, anders volgt er een afkeurende recensie: de liefde is voordelig voor mannen, niet voor vrouwen. Dat is een belachelijke generalisatie, helemaal als je de interactie tussen en de ontwikkeling van de personages in de film volgt. Het is allemaal behoorlijk harmonieus en bepaald niet vrouwonvriendelijk, integendeel. Deze recensie kun je ook schrijven zonder de film echt te hebben gezien. De recensent vertelt aan welke eisen een film tegenwoordig moet voldoen. Dat zijn de ‘verantwoordelijkheden’.
‘Waar maak je je druk om, zou je misschien denken. Die Eddy, die is gewoon blijven hangen in zijn hoogtijdagen, toen zijn films Gouden Kalveren wonnen. De film is ouderwets, misschien, maar ook onschadelijk in zijn zouteloze nostalgie. Los van de vraag of zo’n perspectief een paar decennia geleden wél interessant was – als je een film maakt over Nederland, brengt dat bepaalde verantwoordelijkheden met zich mee.
Zou je dat ook terugzien in de muziek? Laten we daar eens een sommetje op loslaten. Elk jaar is er een Top2000. In aanloop naar Kerst wordt de lijst afgespeeld en vlak voor de kalkoen (vegetarisch?) volgt het moment suprême: wie zou er toch op nummer 1 staan? Verrassing, het is Queen met Bohemian Rhapsody. Dat nummer is nu vijftig jaar oud. Is er inmiddels geen enkel ander liedje geproduceerd dat Queen van de troon kan stoten? Anders gezegd: blijven die oude klassiekers zo hoog in de lijst staan omdat het onovertroffen meesterwerken zijn, of komt er gewoon weinig goede, nieuwe muziek bij omdat cultuur uit angst om te schuren aan het afstompen is?
Wie van sommetjes houdt, zou de lijst kunnen downloaden en vergelijken met de lijsten vanaf 1999. De redactie van de Top2000 publiceert de jaarlijkse lijst.
Daarin zien we per nummer hoe goed ze het doen. Als er steeds nieuwe, goede muziek wordt gemaakt, dan mag je verwachten dat oude nummers naar beneden zakken. Omdat we Excel hebben, kunnen we alle lijsten vanaf 1999 in een groot bestand zetten en kijken of muziek ouder of jonger wordt. Als muziek ouder wordt, dan betekent dat dat ook jongeren liever naar muziek uit de jaren ‘70 en ‘80 luisteren omdat ze weinig op hebben met de brave eenheidsworst van vandaag de dag.
Dit nummer van André Hazes schommelt bijvoorbeeld elk jaar rond plek 600. Het is in 2013 wat gezakt maar mag nu een comeback ervaren. Bij het samenstellen van de lijst mogen luisteraars zelf hun favoriete nummers insturen. Deze gegevens worden elk jaar ververst en we krijgen ook gegevens per leeftijdscohort. Het zou goed kunnen dat alle oude löllen Bohemian Rhapsody uit 1975 omhoog stemmen. Daardoor komt nieuwe muziek, waar de jongeren van nu naar luisteren, niet uit de verf. Het is ook goed mogelijk dat jongeren van nu liever naar Queen luisteren, omdat de meeste muziek uit de recente geschiedenis gewoon vlakke, brave meuk is.
Die analyse levert iets interessants op. Laten we beginnen met de groep 91+, u raadt al welk nummer daar de grote favoriet is. Waar stemmen de kinderen van nu op?
Die kinderen zijn minder met ABBA bezig dan opa en oma, maar verder toont de lijst bijzonder veel gelijkenissen. Laten we nu alle nummers die ooit in de Top2000 hebben gestaan, eens in een overzicht zetten, omdat we Excel hebben. We kijken per jaar wat de positie was. Zo ontstaat er een leeftijd.
Nummer 24 van alle nummers is bijvoorbeeld Love Me Tender van Elvis Presley. Het is in 1956 uitgebracht. In 2006 stond het nummer op plek 686 in de lijst. De Excel-sheet bevat 4925 rijen, er zijn namelijk 4925 nummers die ooit een notering in de Top2000 hebben gehad. Er zijn 31 kolommen, met eerst de artiest, dan de naam van het nummer en kolommen C tot AE om de positie van een specifiek nummer in dat jaar te geven. Kolom K is het jaar 2006, het laatste jaar is 2026. De leeftijd van een nummer berekenen we dus door het jaar van uitbrengen af te trekken van het jaar waarin het nummer in een notering is opgenomen. Voor de volledigheid is dit de onderkant van de lijst.
De gele nummers zijn de toevoegingen in 2025. De geselecteerde rij is het nummer Verleden Tijd van Suzan & Freek. We zien inderdaad een heel veld vol met X-jes, een symbool voor een ontbrekende notering. Dat is natuurlijk logisch, want een nummer uit 2025 stond voor die tijd niet in de lijst. Bij de echte oudjes verdwijnen nummers uit de lijst en hebben ze zo geen enkele notering meer, dan krijgen ze een ‘-’. Als we inzoomen en de jaren voor 2020 inkorten, ziet u duidelijker wat er gebeurt.
Naast Verleden Tijd zijn er nog negen nummers uit het jaar 2025. Dat is niet heel veel. Als er 4925 nummers ooit in de Top2000 hebben gestaan, dan zijn er 2925 nummers vervangen door nieuw materiaal. In dit tempo duurt het 200 jaar voordat iedereen, ook jongeren, zo veel nieuwe nummers hebben gehoord dat er sprake is van een verse lijst. Dat schiet niet op. Ter vergelijking: 1967 was een goed jaar. A Whiter Shade of Pale van Procol Harum voert een groep van 144 nummers aan, waarvan er in 2026 nog 34 nummers in de lijst voorkomen. Dat betekent dat iedereen, ook de jongeren van nu, een meer dan drie keer zo grote kans hebben om op een nummer uit 1967 te stemmen dan op een nummer van vorig jaar.
Sterker nog, Procol Harum staat op dit moment nog steeds op plek 143 in de lijst. Dat geldt voor geen van de gele liedjes hierboven, de tien van vorig jaar. Kan Je Me Zien van Bente haalt een magere plek 391. De nummers staan gesorteerd op hun hoogste notering in het laatste jaar, gegroepeerd per jaar. Die With A Smile van Lady Gaga uit 2024 doet het wel beter dan Procol Harum, dat nummer staat nu op plek 110. We moeten 44 posities naar boven scrollen om het te vinden. Dat betekent dat van de 44 laatste binnenkomers in de afgelopen drie jaar, er slechts eentje populairder is dan onder luisteraars van nu, dan een liedje dat al bijna zestig jaar oud is! Is er in de tussentijd dan zo weinig nieuwe muziek bij gekomen, die het waard is om te onthouden? En merk op dat jongeren stemgedrag vertonen dat sterk overeenkomt met dat van opa en oma.
Het jaar 1966 met 119 noteringen laat hetzelfde effect zien. The Beach Boys met God Only Knows staat op plek 17. Van onderaf (dus gemeten vanaf het jongste nummer) moeten we 248 plekken naar boven zoeken om een nummer te vinden dat nu populairder is, uit 2019. U raadt het al, dat is Danny Vera, hij staat op plek vijf. Geen ander liedje dat is geschreven nadat hij dit uitbracht, in zeven jaar tijd, slaagt erin luisteraars meer te bekoren dan The Beach Boys in 1966. Fascinerend, toch?
Zou dat betekenen dat de muziek waar we naar luisteren, steeds ouder wordt omdat de moderne meuk het niet waard is om in het geheugen op te slaan? Wat we kunnen doen is de leeftijd van elk nummer berekenen, door het jaar van uitbrengen af te trekken van het huidige jaar. Bohemian Rhapsody komt uit 1975, dus bereikte vorig jaar de respectabele leeftijd van 50, in 2024 was dat 49, in 2023 48, enzovoort. Deze score kunnen we voor alle liedjes maken, binnen een bepaald jaar waarin de Top2000 is uitgebracht. Vervolgens berekenen we het gemiddelde per jaar. Dan zien we hoe oud een gemiddeld nummer uit de Top2000 is.
Muziek wordt meetbaar ouder. De oudjes blijven het goed doen, omdat er te weinig nieuwe goede muziek wordt geproduceerd. Probeer maar een nummer te zoeken van de afgelopen twee jaar, dat zo geweldig is dat Queen naar plek twee of lager zou mogen zakken. Het is er niet. Muziek wordt saai, braaf, voorspelbaar en kan daardoor ook jongeren meetbaar minder bekoren.
Interessant genoeg kunnen wetenschappers meten wat er met muziek gebeurt. AI maakt het mogelijk om binnen een grote hoeveelheid liedjes, duizenden, te kijken wat er gebeurt met toonhoogte en de diversiteit in de melodie. Dit artikel in Nature laat zien dat beide factoren meetbaar afnemen. De rode lijn laat de variatie in toonhoogte zien van de onderzochte nummers en naarmate de tijd vordert, wordt muziek meetbaar eentoniger.
De schrijvers van het onderzoek blijven uit wetenschappelijke bescheidenheid uit de buurt van harde conclusies over de oorzaak. Ze noemen de mogelijkheid dat een steeds complexer wordende samenleving minder ruimte in het brein overlaat voor uitdagende, innovatieve muziek. Daarom zou er meer onderzoek gedaan moeten worden.
De hele database met nummers laat, tot slot, zien dat de snelheid van de verversing afneemt. Verversing betekent dat er een groep goede nummers is binnen de Top2000 (dat zijn er 2000, natuurlijk) waarbij er af en toe eentje afvalt. Dat kan alleen, als er in een zeker jaar liedjes zijn uitgebracht die op meer stemmen kunnen rekenen onder de luisteraars, jong en oud.
Het valt op dat de nieuwkomers zelden tot nooit in de top komen. In theorie kan een nummer uit 2025 net zo goed zijn als een concurrent in de lijst uit 1967 bijvoorbeeld. Het nieuwe nummer kan dan een oudje er uitduwen, dat toch al onderaan bungelde. Dat is in 2017 bijvoorbeeld gebeurd met Maroon 5 & Christina Aguilera met hun Move Like Jagger. Het nummer uit 2011 stond toen op plek 1999 en door een paar nieuwe binnenkomers, verdwenen er een paar hekkensluiters. Maar die binnenkomers zijn zelden tot nooit een bedreiging voor de klassiekers, alleen Danny Vera kan doorstoten tot de top. Hij heeft een mooi nummer gemaakt, maar gemeten vanaf 2019 is dat een magere score. De nummers uit 2025 staan bij binnenkomst op plekken tussen 391 en 1872. Ter vergelijking: Ne me quitte pas van Jacques Brel uit 1959 staat nog steeds hoger, op plek 352. Niets wat in 2025 is gemaakt, verslaat een maaksel uit 1959.
Zoals gezegd zijn er 10 nummers uit 2025 die de lijst halen. Die score is lager dan de 14 van het jaar 1956. Daarbij kijken we niet naar of het nummer de lijst nu nog haalt. De absolute topper onder de muziekjaren is 1967, met een score van 144. Daarna ging het bergafwaarts en sinds het einde van de kredietcrisis is het afgelopen met de creativiteit.
Het is gevaarlijk om snel harde conclusies te trekken, als het om oorzaken gaat. De daling in de creativiteit is simpelweg meetbaar. De aangehaalde wetenschappers zijn zelf voorzichtig in duiden van de causaliteit, dus laten we dat voorbeeld volgen. Wel weten we zeker dat er sprake is van cancel culture, maak een verkeerde opmerking en je ligt eruit. Niet valt in te zien hoe dat de creativiteit bevordert. En ja, over smaak valt niet te twisten, maar het effect van het ouder worden van muziek omdat er niks bijkomt is gewoon meetbaar.
Had u mijn laatste boek trouwens al gelezen? Dat heeft hier niets mee te maken. Democratie op de helling koopt u hierrr, er is een e-book (digitaal, lekker handig) en een papieren boek. Wilt u mijn gegraaf mogelijk maken? Ga naar BackMe, of u koopt mijn andere boek, Het Euro Evangelie. Laat anders uw waardering voor mijn werk merken via de knop hieronder.



















